essay

Twijfel is een wapen geworden om verdeeldheid te zaaien

Twijfel is een essentieel gereedschap in de wetenschap, rechtspraak en journalistiek. Maar twijfel wordt ook steeds vaker gebruikt om wantrouwen te voeden, ziet Michael Persson. Wanneer is een vraag niet meer zomaar een vraag?

Michael Persson
null Beeld Anne Caesar
Beeld Anne Caesar

‘Ligt het aan mij of gaan er wel heel veel ogenschijnlijk jonge en gezonde mensen dood de laatste tijd?’, vraagt Raisa Blommestijn op 9 mei aan haar 46 duizend volgers op Twitter. De vraag wordt gedeeld en geliket en komt zo tienduizenden Nederlanders onder ogen die misschien denken: verdomd ja, was die jongen van de slager laatst ook niet overleden?

Dat verdomde vaccin.

Blommestijn is niet zomaar iemand. Ze is een zojuist in Leiden gepromoveerde rechtsfilosoof met een prominente stem in hard conservatieve kringen, een stem die ze ook regelmatig laat horen bij de omroep met de paradoxale naam Ongehoord Nederland. Daar schoof ze vorige week bijvoorbeeld aan om met de Vlaamse politicus Filip Dewinter mee te praten over de ‘omvolking’ van de Lage Landen wat, helaas, leidde tot een wat puberale online-doodsbedreiging. Maar daar gaat dit stuk niet over.

Als iemand op Twitter antwoordt dat haar vraag over de stervende jonge mensen nogal suggestief is en dat hij haar slimmer had verwacht, reageert Blommestijn: ‘Ik stel gewoon een vraag, gebaseerd op dingen die ik zie, hoor en lees. Als je dat wil linken aan intelligentie, be my guest, maar intelligente mensen stellen juist vragen, in mijn beleving althans.’

Ik stel gewoon een vraag. Het is de klassieke verdediging van mensen die gangbare theorieën betwisten en alternatieven aanbieden, van de verklaring voor 9/11 tot het neerhalen van de MH17, van de machten achter de coronapandemie tot de redenen voor de Russische inval in Oekraïne.

Maar stel je gewoon een vraag, als je zegt dat je gewoon een vraag stelt?

null Beeld Anne Caesar
Beeld Anne Caesar

Twijfel als motor van vooruitgang

Domme vragen bestaan niet, krijgen kinderen van jongs af aan te horen. Oerfilosoof Socrates bleef in gesprekken eindeloos doorvragen, om zijn leerlingen op die manier te dwingen niets als vanzelfsprekend te beschouwen en gaandeweg nieuwe verklaringen, ideeën, hersenspinsels te ontdekken. Hij vergeleek zijn werk met dat van een vroedvrouw: je helpt iemand iets nieuws ter wereld te brengen. Vermoeiend, maar meestal heel bevredigend.

Na de donkere Middeleeuwen, toen Europa stagneerde in een dogmatisch geloof, begonnen hervormers, wetenschappers, uitvinders, ontdekkingsreizigers en andere dwarsdenkers de status quo aan te vallen. De aarde was niet het middelpunt! De nieuwe nieuwsgierigheid mondde uit in de Verlichting, waarin het vraagteken een van de pijlers van de westerse beschaving werd. Twijfel werd het startpunt van onze waarheidsvinding in wetenschap, journalistiek en rechtspraak. Het werd de motor van vooruitgang en gerechtigheid.

In de wetenschap heeft Karl Popper het proces het duidelijkst beschreven. Er is een theorie, en die theorie moet worden aangevallen. Wordt de theorie ontkracht (gefalsificeerd) door een hypothese die een scherpere beschrijving van de werkelijkheid levert met bewijzen, dan is dat de nieuwe, verbeterde waarheid. De potentiële ontkrachting van een theorie is in Poppers ogen zo essentieel dat een theorie alleen geldig is als hij überhaupt gefalsificeerd kan worden. De rest is geloof. Het betekent dat elke wetenschappelijke beschrijving van de werkelijkheid een voorlopige hypothese is. De mogelijkheid bestaat altijd dat het anders zit, of beter kan, of preciezer.

Journalistiek is simpeler dan wetenschap. We hoeven niet de hele wereld in theorieën te vangen. We beschrijven de feiten, ergens, op een bepaald moment, zoals wij die zelf hebben gezien of gehoord, of aan de hand van minimaal twee onafhankelijke bronnen. Als die bronnen tegenstrijdige verhalen vertellen en we geen middelen, tijd of zin hebben om die te wegen, dan hebben we daar een onwetenschappelijke uitweg voor: we noemen ze allebei. Tot we weten wie er gelijk heeft. Dat betekent dat ook journalistieke beschrijvingen soms voorlopig zijn. Er blijft altijd reden om door te vragen.

Kun je nagaan hoeveel ruimte er is voor discussie over journalistiek over wetenschap, zoals tijdens de coronapandemie. Wetenschapsjournalistiek is een onvolledige beschrijving van een onaf proces. De stelligheid waarmee met name de politiek toch conclusies trok, was voorbarig. Terecht concludeerde NRC-columnist Rosanne Hertzberger vorige week dat twijfel ‘als een pavlovreactie dient toe te slaan, wanneer iemand net iets te hard ‘feit’ roept’.

Ja, twijfel is een essentieel gereedschap. Maar twijfel is ook een wapen geworden.

De illusie van een controverse

Toen in de jaren vijftig de bewijzen zich opstapelden dat sigaretten kanker veroorzaken, huurde de tabaksindustrie het pr-bedrijf Hill & Knowlton in. Het advies: doe alsof er nog steeds discussie over is. Dus gingen de fabrikanten tegendraads onderzoek sponsoren en stelden ze een brochure op met vijftien vragen die heel plausibel klonken, zoals: waarom krijgen juist mannen vaker kanker, terwijl vrouwen steeds vaker roken? Er werd een mediacampagne uitgerold om journalisten ervan te overtuigen dat ze ‘beide kanten’ van het verhaal moesten vertellen. Dat al die vragen goed te beantwoorden waren – vrouwen rookten nog niet zo lang als mannen en het duurt een tijdje voor je er kanker van krijgt – maakte daarbij niet uit: de media voelden zich verplicht ‘evenwichtig’ verslag te doen van het ‘wetenschappelijke debat’.

‘De tabaksindustrie realiseerde zich dat je de illusie van een controverse kunt creëren door simpelweg vragen te stellen’, schrijven Naomi Oreskes en Erik Conway in Merchants of Doubt, een boek over de grote sceptische operaties van de vorige eeuw. ‘Ook al weet je het antwoord op die vragen, en weet je dat dat antwoord je niet lijkt te helpen.’

De tabaksindustrie wist haarfijn de inherente onzekerheden in het wetenschappelijke en journalistieke proces te benutten om decennialang rechtszaken te winnen. Tussen 1954 en 1979 werden er 125 aangespannen tegen de tabaksindustrie, waarvan er maar 9 de rechter haalden – en die wonnen de fabrikanten allemaal, met dank aan de ‘redelijke twijfel’ over hun schuld. Zelfs al schrijft British American Tobacco in 1978 al in interne notulen dat ‘de link tussen tabak en kanker al lang geen wetenschappelijke controverse meer is’, toch duurt het tot 2006 voor de buitenwereld dat ook vindt en een rechter de sigarettenfabrikanten schuldig acht aan het bedriegen van hun klanten. ‘Twijfel is ons product’, noteert een tabaksmagnaat in 1969. ‘Het is het beste middel om te concurreren met de feiten.’

Dezelfde truc wordt vanaf de jaren tachtig uitgehaald om de effecten van broeikasgassen ter discussie te stellen. Warmt de aarde wel op? Zo ja, is het dan niet door de zon? Hoe erg is het nou helemaal? De vragen zijn aanvankelijk gerechtvaardigd, maar ook als er antwoorden komen, blijven ze terugkomen. Veel van de mannen die de tabakstwijfel voedden, zijn weer prominent aanwezig in de klimaatdiscussie, nu gesponsord door de fossiele industrie. Terwijl in de wetenschap de onzekerheid over het broeikaseffect gestaag afneemt, groeit de controverse in de maatschappij. Het is met dank aan de hoor en wederhoor van de media dat de Amerikaanse Senaat in 1997 met 97-0 tegen ratificatie van het klimaatverdrag van Kioto stemt.

In Nederland is de wetenschapsjournalist Marcel Crok een van de leidende figuren in het klimaatdebat, die aan de hand van Amerikaanse critici vraagtekens zet bij de zogeheten ‘hockeystick’, een grafiek die weergeeft hoe de aarde sinds de Middeleeuwen eerst geleidelijk is afgekoeld en na de Industriële Revolutie snel is opgewarmd. De vraagtekens zijn gerechtvaardigd: er zitten statistische fouten in de berekening en weergave. Crok wint een prijs met zijn kritiek. Maar ook als de fouten worden hersteld en de hockeystick wordt verbeterd, blijven de sceptici de opwarming van de aarde ontkennen of bagatelliseren. Niet alleen de conclusies, maar ook de methode, het proces, de wetenschappers zelf worden aangevallen. Ongelijk bekennen de sceptici nooit.

‘Wat begon als een eenzijdige interpretatie van de wetenschappelijke onzekerheden, ontwikkelde zich in de loop der tijd tot een geoliede machine die ook de wetenschap zelf begon te verdraaien, ondermijnen en bestoken’, schrijft Jan Paul van Soest in zijn boek De twijfelbrigade, over de klimaatcritici en hun tactieken. Het leidt tot jarenlange vertraging van serieus klimaatbeleid.

Dat het werkt, is deels te wijten aan de journalistiek, met onze aandacht voor ‘beide kanten’ van het verhaal. Die aanpak is bedoeld om meningen, oordelen, overtuigingen tegenover elkaar te zetten. Maar wetenschappelijke tegenstellingen zijn veel beter te wegen: uiteindelijk is het ene onderzoek overtuigender dan het andere, met onzekerheidsmarges en alles. Dat is wat wetenschapsjournalisten doen. Dat is wat tv-praatprogrammamakers niet doen.

Wat sceptici ook helpt, is het misbruik van wetenschap door de politiek. Wetenschappelijke conclusies worden zonder voorbehoud aangezien voor beleidsrichtlijn – alsof er geen andere keuze is, maar die is er wel degelijk. Ook als de temperatuur 3 graden stijgt, kun je een na-ons-de-zondvloed-keuze maken. Ook als een ongebreidelde pandemie tot veel doden leidt, kun je ervoor kiezen geen maatregelen te nemen.

Politici doen alsof ze door de wetenschap voor voldongen feiten worden gesteld. Premier Mark Rutte noemde de corona-adviezen van het Outbreak Management Team ‘heilig’. ‘Dat is een luie vorm van politieke argumentatie, verstoppertje spelen achter de wetenschap, die echter geen normatieve noties levert’, schreef Van Soest al. Die luiheid heeft grote gevolgen, want dan blijft er voor mensen die ándere politieke keuzes willen maken niet veel anders over dan de achterliggende wetenschap aan te vallen. En dat is wat ze doen.

null Beeld Anne Caesar
Beeld Anne Caesar

Ideologische strijd

Het is de twijfelaars niet zozeer te doen om de waarheid. Het gaat erom dat de consequenties die uit de waarheid worden getrokken, hun niet bevallen. Een ideologische strijd, die eigenlijk in de politieke arena moet worden uitgevochten, wordt verlegd naar de wetenschappelijke en journalistieke arena. Twijfel wordt daarbij gebruikt als wapen, dat gaandeweg steeds vaker wordt gebruikt. Wat begon met de verdediging van platte bedrijfsbelangen, is nu een veel bredere, conservatief-libertaire agenda: tegen overheidsingrijpen, tegen offers in het algemeen belang, tegen woke gelijke rechten. Dus duiken de klimaat- en coronasceptici ook op heel andere kwesties: de Amerikaanse verkiezingen, racisme, abortus, Rusland.

Crok, een aardige kerel die heel zinnige dingen zei toen ik hem in 2010 interviewde over zijn klimaatboek, voedt met zijn twijfels nu de antivaxers en Rusland-goedpraters. ‘De massale vaccinaties zouden op zijn minst een kandidaat moeten zijn om de oversterfte te verklaren’, schreef hij afgelopen najaar. En: ‘Oei oei oei, als dat waar is’, bij een Russisch propagandabericht over Amerikaanse biologische laboratoria in Oekraïne. Voortdurend twittert hij berichten door van Stephen McIntyre, die bijna twintig jaar geleden een van de belangrijkste bronnen was voor zijn hockeystickkritiek en nu elke Russische oorlogsmisdaad in twijfel trekt. Die honderden moorden in Boetsja, die kunnen toch net zo goed door Oekraïne zijn gepleegd?

‘JAQ-ing off’, wordt de ik-stel-alleen-maar-vragen-tactiek in het Engels denigrerend genoemd, just asking questions. Toch moet je oppassen met dat oordeel, want voor je het weet, gooi je het kind met het badwater weg. Twijfel is nou eenmaal noodzakelijk. Dus hoe maak je onderscheid tussen vragen die wel of niet te goeder trouw worden gesteld?

Er is een redelijk werkbaar criterium denkbaar. Als er op enig moment een antwoord op de vraag wordt gegeven, accepteert de vragensteller dat dan? Op de bovengenoemde vraag van Blommestijn, over die jonge mensen die maar sterven, is een simpel antwoord mogelijk. Uit cijfers van het CBS blijkt dat haar perceptie statistisch niets te betekenen heeft. Wetenschapstechnisch zou je dan kunnen zeggen: de hypothese is gefalsificeerd. Maar die conclusie trekt zij niet. Zij is helemaal niet geïnteresseerd in het antwoord en zit even later bij Ongehoord Nederland dezelfde vraag weer op te werpen.

Ook op de lange termijn (soms duurt het een paar jaar voor een vraag is beantwoord) geldt dit criterium. Er is nu eenmaal zoiets als voortschrijdend inzicht. Klimaatsceptici houden al decennia vol dat niet CO2, maar de zon de belangrijkste oorzaak van de opwarming is. Crok erkende in 2010 nog dat die theorie achterhaald was. Prima, hypothese verworpen. Maar een paar maanden geleden, in een interview (met coronacomplotdenker Willem Engel) op het paranoïde youtubekanaal Café Weltschmerz, zat Crok weer op het vermolmde stokpaardje: de zon zou een belangrijke oorzaak kunnen zijn.

Dus ja, het was ooit een goede vraag, maar ja, er is een antwoord op gekomen. Dat heeft hij zelfs geaccepteerd, om nu weer van voren af aan te beginnen. Er is een reden om beantwoorde vragen te blijven stellen. Twijfel zaaien.

Een andere tactiek is om na het antwoord op een o zo belangrijke vraag door te gaan met een nieuwe o zo belangrijke vraag. Dat lijkt op wat Socrates, de wetenschap en de journalistiek doen, maar die convergeren daarmee naar de waarheid: de onzekerheid wordt kleiner. Doordat complottheoretici de antwoorden negeren, leidt de nieuwe vraag tot meer onzekerheid. We divergeren van de waarheid weg.

Kun je het dan eigenlijk nog twijfel noemen? Wanneer antwoorden op vragen structureel worden genegeerd, is het geen twijfel meer maar wantrouwen. Als dat alles gaat overheersen, wordt waarheidsvinding onmogelijk. Wantrouwen is gestolde twijfel, net zo star als elke andere ideologie of geloof. Want aan dit wantrouwen zélf mag niet worden getwijfeld. Daarmee zijn we terug in de Middeleeuwen. De Verlichting gaat uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden