ColumnSylvia Witteman

Twee teddyberen en een kinderbedje: ironie is nog niet dood

In de Amsterdamse wijk Bos en Lommer treft men niet zozeer bos of lommer, maar wel een zeer diverse bevolking en dito middenstand, van Turkse bakkers en Marokkaanse eethuisjes tot hipsterkoffietentjes. Het regende. Ik stond te schuilen onder de groen uitgeslagen luifel van een kebabzaak en dacht aan de cynische vastgoedproleten die de buurt verlekkerd aanprijzen als ‘BoLo’ of, godbetert, ‘Bois & Lombre’.

Aan de overkant van de straat hing, achter een raam op tweehoog, een poster waarop in grote, wat slordige letters stond: ‘ABORTUS IS EEN MENSENRECHT!’ De makers van die poster hadden van dat recht kennelijk geen gebruik gemaakt: in het kozijn eronder stonden twee teddyberen en een paar babyschoentjes. Daarachter was een wit kinderbedje te zien. Ironie is nog niet helemáál dood.

Er kwam een vrouw van een jaar of 30 aangerend. Ze duwde een kinderwagen die met een plastic hoes was beschermd tegen de regen. Zelf was ze drijfnat. Onder de luifel droogde ze haar gezicht af met haar mouw, waarna ook háár blik op de poster en de babyspulletjes viel. Ze lachte, met die prachtige tanden die jonge mensen tegenwoordig hebben.

‘Zouden ze dat voor de grap hebben gedaan?’, vroeg ze. Het leek mij van niet. Uit de kebabzaak kwam een joch met zo’n grote, gifgroene bezorgkubus op zijn rug naar buiten. Hij stapte op zijn scooter en spoot weg. ‘Een mensenrecht’, zei de vrouw peinzend. ‘Ja, dat is wel zo.’ Ze zweeg even en tilde een stukje van de plastic hoes op om eronder te kijken.

‘Maar toch hè’, sprak ze. ‘Je weet het niet. Tien jaar geleden, hè. Ik was 21. Zwanger. Per ongeluk. Ik schrok niet echt. Ja, ik dacht wel even: shit. Maar ik wist meteen: dat ga ik niet houden. Ik studeerde nog en dat vriendje was meer een scharrel. Ik had helemaal niks met baby’s, ook.’ Ze keek even met een scheef lachje naar de kinderwagen.

‘Mijn moeder was mee’, ging ze verder. ‘Die zei nog: weet je het zeker? Ik wist het zeker. Het stelde niks voor, die ingreep. Vijf minuten. Ze lieten me zien wat eruit was gekomen. Een soort van nat vlokje. Ik ging opgelucht naar huis. Klaar.’

Ze keek weer even in de kinderwagen. ‘Maar toch hè’, vervolgde ze. ‘Je weet het niet. Nu heb ik hém. Bijna acht maanden is-ie. Zo lief, en helemaal gewenst en alles. En nu denk ik telkens aan die andere...’ Ze sloeg haar ogen neer. ‘Gek hè? Niet de hele dag of zo. Maar best vaak. Die zou nou 10 zijn geweest.’

Ze schraapte haar keel, en besloot: ‘Ik heb geen spijt hoor. Echt niet. Maar tóch...’  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden