Column Erdal Balci

Tunahan Kuzu: mijn held, mijn idool, mijn rolmodel

Vorige week in Amsterdam, tijdens het Keti Koti-festijn om precies te zijn, hield Tunahan Kuzu van Denk een historische toespraak. Terwijl ik luisterde, kwam ik er achter wat Lev Tolstoi heeft bedoeld met zijn woorden ‘schrijf alleen als de drang om te schrijven te sterk is om tegen te vechten’. In de ban van de prachtige woorden van de politicus begon ik toen te tikken.

Keti Koti is het jaarlijkse herdenkingsevenement dat op 1 juli plaatsvindt. Op die dag wordt de afschaffing van de slavernij in Suriname gevierd. Dit jaar was onder de sprekers ook Tunahan Kuzu. Dankzij dit magnifieke besluit van de organisatoren kwam Nederland er achter dat in Den Haag een politicus rondloopt met het hart zo puur als die van een driejarige. We hoorden Kuzu vertellen dat hij naar Suriname is afgereisd, op de rivier heeft gevaren, vanuit de boot naar de plantages heeft getuurd en onbeschrijfelijk veel verdriet heeft gevoeld bij de gedachte aan de verschrikkingen van de slavernij.

Ik hoorde Kuzu met trillende stem zijn toespraak voortzetten: ‘Ik wil alle Nederlanders die de middelen hebben, adviseren om ook naar Suriname te gaan. Zo kunnen ze met hun eigen ogen zien hoe erg de slavernij is geweest.’ Wat weegt zwaarder op een schip dat op de Surinamerivier vaart? Een vracht met bauxieterts en aluminium of de schoonheid van de ziel van Kuzu die de gave bezit zich in te leven in de oude pijn van de zwarte medemens?

In de herfst zijn de plantages zo geel als het gebit van Kunta Kinte, die zestig jaar lang naar de vrijheid heeft gehunkerd, zo geel als de pianotoetsen in het huis van de witte bazen en zo geel als de zon die alles heeft gezien. Geel is ook de kleur van de muren van de kerk Hagia Sophia in Istanbul. Zoals de zon getuige is geweest van alles wat overdag is gebeurd, hebben die gele muren van die kerk ook alles gezien. De integere Kuzu heeft vast een keer bij die muren gestaan. In het geval hij tot die tijd niets had gelezen over de slavernijgeschiedenis van zijn eigen moederland, dan hebben die gele muren in Istanbul hem vast alles verteld.

In het moederland van Kuzu werd er namelijk ook aan slavernij gedaan. Sterker nog, was je niet zwart, dan kon je in het paleis van de sultan niet dienen. Dat had uiteraard een reden. Het wilde namelijk wel eens gebeuren dat gecastreerde slaven er toch in slaagden om tot ejaculatie te komen. Met enkel zwarte slaven in het paleis hoefde je maar negen maanden te wachten op het huilende bewijs van overspel van je vrouw.

Een mens zo zuiver als Kuzu kan ook niet door de straten van Istanbul gewandeld hebben zonder het altijd in de lucht hangende gejammer van dode moeders gehoord te hebben. Het waren de christelijke moeders uit de Balkan van wie de zoons van acht, negen jaar werden afgepakt door de Ottomanen. Die kinderen werden meegenomen naar Anatolië. Daar werden ze gedrild tot de beste soldaten van de sultan. En zo gebeurde het dat een immens leger van gehersenspoelde slaven telkens ten strijde trok naar de dorpen en de steden van hun mama’s.

Kuzu met het hart op de goede plek, een man die op de Surinamerivier tranen wegpinkt voor de slachtoffers van de witte Nederlander, moet zich verdiept hebben in de geschiedenis van de zwarte mannen en vrouwen die je vooral in het westen van Turkije tegenkomt. Een van die ‘zwarte Turken’ heeft ongetwijfeld in de serene ogen van Kuzu gekeken en zijn verhaal gedaan aan de meest nobele parlementariër van Nederland: ‘Uw voorouders die de middelen hadden, deden hun pelgrimage naar Mekka en namen op de terugweg als een soort souvenir onze voorouders als slaaf mee. Voor een goede prijs op de slavenmarkt op het Arabische schiereiland. Wij zijn de Zwarte Turken, gehard door het werk op de droge akkers en door vijf eeuwen discriminatie.’

Om een lang verhaal kort te maken: op de Dam, tijdens het Keti Koti-festijn om precies te zijn, stond een politicus te spreken die eerder een engel is dan een man. Hij heeft me geleerd dat engelen ook kunnen vechten. Vandaag voor de overleden slaven van Suriname, morgen voor de dode slaven van zijn moederland. Waarschijnlijk pleit hij snel voor een standbeeld ter herdenking van de slavernij in Istanbul. Een politicus naar mijn hart. Een held, een idool, een rolmodel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.