ColumnFrank Kalshoven

Ubereconomie: hoe een techbedrijf een topbedrijf kan worden

Taxidienst Uber gaat zijn chauffeurs (waarover straks meer) vaker vragen een selfie te maken om aan te tonen dat degene die de auto bestuurt ook echt de chauffeur van Uber is, aldus een klein berichtje in de Volkskrant van deze week.

Het is zomaar weer een voorbeeld van wat de technologie vermag. Probleem? Identiteitsfraude. Oplossing? Gezichtsherkenningssoftware. Sanctie? Account blokkeren. En klaar is Uber.

Ja, de technologie van het bedrijf is fantastisch. De dienstverlening van Uber is op alle fronten superieur aan die van de ouderwetse taxi. De klant hoeft niet meer te bellen (‘al onze medewerkers zijn helaas in gesprek’); is niet meer in het ongewisse over de aanrijdtijd (want de klant ziet de auto komen aanrijden in de app); is niet meer onzeker over de kosten (want die zijn van tevoren bekend); heeft geen gedoe met betalen (want dat loopt automatisch via de credit card). En in plaats van een wachtrij op piekdrukte, wordt de schaarste dan verdeeld op basis van prijs – heerlijk. Het fijnste van alles: de chauffeurs van Uber rijden normaal en zijn beleefd, want wie van klanten slechte beoordelingen krijgt, vliegt eruit.

Maar.

De technologie is fantastisch maar het gekozen ondernemingsmodel is dat niet. Ten opzichte van de ouderwetse taxi halveert Uber de prijzen. Ten koste van de chauffeurs. Dat is de lelijke kant van Uber. Hoe werkt het en wat kun je ertegen doen?

De arbeidsmarkt doet z’n werk – zo werkt het. De prijzen die Uber zijn chauffeurs betaalt mogen dan laag zijn, er is voldoende aanbod van chauffeurs. Waarom zou Uber meer betalen als het zo ook op een koopje kan, tot kennelijke tevredenheid van de chauffeurs?

Uber is nu het prototype van de tech-startup die razendsnelle groei koppelt aan een hoge beurswaarde en indrukwekkende verliezen. In de toekomst kan Uber hogere prijzen berekenen aan consumenten, en zelf een hogere marge afromen per rit, en dan zullen die verliezen snel omslaan in winst. Hier wacht Uber mee, zou mijn gok zijn, tot de marktmacht nog wat groter is geworden. Maar ook in deze toekomst geldt: chauffeurs krijgen de marktbeloning, en die ligt op de vrije markt voor deze arbeid behoorlijk laag.

Ja, er is iets tegen te doen. Een aantal Amerikaanse staten neemt hierin het voortouw. New Jersey en Californië stellen zich op het standpunt: Uber-chauffeurs zijn helemaal geen ‘vrije ondernemers’ die voor eigen rekening en risico hun diensten aanbieden aan het ‘neutrale’ bemiddelingsplatform Uber. Uber-chauffeurs zijn werknemers van Uber. Om dit kracht bij te zetten presenteerde de staat New Jersey afgelopen maand bij Uber een rekening van 642 miljoen dollar, als naheffing van loonbelasting en verzekeringspremies over de periode 2014-2018. Op 1 januari treedt in California een wet in werking die van Uber-chauffeurs werknemers maakt.

Waarom dat helpt? Omdat aan werknemerschap rechten (en plichten) zijn verbonden die de ondernemer-chauffeur niet heeft. En omdat werknemers collectief kunnen onderhandelen met hun werkgever terwijl collectieve actie van ondernemers juist verboden is.

Deze omslag roept allerlei interessante vragen op. De leukste: mag Uber een werknemer die van klanten negatieve recensies krijgt dan ontslaan? Je zou hopen van wel.

De moraal van dit verhaal is dat bedrijven met superieure technologie, zoals Uber, het helemaal niet nodig hebben om op de arbeidsmarkt het onderste uit de kan te halen. Met betere beloning voor werkenden en wat hogere consumentenprijzen wordt Uber van een techbedrijf een echt topbedrijf.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argmentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden