Column Koen Haegens

Twintigers stellen alles uit. Is dat uit overtuiging of noodzaak?

Belangrijker nog dan de spullen die een economisch systeem voortbrengt, zijn de mensen die het produceert. Ik kwam die gedachte tegen in een boek over utopische samenlevingen, maar moest onmiddellijk aan Nederland denken. Wat voor soort mensen kneedt onze economie eigenlijk?

Een aanwijzing komt van het begin deze week ­verschenen onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de twintigers van nu. ‘Een generatie van laatbloeiers en uitstellers’, luidde de kop boven het stuk in de Volkskrant. Alle gebruikelijke mijlpalen in het volwassen leven blijken meerdere jaren naar achteren te zijn geschoven. Twintigers krijgen later een vaste baan dan vroeger. Ze wachten langer met samenwonen. En ze krijgen pas op hogere leeftijd kinderen.

In theorie kan dat uitstelgedrag wijzen op een verlengde jeugd. Leve de lol, nog een jaartje backpacken door Azië, dat burgerlijke leven komt morgen wel. Met een ‘twintigertest’ kunnen bezoekers van de CBS-site zien waar zij staan op de schaal van ‘flierefluiter’ tot ‘huisje boompje beestje’.

Leuk bedacht, maar de in de media geportretteerde twintigers zeggen maar wát graag te willen beginnen aan die volgende levensfase. De gestegen huizenprijzen snijden ze de pas af, net als het leenstelsel waardoor studenten langer bij hun ouders blijven. En dan is er ook de nog de meest afgetekende verandering die het CBS heeft geregistreerd: de flexibilisering van de arbeidsmarkt. In 2018 had de helft van de 27-jarigen een vaste baan. Tien jaar eerder gold dat nog voor de helft van de 24-jarigen.

Dat we de afgelopen decennia in hoog tempo zijn overgestapt op een lean-and-mean-versie van het kapitalisme is een open deur. Een op de drie werkenden is zzp’er, doet uitzendwerk of heeft een tijdelijk dienstverband. Minder aandacht is er voor wat dat met onze mentaliteit doet. De flexibele economie creëert flexibele individuen. Is dat erg?

De Amerikaanse socioloog Richard Sennett heeft het ideaaltype van de flexmens samengevat als een energieke durfal die vrolijk hopt van de ene baan naar het andere project. Wie wil nou zijn leven lang werken voor dezelfde baas, wonen in hetzelfde huis en slapen met dezelfde partner?

De twintigers zijn de flexibele voorhoede van Nederland. Op het eerste gezicht beantwoorden zij prima aan dat ideaal. Geheel volgens het flexibele adagium houden ze hun opties zo lang mogelijk open. Hoe langer je cruciale keuzes voor je uit schuift, hoe wendbaarder je immers blijft. Toch klinkt er weinig waardering door in de reacties op de CBS-cijfers. In plaats van de flexibiliteit te vieren, wordt er geschamperd van uitstelgedrag. 

Zelf klagen de twintigers dat het echte leven nog ­altijd moet beginnen. Vreemd: voor zo’n dynamische alleskunner oogt de flexmens behoorlijk onzeker. ­Verlamd doordat alles voorwaardelijk is geworden, hunkerend naar vastigheid. Maar nu nog even niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden