ColumnThomas van Luyn

‘U bent niet tot antwoorden verplicht’, zei de motoragent

null Beeld

Mijn favoriete coronaherinnering is deze: ik scooterde door rood, een motoragent haalde me in, en maande tot stoppen. Ik schrik daar nooit van, van politie. Sterker nog, ik hou wel van agenten. Het menselijk contact of zo, ik weet het niet. Bij mijn vrouw is het tegenovergestelde het geval. Als zij in de auto naast me zit en in de verte een politieauto ziet, verstopt ze zich al onder het dashboard. Ik kan alleen maar bevroeden dat er in haar verleden iets gebeurd is dat het daglicht niet verdragen kan. Voor hetzelfde geld ben ik met een drugssmokkelende terrorist getrouwd. Niemand kent zijn of haar partner echt, laten we wel wezen.

Maar die motoragent dus. Ik zette mijn scooter aan de kant, ging naast het voertuig staan en legde mijn helm op het zadel. Boodschap: ‘Doe uw werk, agent. ik weet dat dit wel even kan duren en ik zit daar echt niet mee.’

Ik ben, al zeg ik het zelf, fenomenaal met politie. Zelfs met motoragenten, die toch vaak notoir autoritaire boemannen zijn. Dat karakter schijnen ze nodig te hebben voor hun werk, zo vertelde mijn wijkagent mij ooit. Motoragenten zijn vaak als eerste ter plekke, en moeten dan dus in hun eentje het respect van, pak ’m beet, een dronken meute hooligans zien af te dwingen. Dat lukt je niet als het onderhandelingsmodel je default setting is.

De notoir autoritaire boeman stapte af van zijn motor, en zei ‘Goedemiddag meneer’, want de politie is het laatste bastion van beleefde aanspreekvormen, ‘heeft u enig idee waarom ik u laat stoppen?’

‘Natuurlijk’, antwoordde ik naar waarheid.

‘Oké dan’, zuchtte hij, ‘heeft u uw legitimatie bij u?’

‘Nee!’, antwoordde ik enthousiast. ‘Nooit eigenlijk.’

De truc is dus om in dit soort situaties geen enkele vorm van discussie aan te gaan. De dingen zijn zoals ze zijn, als jij nou maar uitstraalt dat je daar niet mee zit, ontspant de agent zich. Ik had geen legitimatie, daar ging ik een boete voor krijgen en dat was prima. ‘O’, zei de motoragent. ‘Nou, eh...’

Ik wachtte vriendelijk glimlachend af.

‘Een afbeelding op uw smartphone misschien?’, van hem hoefde het al niet meer, voelde ik.

Ik zocht in mijn iPhone het juiste mapje, en overhandigde een kopie van mijn paspoort. Hij sloeg aan het schrijven – het minst favoriete deel van zijn werk, stel ik me zo voor.

‘U bent niet verplicht te antwoorden, maar kunt u me zeggen waarom u door rood reed?’

‘Wat denkt u zelf?’, vroeg ik meewarig, en wees naar de straat. De agent keek om en zag hetzelfde als ik. Van begin tot eind was er geen auto, geen motor, geen fiets te bekennen. Het was midden in het diepst van de lockdown. Hij zuchtte. Alle lust tot wetshandhaving was deze arme motoragent ontnomen. Eerst door de korpsleiding die deze onverschrokken action man langs een lege weg had gezet om bonnetjes uit te schrijven, en vervolgens door het totale gebrek aan verzet van de overtreder.

Hij schreef mijn adres op en zei dat ik de boete thuis kon verwachten. Ik voelde dat hij zich in moest houden om zich niet te verontschuldigen voor de pietluttigheid van dit alles. Ik zei dat ik het volkomen snapte, en dat het niet zijn schuld was. Dat is inmiddels een half jaar geleden en ik heb niets in de bus gekregen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden