VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Utrecht

U bevindt zich waar rancune weer nuance wordt

Mijn uitgever had hem al aangekondigd in een van vele corporate e-mails die we over het thuiswerken mogen ontvangen. En deze week lag hij dan op de deurmat.

De Safekey.

Een sleutelhanger met een plastic haak, goed om zonder aanraken deurklinken naar beneden te duwen, liftknoppen in te drukken, kortom je handen schoon te houden in de publieke ruimte. Neem hem mee als je weer op pad gaat!

Ik ga dan net naar de legendarische voorstelling U bevindt zich hier van beeldend kunstenaar en theatermaker Dries Verhoeven, na dertien jaar in reprise in Utrecht en Den Bosch. U bevindt zich hier beleefde zijn première in 2007 en ging destijds over afstand en de vraag waarom je mensen die pal onder je neus leven vaak zo slecht kent. De wereld zat toen nog niet eens in onze broekzak: de eerste iPhone kwam dat jaar pas op de markt. Intussen blijven meer mensen liever smetteloos verzuild in eigen filterbubbels en is er ook nog de steriele wereld met corona bijgekomen.

Zoek de verslaggever.

De bezoekers van U bevindt zich hier liggen nog steeds ieder op een eenvoudig bed in hotelkamers, gescheiden door dunne houten wanden. Het plafond is nog steeds van spiegelglas, dat tijdens de voorstelling deel blijkt te zijn van één enorme spiegel, die alle kamers aanvankelijk van elkaar afsluit, maar geruisloos omhoog zal bewegen. Om dan een enorm, schitterend en aandoenlijk menselijk panopticum te laten zien.

Ik wil mijn zomer daarmee inluiden, na maanden verslaggeven zonder corporate Safekey. Thuis lagen allang desinfecteermiddel klaar, plastic handschoenen om te tanken, mondkapjes, al vroeg niemand me ooit er eentje op te zetten. De meeste mensen waren al blij dat je nog ‘echt’ kwam.

In de Utrechtse Werkspoorkathedraal moet ik voor de voorstelling langs een ‘incheckbalie’, waar ik een rode hotelsleutel krijg van de kunstenaar zelf, op voorwaarde dat ik mijn schoenen inlever. Dries Verhoeven draagt een trui waar ‘AMOUR’ op staat. Later loopt hij opeens langs met een mondkapje en lees ik op zijn trui ‘AVOID’. Ik begin nu aan mezelf te twijfelen. Deze week las ik ook al ergens ‘rancune’, terwijl er ‘nuance’ bleek te staan. Naar de opticien? Journalisten moeten niet alleen goed kunnen luisteren maar ook goed kunnen kijken, zoals Petra de Koning  van NRC deze week nog mooi betoogde bij het in ontvangst nemen van de Anne Vondeling-prijs voor politieke journalistiek.

Nu op blote voeten een smalle gang door, op zoek naar kamer 36. In 2020 begrijp je zo ook wel dat U bevindt zich hier altijd al over social distancing ging. Die afstand wás er allang. Maar willen we hem nu echt normaliseren? Vandaag herkennen mensen in al die vakjes met mensen op de grote zwevende spiegel in de voorstelling ook een zoom-vergadermeeting. Nu is het de vraag hoeveel afstand een mens nog kan verdragen. Hoeveel niet-hier.

En een verslaggever? Maandenlang zijn ook journalisten aangemoedigd thuis te blijven en, zeker in het begin van de lockdown, zo veel mogelijk per telefoon af te handelen.

Ik leerde nog dat je in een verhaal dat geen nieuwsbericht is altijd (‘al-tijd’) moet vermelden wanneer je iemand telefonisch hebt gesproken. Omdat het betekent dat je dus niet goed kon kijken.

Noem het old school, krantenpagina’s werden toen ook nog met een potlood ingetekend. Maar waarom zou je het principe veranderen? Toen tijdens de lockdown naast dappere journalistiek vanuit ziekenhuizen ook bij elkaar gebelde verhalen verschenen, waarin het de kunst leek te doen alsof de verslaggever ter plaatse was, werd ik pas echt ongerust. Wie schone handen wil houden, kan niet doen alsof hij met zijn voeten in de modder staat.

En dan al die plotselinge zorgzaamheid over je welzijn: zieke werknemers zijn ook gewoon duur. Waar de inhoud van kranten ‘content’ gaat heten moet je altijd oppassen dat niet gewoon de goedkoopste route wordt aangemoedigd – streep de reiskostenvergoeding maar vast weg.

Journalisten vinden achter een scherm werken nu al vaak minder eng en ingewikkeld dan die trage Google-loze chaos buiten. Die schrijven als ze ook eens op pad gaan dat ze ergens heen ‘reizen’, of nog erger, ‘afreizen’. Alsof buiten steeds verder weg komt te liggen. Ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling.

En zijn ook bij kranten te veel flexwerkers, vaak door rotcontracten gedwongen om overhaast te produceren. Een vaste aanstelling verplicht dan dus nog extra, vind ik, om koppig de straat op te blijven gaan.

Ook en juist naar onopvallende mensen in saaie plaatsen. Omdat die dat ter plekke dus zelden blijken te zijn. Ter plekke kan rancune dan zomaar weer nuance worden. Want u bevindt zich hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden