Column Joost Zaat

Troosten staat niet in de richtlijnen voor huisartsen

Hoe ver mag je als huisarts buiten de gestandaardiseerde vakjes kleuren? Dat dacht ik toen ik hoorde dat een collega liedjes speelde voor patiënten. Hij sjouwt zijn instrument mee naar ernstig zieke mensen, maar hij zingt ook tijdens een consult. Teken van onaangepast gedrag? Beetje wel dacht ik, totdat ik me bedacht dat er ook goochelende huisartsen zijn die kinderen met vingervlugge trucjes op hun gemak stellen.

Niet alleen de diagnostiek en de behandeling zijn in strakke hokjes geduwd, ook de dokters zelf. De stereotype huisdokter lijkt niet meer op Jan Groothuyse, de morsige depressieve huisarts waarmee Gerard Reve een halve eeuw jaar geleden brieven uitwisselde of op Ben Polak die zijn werk deed net zoals zijn vader die rabbijn was: bemoedigend en troostend. Hij kroop wel eens in bed bij een barende vrouw om even uit te rusten als het niet opschoot. Hij werd later gewoon professor. De goddelijke ingeving van die voorgangers was lang niet altijd juist, medisch technisch rommelden ze er volgens de huidige maatstaven een eind op los en bij hun enorm grote praktijken ontbrak maatwerk maar troosten konden ze wel.

Bijwerking van protocollering van de geneeskunde is dat dokters op elkaar gaan lijken. Voor diagnostiek en medische behandelingen lijkt me dat een groot goed, maar is dat ook zo voor het bieden van troost en geruststelling? Troosten dokters trouwens nog? Observaties over troostende dokters ontbreken in de onderzoeksliteratuur. Ik kon nergens cijfers vinden. Troost zit in het hoekje van palliatieve zorg en religie en is uitbesteed aan geestelijk verzorgers en verpleegkundigen. Niemand weet hoe vaak huisdokters tissues aanreiken bij patiënten die huilen en niemand weet wat ze dan zeggen, laat staan of dat helpt. Het woord ‘troost’ komt in richtlijnen voor huisartsen niet voor; ‘ontroostbaar’ wel maar alleen als kenmerk van heel zieke kindjes. Dokters lijken vergeten dat patiënten eeuwenlang verwachten dat dokters hen zouden troosten bij ziekte doodgaan en verlies. Misschien leren we troosten van onze ouders of door afkijken van onze opleiders maar over het algemeen modderen we maar wat aan. Het staat in geen enkel opleidingsplan en onderzoekers vinden ‘troost’ een te moeilijk begrip om te onderzoeken.

‘Kunst troost, je kunt er veel aan hebben’, zei Frits van Oostrom een paar jaar geleden op een bijeenkomst voor dokters. Gelijk daarna ging ik toen euthanasie doen en had ik zelf troost nodig. ’s Nachts bedacht ik toen dat vooral muziek mij troost. Volgens onderzoek helpt muziek depressieve mensen als toevoeging aan de gebruikelijke behandeling. Ik denk niet dat al mijn patiënten getroost worden door een strijkkwintet van Schubert. Welke muziek troost is individueel, Hazes kan vast ook. Waarschijnlijk troosten dokters hun patiënten met luisteren, empathie en uiteindelijk ook met doen. Precies wat muzikanten doen als ze aan het werk zijn. Ik zou me rot schrikken als mijn huisarts begon te zingen, maar er zit misschien meer in dan ik dacht. Zolang het maar niet alleen bij een liedje blijft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden