Opinie Handelsoorlog

Trumps importheffingen zijn contraproductief, ook de Amerikanen zullen er de dupe van worden

Met de door president Trump afgekondigde heffingen op staal en aluminium schieten de Verenigde Staten zich in eigen voet, betoogt Rob de Brouwer, oud-directeur van Hoogovens/Corus/Tata Steel.

Rollen staal in de fabriek van Tata Steel, dat wél het basismateriaal voor batterijen kan maken. Beeld ANP XTRA

Een van de tweets waarmee president Donald Trump de heffingen op staal en aluminium onderbouwt luidt: Our Steel and Aluminum industries (and many others) have been decimated by decades of unfair trade and bad policy with countries from around the world. We must not let our country, companies and workers be taken advantage of any longer. We want free, fair and SMART TRADE!

De bewering dat daling van de productie van staal en aluminium in de VS wordt veroorzaakt door oneerlijke handelspraktijken is niet juist. Het is begrijpelijk dat president Trump dit zegt, omdat oneerlijke handelspraktijken vaak voorkomen en grote schade kunnen aanrichten aan de industrie van een land. Zo heeft de dumping van Chinees en Russisch staal enige jaren geleden gezorgd voor desastreuze prijsverlagingen op de Europese markt. De EU heeft daarop antidumpingheffingen ingesteld waardoor het negatieve effect van de lage prijzen werd gecompenseerd.

De Amerikanen beschikken eveneens over buitengewoon effectieve wetgeving om oneerlijke handelspraktijken aan te pakken. Die juridische middelen hebben ze in het verleden frequent gebruikt, ook tegenover de staal- en aluminiumimport. Het ging dan om dumpingactiviteiten of het verkopen van producten onder de kostprijs. Het feit dat Trump nu geen gebruik kan maken van deze legale middelen toont aan dat er geen sprake is van oneerlijke handelspraktijken. Hij beroept zich op bescherming van de nationale veiligheid, maar dat is geen sterk argument.

Marketingpolitiek

Sinds de Eerste Wereldoorlog hebben de Verenigde Staten welhaast onbelemmerd geprofiteerd van de mogelijkheden die elders in de wereld werden geboden aan de producten en diensten van Amerikaanse makelij. De dominantie van Amerika is precies een eeuw lang gestoeld op een effectieve en professionele marketingpolitiek en het toelaten van monopolistische posities wereldwijd.

Dat heeft ertoe geleid dat alom Amerikaanse producten de markt beheersen. Dat wil echter niet zeggen dat al die producten ook in de Verenigde Staten worden geproduceerd. Smartphones worden bijvoorbeeld in China gemaakt en Levi’s spijkerbroeken in India of Bangladesh.

Laten we als voorbeeld de staalindustrie in Ohio nemen, toevallig een onderwerp waar ik zelf bij betrokken ben geweest. In de eerste helft van de vorige eeuw bloeide een stadje als Warren, Ohio, door de vestiging van een aantal kleinere en middelgrote staalbedrijven. Maar in de loop van de jaren zeventig begon zich een ernstig vestigingsnadeel te manifesteren: de toegenomen macht van de vakbonden. Bij de vakbeweging werd de interesse in winsten op de korte termijn even groot als bij de werkgevers.

De macht van de Amerikaanse National Steelworkers Union vertaalde zich periodiek in bijna groteske eisen waaraan na lange stakingen − waarbij intimidatie en zelfs gijzeling van de bedrijfsleiding niet werden geschuwd − tegemoet werd gekomen. Zo ontstond in Warren langzamerhand een situatie dat de daar gevestigde staalbedrijven ongekend hoge lonen, een dito pensioen en een uitermate aantrekkelijke gratis gezondheidszorg boden, niet alleen voor de werknemers maar ook voor hun familie.

De kosten van deze voorzieningen moesten worden betaald vanuit de reguliere kasstroom van de staalbedrijven. Er werd niet voor gespaard, er was geen verzekeringsproduct waardoor de risico’s gedeeld konden worden met andere bedrijven.

Schietgebedjes

Nee, de situatie was juist zo gegroeid dat de bedrijfsleiding bij aanvang van het jaar bij wijze van spreken schietgebedjes tot de Heer richtte dat er dit jaar niet meer dan één openhartoperatie zou moeten worden gefinancierd.

Ook Hoogovens en zijn rechtsopvolgers Corus en Tata Steel zijn de trotse eigenaars van een staalbedrijf in Warren: Thomas Steel Strip (TSS). Inmiddels zijn bijna alle staalbedrijven in Warren gesloten als gevolg van aanhoudende verliezen, die weer werden veroorzaakt door de tot ongekende hoogte opgeschroefde loonkosten.

Alleen TSS overleefde. Het bedrijf werd opgericht in 1920. De moedermaatschappij is blijven investeren in TSS en is erin geslaagd tegen de druk van de vakbonden in het bedrijf levensvatbaar te houden. TSS produceert smalle staalband met een bekleding van nikkel, kobalt en nikkelzink. Het bedrijf is onder meer gespecialiseerd in de productie van basismateriaal voor batterijen waaraan technisch buitengewoon hoge eisen worden gesteld. De grondstof voor dit product bestaat uit warmgewalste rollen die aan dezelfde hoge eisen moeten voldoen en die niet in de Verenigde Staten kunnen worden geproduceerd.

Tata Steel Europe in IJmuiden beschikt wél over de vaardigheden om aan deze hoge eisen te voldoen. De Amerikaanse batterij-industrie is in de Verenigde Staten feitelijk afhankelijk van één toeleverancier voor het vernikkelde staal dat een essentieel onderdeel is van de batterij: TSS in Warren, Ohio. Een schoolvoorbeeld van nichemarketing waarmee een hoge kostprijs kan worden gerechtvaardigd.

Mislukking

De extra importheffing op de warmgewalste rollen uit Nederland zal ertoe leiden dat de productiekosten voor batterijstaal zullen stijgen. Verschillende staalproducenten in de VS hebben de afgelopen decennia geprobeerd hetzelfde product met dezelfde kwaliteit voor batterijen te produceren. Dat is steeds uitgelopen op een mislukking. Er is geen reden te bedenken waarom nu, door het ingrijpen van president Trump, het wel zou lukken. In tegenstelling tot wat hij beweert is het voor dit specifieke product juist de Nederlandse staalindustrie die de Amerikaanse staalsector in leven houdt.

De Amerikanen hebben in de afgelopen decennia door de macht van de vakbonden zelf hun staalindustrie op de rand van de afgrond gebracht. Door loonsverlagingen en het verminderen van pensioenrechten werden delen van de Amerikaanse staalindustrie behouden. Voor het stadje Warren in Ohio is TSS de enige overgebleven staalproducent. De invoerheffing brengt die positie in gevaar.

Er is geen land ter wereld waar Amerikaanse producten je niet toelachen met hun effectieve reclame: Coca Cola, Pepsi Cola, Microsoft, Apple, Google, McDonald’s, Walt Disney, noem maar op. Bij de toptien van meest waardevolle merken ter wereld horen zeven Amerikaans merken. Het eerste niet-Amerikaanse merk, Samsung, komt pas op de zesde plaats. Er is niets aan de hand met de behandeling van Amerikaanse producten.

Voor de falende Amerikaanse staalindustrie moet de oorzaak niet gezocht worden in oneerlijke handelspraktijken door een Nederlands staalbedrijf. De oplossing voor deze sector ligt op nationaal terrein.

De vraag is of Warren, Ohio gelukkig zou moeten zijn met heropening van oude staalbedrijven, als dat al mogelijk zou zijn. Misschien zijn ze beter af met een industriepolitiek die kansrijke sectoren naar regio’s lokt waar de werkloosheid hoog is. Doorgaan op de weg van importbelemmeringen, die niet gebaseerd zijn op oneerlijke handelspraktijken, schaadt de nationale industrie.

Rob de Brouwer is oud-directeur van Hoogovens/Corus/Tata Steel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.