ColumnSheila Sitalsing

Twintig jaar na de opstand der burgers is het nog steeds: stil, de bestuurder bestuurt

null Beeld
Sheila Sitalsing

Toen de premier donderdag halverwege de middag verbaal slaags raakte met het Kamerlid van de BoerBurgerBeweging – het ging over de vraag wiens schuld het is dat de mensen ‘de politiek niet meer vertrouwen’: van de premier of van het parlement – viste ik een boek uit 2003 uit de boekenkast.

In Niet spreken met de bestuurder probeerde Gerard van Westerloo, legendarisch en te vroeg overleden verslaggever, vat te krijgen op de tijdgeest van toen. Er was een ‘opstand der burgers’, de mensen van ‘de oude politiek’ waren nog beduusd van ‘Pim’. Van Westerloo liet honderden stemmen horen, over regentencultuur, achterkamertjes, netwerkcorruptie, en ‘de illusie van democratie’, over regeringsfracties die ‘geregeld stemmen voor wetten die ze zelf ondeugdelijk vinden’, en over bestuurders die vonden dat ze lekker bezig waren met z’n allen en niet per se zaten te wachten op gezeur van buiten. Stil, de bestuurder bestuurt.

Twee decennia later spreekt lector weerbare democratie Willeke Slingerland in deze krant zorgelijke woorden over florerende netwerkcorruptie in bestuurlijk Nederland, waar bestuurders elkaar onbekommerd de bal toespelen. Worden er dag in, dag uit de scherven opgeveegd van de effecten van ondeugdelijke wetgeving waar regeringsfracties willens en wetens vóór hebben gestemd na afstemming in achterkamers (zie: jeugdzorg, zie: woningmarkt, om eens níét het toeslagenschandaal te noemen, want dat is als de oorlog in Oekraïne: mensen die dit vanuit een comfortabele sta-op-stoel lezen, vinden die ellende eerst nog wel boeiend, maar je moet er niet te lang over dooremmeren). Ondertussen dreigt nieuwe wrakke wetgeving en beklaagt de Rekenkamer zich over gebrekkig lerend vermogen van de overheid.

En twintig jaar later zegt de bestuurder aan wie gevraagd wordt inzage te geven in berichten die ten grondslag liggen aan besluiten over miljardenuitgaven: heb ik niet meer, en als u denkt dat ik lieg: de groeten.

Fans van de regentencultuur maken van de roep om transparantie graag een karikatuur – ‘Je kan toch niet vergaderen in de etalage en kan het effe stil zijn als de bestuurder zijn stinkende best zit te doen?’ – maar zo vertrappen ze het hart van de democratische controle. Inzage geven in besluitvorming en solide archiveren zijn wezenlijk voor het afleggen van verantwoording. Dit is de hockeyclub niet, het gaat om besluiten die raken aan de levens van miljoenen.

In de Tweede Kamer hoorde ik de premier donderdag het parlement beschuldigen van wantrouwen zaaien en van het willen zien van patronen die er niet zijn: ‘Eerst wordt er van de burgerdoden in Hawija, het debat van 1 april over Omtzigt-functie-elders en al die andere dingen een soort patroon gemaakt en wordt er jarenlang gezegd: zie je wel, hij liegt. Het is dan niet meer relevant wat ik daar verder ook tegenin breng, namelijk hoe het echt zit, dat ik niet lieg en hoe de feiten gelopen zijn. Vervolgens wordt er gezegd: dit is de optelsom van al die dingen. Het is niet terecht. Het is gewoon niet terecht! Ik verdedig het feit dat ik de waarheid spreek en dat ik hier niet sta te liegen. Dat doe ik nooit.’

De collega-ministers vinden het ook niet meer leuk, nu die lui in het parlement zo veel zeuren en achter elk sms’je een complot zien, zei de premier erachteraan. Nu wordt-ie mooi, riep de Kamer terug. ‘U bent chef-kok jij-bakken', zei Farid Azarkan.

Ik greep weer naar Van Westerloo. Ook twintig jaar geleden vonden degenen die aan de knoppen zaten het vroeger leuker, toen de mensen nog netjes in het gareel liepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden