Column Aaf Brandt Corstius

Triage, het Franse afval scheiden, mag dan wel mooier klinken, makkelijker is het zeker niet

De Fransen zouden de Fransen niet zijn als ze van afval scheiden niet een heel gedoe zouden maken. Ze kunnen goed gedoe maken. Van mode, van eten, van taal, van wijn, van diverse gradaties van prik in prikwater. Dus natuurlijk plaatsen ze op elke straathoek elf verschillend gekleurde containers waar je op elf verschillende manieren je afval in kunt scheiden. Triage heet dat in het Frans. Klinkt beter. Ook dat kunnen de Fransen. Alles beter laten klinken, inclusief afval scheiden.

Maar goed, ze kunnen het wel beter laten klinken, maar ze kunnen het niet makkelijker maken. Vele uren bracht ik deze zomer door op het allerverderfelijkste hoekje van de camping (en dat zegt veel, op een camping): de triagehoek. Het was er altijd een graad of 40, schaduw was er niet, en het rook er sterk naar, welnu, triage. Ik staarde, bevangen door hitte en geur, wanhopig naar bordjes waarop stond wat ik hoe moest scheiden. Ik heb er foto’s van gemaakt.

Je had één container voor hard plastic, blikjes, karton en dozen van eten (cartons de manger). Dat leek me allemaal bepaald geen familie van elkaar, maar ik volgde de orders toch maar op. Vervolgens had je de container voor ‘zacht plastic en ander afval’. En was er ook een voor de bio déchets: dat waren volgens de foto Franse kazen, eieren, baguettes, prei en schilletjes. (Ezelsbrug: een heerlijke Franse maaltijd.) Vervolgens had je een container voor staal. Dat had ik zelden bij me. En de glasbak. Dan was er de papierbak, maar daar mocht dan geen karton in – want dat hoorde zogenaamd bij de blikjes – en er mochten ook geen vieze pizzadozen in: daar hadden ze een apart, nogal grafisch, fotootje van op de container gezet.

Nu bestaat mijn vakantie ongeveer uit vieze pizzadozen, dus vaak stond ik op het onbegeerlijkste moment van de dag (ergens tussen half negen ‘s ochtends en acht uur ‘s avonds) met zes vieze pizzadozen in mijn handen terwijl mijn ogen heen en weer gingen van cartons de manger naar papier naar overig afval. Ook stelde ik mezelf regelmatig de vraag: ‘Hoe zacht is zacht plastic?’ Dit wordt de titel van mijn eerste dichtbundel.

Ik zag een keer een andere vrouw niet ver van de triagehoek Anna Karenina lezen voor haar tent. Ik vroeg me af hoe zij daaraan toekwam.

Vroeg in de ochtend, om een uur of zes, kwam er altijd een grote wagen die alle containers oppakte en met veel gerinkel omkieperde. Ik weet niet of er in de laadbak iemand zat die erop lette dat de triage goed verliep, maar ik vermoed van niet. Want de Fransen zijn ook wel van de Franse slag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.