Trump pokert in bikkelharde wereldorde

De Amerikaanse president Donald Trump en en de Chinese president Xi Jinping schudden elkaar de hand na hun persconferentie in Peking, november 2017. Beeld AFP

Amerikanen vragen zich af wie hun ‘vijand’ is: Rusland, China of beide? Het handelsconflict tussen Amerika en China en de strijd om Syrië maken een einde aan het door internationale instellingen veelgeprezen global governance. Wereldpolitiek is weer machtspolitiek.

Naoorlogse generaties groeiden op in de Koude Oorlog met een rivaliteit tussen het ‘Westen’ en de Sovjet-Unie. Vanaf het einde van het Sovjetrijk in 1991 resteerde de ‘liberale wereldorde’. De Amerikaanse auteur Francis Fukuyama constateerde het ‘einde van de geschiedenis’. Wat voorbarig. Rusland ging nog failliet; China was ontwikkelingsland.

De EU eiste de 21ste eeuw op met European governance, als nucleus voor global governance met internationale organisaties en globaal klimaatbeleid. Dat was de bedrieglijke oppervlakte.

In de onderstroom van de machtsverhoudingen werkte de Russische president Poetin aan herstel van Rusland als supermogendheid. ­Dmitri Trenin, directeur van het Carnegie Moscow Center, zei onlangs in Meduza, een onafhankelijke Russische nieuwssite vanuit Letland: ‘De status van grote mogendheid is voor Rusland belangrijker dan het welzijn van de bevolking. En dat is altijd zo geweest.’

De liberale wereldorde was voor Rusland een Amerikaans concept waarin de Navo steeds verder werd uitgebreid, richting Rusland. In 2014 gooide Poetin het roer definitief om met annexatie van de Krim, destabilisering van Oost-Oekraïne en uitbreiding van de Russische invloedssfeer in het Midden-Oosten. Moskou was terug en duldde geen besluiten die tegen ‘Russische strategische belangen’ ingingen.

China onderging een vergelijkbaar proces, waarin het de liberale wereldorde gebruikte en misbruikte, om uit te groeien tot supermogendheid. In oktober 2017 wees de Communistische partij de weg. Het ‘socialisme met Chinese kenmerken’ moest het welvaartspeil in de periode 2020 tot 2035 geleidelijk verhogen, resulterend in een ‘sterk, modern China’.

Al jaren richt China zich op toegang tot grondstoffen en bouw van internationale transportroutes: van een ‘tweede Panamakanaal’ tot een ijzeren ‘zijderoute’ naar Europa. China annexeerde de Zuid-Chinese Zee met kunstmatige eilanden. Het concept ‘Made in China 2025’ beoogt China zelfvoorzienend te maken in tien sleutelsectoren, van luchtvaart tot elektrische auto’s.

Het is een ‘Grote Sprong Voorwaarts’, maar wat effectiever dan Voorzitter Mao ooit probeerde. Hefboom: technologie. China verwerft het, op welke manier dan ook. China koopt het, eist het op in joint ventures met westerse bedrijven of rooft het via internet. Niet invoerrechten, maar technologiediefstal is de kern van het handelsconflict tussen China en de VS. De Amerikaanse Commissie voor Intellectueel Eigendom schatte vorig jaar dat Amerika jaarlijks tot circa 600 miljard dollar verliest wegens diefstal van intellectueel eigendom. Amerika identificeert China als meesterdief.

Met ‘America First’ heeft president Trump een ‘liberale wereldorde’ verlaten die geen ‘wereldorde’ meer is. Grote mogendheden behartigen hun eigen belangen, op eigen vuist. Er ontstaat een internationale structuur die lijkt op het Europa van de 19de eeuw waarin grote staten rivaliseren, en onderling macht uitwisselen met tegenmacht: het concert van de grote mogendheden. Dit is de nieuwe ‘wereldorde’. Amerika, Rusland en China wedijveren, maar hebben elkaar ook nodig. De VS heeft China nodig in Noord-Korea en ­Rusland in Syrië. China heeft de afzetmarkten van Amerika en Europa nodig. Rusland is atoommacht en tegelijk een economische dwerg met een bruto nationaal product ongeveer even groot als de Benelux.

Vooral de EU moet mentaal bijdraaien. Wie wereldbestuur bepleit en zichzelf niet kan besturen, is niet geloofwaardig. Export van ‘Europese waarden’ wordt in Moskou en Peking weggehoond; in Washington weggelachen. De EU verzandt in interne tegenstellingen.

Toch heeft Europa een troef: een grote afzetmarkt. Europa heeft een economische kaart om gewicht in de schaal te leggen. Neem Iran: twistappel der Groten. Amerika schrapt het liefst het atoomakkoord met Iran, dat wordt gesteund door Rusland.

Het overhaast gesloten akkoord kan beter: onaangekondigde en ruimere inspectie, minder uraniumverrijking, beperking van rakettentechnologie. Dit zijn mogelijke ‘Europese suggesties’. Vanuit de marge kan Europa scherpe kantjes afvijlen, in een harde wereld(orde).

Derk Jan Eppink is senior fellow van het London Policy ­Center in New York.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden