Opinie

'Turkenprobleem' in de Nederlandse politiek is niet eigen aan de PvdA

Het besluit van de PvdA om afscheid te nemen van de heren Kuzu en Öztürk is niet meer dan een logische stap. Het had de heren gesierd als zij hun zetels terug hadden gegeven.

De Kamerleden die uit de PvdA-fractie werden gezet, blijven in de Tweede Kamer als Groep Kuzu/ Öztürk.Beeld anp

Op 3 januari 2002 stond op deze pagina een artikel van mij onder de titel 'Rol van allochtonen in politiek verdient evaluatie'. Daarin schreef ik onder meer het volgende: "Door zich als spreekbuis van 'hun achterban' op te stellen, manoeuvreren sommige allochtone politici zich in onhoudbare posities. Zij wekken verwachtingen die achteraf niet na te komen blijken. Om geen gezichtsverlies te lijden tegenover die vermeende achterban manoeuvreren zij zich verder in moeilijkheden en uiten hun woede op de 'gevestigde orde' binnen de partijen om toch nog te laten zien dat met hen rekening dient te worden gehouden."

Je zou kunnen stellen dat 12 jaar later wij dit soort taferelen al lang achter ons hebben gelaten. De dramatische ontknoping van het sluimerende conflict tussen de heren Öztürk en Kuzu en de PvdA-Kamerfractie bewijst helaas het tegendeel. De heren zeggen de partij te verlaten vanwege verharding, verruwing en verrechtsing van het integratiedebat. Hiermee doelen zij op de aanpak die minister Asscher voor ogen heeft met betrekking tot een aantal internationale Turkse bewegingen die ook in Nederland actief zijn en die mede bepalen hoe een flink deel van de Turkse gemeenschap zich dient te verhouden tot de omringende wereld.

Hun internationale agenda strookt niet altijd met die van de Nederlandse overheid. Het is bovendien een publiek geheim dat deze organisaties niet uitblinken in het scheiden van belangen. Wat zich in Turkije afspeelt, en dat is de laatste jaren nogal wat, vertaalt zich bijna een op een in de verhoudingen van Turkse Nederlanders onderling en met de samenleving.

Verruwing

Op 4 mei 1996 verklaarde toenmalig directeur van het NCB Ilhan Akel aan de Volkskrant dat 'er een constante spanning is': 'We zien vaker dat het geweld in Nederland oplaait als zich op politiek terrein in Turkije iets voordoet.' Omdat de politieke verhoudingen in Turkije aan de lopende band van karakter veranderen, vrees ik dat de constatering van Akel zich ook in de toekomst zal herhalen.

Vóór Akel deed Emin Ates, toen voorzitter van de Turkse Islamitische Culturele Federatie, een oproep om de Nederlandse producten te boycotten als straf voor Nederland vanwege de vergunning aan het Koerdische parlement in ballingschap een vergadering hier te beleggen. Later werd de rol van Ates overgenomen door Sabri Kenan Bagci, jarenlang voorzitter van het Inspraakorgaan Turken (IOT).

In 2006 moest het CDA een kandidaat van Turkse komaf van de conceptkandidatenlijst afhalen van omdat hij weigerde het CDA-standpunt inzake de Armenië-kwestie te onderschrijven.

Lange tijd gold Milli Gorus in Nederland als lichtend voorbeeld hoe een conservatieve religieus-nationalistische organisatie de moed kon hebben zich om te vormen tot een moderne club. Later zou blijken dat het ook hier om een illusie ging. Uit Duitse documenten bleek dat het spel in Duitsland werd bepaald en niet in Nederland. Uit dezelfde documenten bleek ook de verwevenheid met de Moslimbroeders.

Telkens als over deze misstanden wordt gemopperd in de politiek of wordt geschreven in de media reageren de mannenbroeders in koor dat het om een overheidscomplot gaat en dat men Turken in Nederland monddood wil maken 'om ons makkelijker te beheersen en dus te heersen' verklaarde Emin Ates aan de Groene Amsterdammer van 6 december 1995.

Dezelfde verklaring als die van de heren Kuzu en Öztürk met dit keer een extra verwijzing naar verruwing en verharding.

Dat er verruwing en verharding plaatsvindt in het publieke debat is geen nieuws meer. En het betreft niet alleen integratie. Zelfs het sprookje van Sint en Piet zorgt voor verhitte gemoederen. Het is dan ook van de zotte om dit je politieke partij aan te rekenen.

Verrechtsing? De organisaties die Kuzu en Öztürk in bescherming nemen zijn links noch progressief. Het zijn uitermate conservatieve clubs die een op geloof gebaseerd conservatief wereldbeeld aanhangen die zij aan zoveel mogelijk mensen willen slijten. Het allerbelangrijkste is dat het geheimzinnige karakter van deze organisaties veel vragen oproept over mogelijk verborgen agenda's. In zo'n context en onder de gegeven verharding van het debat, heeft de minister - die politiek verantwoordelijk zal worden gehouden voor mogelijke misstanden - weinig manoeuvreerruimte dan melden dat hij de boel scherp in de gaten zal houden.

Hier ontstond een gouden kans voor het duo Kuzu-Öztürk om hun invloed aan te wenden en de betrokken organisaties aan te sporen zich coöperatiever op te stellen. Daarmee hadden zij een geweldige brugfunctie kunnen vervullen.

Autonoom sultanaat

Net als bij de discussie over Zwarte Piet, liggen ook hier diepere lagen ten grondslag. Mijns inziens liggen de denkbeelden van de Kuzu en Öztürk en de organisaties die zij verdedigen enerzijds en die van de PvdA mijlenver van elkaar. Daar waar sociaaldemocratie staat voor emancipatie, solidariteit, gelijk(waardig)heid en non-discriminatie van wie dan ook en door wie dan ook, wijken de organisaties waar minister Asscher zich zorgen over maakt nogal van deze kernwaarden af. Hun klacht over verruwing van het integratiedebat - het integratiebeleid is overigens al lang in stilte ter aarde besteld- betekent niets meer dan zoiets als: 'politiek en overheid, blijf met je tengels van onze autonomie af. Wij weten wat wel en wat niet goed is voor de Turkse diaspora.'

Wellicht onbedoeld creëren zij hiermee een autonoom sultanaat dat op termijn alle Turkse Nederlanders ongewild in een verdachte hoek zal manoeuvreren. Gelukkig proberen veel Turkse Nederlanders zich hiervan los te maken. Nederlanders die ongeacht hun Turkse afkomst, zich dag in dag uit inzetten voor de waarden waar onze samenleving op stoelt. Deze Turkse Nederlanders kunnen nog altijd op de PvdA rekenen. En de PvdA hopelijk op hen.

Minister Asscher is weliswaar geen superman maar aan uitsluiting doet hij absoluut niet. Integendeel. Het is ook zijn plicht om die duizenden Turkse Nederlanders te beschermen en te ondersteunen in hun emancipatiestrijd. Niet alleen tegen werkelijke uitsluitingstendensen in onze samenleving maar ook binnen hun eigen gemeenschap waar verscheidene internationale bewegingen hen al dan niet doelbewust los willen weken van de Nederlandse samenleving.

Het besluit van de PvdA om afscheid te nemen van de heren Kuzu en Öztürk is dan ook niet meer dan een logische stap. Het had de heren gesierd als zij hun zetels terug hadden gegeven. Want dat doen echte sociaaldemocraten doorgaans wel. Zij kunnen dan in alle rust werken aan een eventuele politieke beweging zonder dat hun Kamerwerk daaronder hoeft te lijden. Het risico is levensgroot dat wij straks in chocoladeletters zullen vernemen dat de twee fractietijd en - middelen aanwenden om een islamitische partij op te zetten. Dat zij voorbeeld hebben genomen aan de PVV-dissidenten is op zijn minst jammer te noemen.

Dit 'Turkenprobleem' in de Nederlandse politiek is niet eigen aan de PvdA. Eerder werd het CDA ook hiermee geconfronteerd. Het CDA heeft zijn 'Turkenprobleem' zoals het er naar uitziet geruisloos geëlimineerd. De PvdA moet hier geen voorbeeld aan nemen. Zij moet wel een intern debat op gang brengen over hoe de sociaaldemocratische waarden zich moeten verhouden tot etnische dan wel religieuze normen.

Halim El Madkouri is arabist en tevens PvdA-raadslid te Culemborg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden