OpinieSyrië

Tragedie Syrië vereist handelen

Niemand lijkt zich meer te bekommeren om de Syriërs, terwijl het drama rond Idlib zich voltrekt, betoogt Somer Al Abdallah, journalist en schrijver uit Syrië.

Syrische kinderen kijken door de opening van een tent in Idlib.Beeld Anadolu Agency via Getty Images

In minder dan drie maanden zijn zo’n 900 duizend Syrische burgers gevlucht. Zij hebben huis en haard moeten verlaten. De Verenigde Naties hebben deze uittocht in de provincie Idlib in het noordwesten van Syrië, als gevolg van de aanvallen door het Syrische regime en zijn bondgenoot Rusland, beschreven als de ergste sinds het uitbreken van de Syrische revolutie in 2011. Het zijn vooral kinderen en vrouwen die al eerder door de oorlog uit hun huizen waren verdreven. Ze vluchtten toen uit steden als Homs, Aleppo en Douma naar Idlib. Maar waar kunnen zij nu nog heen?

Troepen van het regime omringen hen aan drie kanten, en de vierde, in het noorden, is de Turks-Syrische grens. De ontheemden vinden alleen daar een veilige plek. Maar Turkije, met zijn bijna vier miljoen Syrische vluchtelingen, weigert meer mensen op te nemen. De meesten slapen in de open lucht bij temperaturen van meer dan 7 graden onder nul. Gezinnen en kinderen bevriezen in de open lucht en smeken om tenten om hen tegen de kou te beschermen.

In mijn warme huis in Nederland kijk ik naar foto’s van kinderen die sterven door extreme kou. In een week zijn er volgens Save the Children tien kinderen gestorven in de geïmproviseerde kampen in de regio. In een Idlib-kamp zitten kinderen buiten hun tenten dicht tegen elkaar om wat warmte te stelen. Ze kijken stil naar het wit dat hen van alle kanten omringt. Sneeuw is geen bron van vreugde meer, zoals voor de oorlog.

Ik probeer Nederlandse kennissen de humanitaire situatie in Idlib en Syrië uit te leggen. Ze schudden vol medelijden hun hoofd, maar zeggen dat ze niets kunnen doen. Het Syrische ­regime heeft met Russische steun tientallen kleine steden en dorpen in de provincie Idlib veroverd, nadat de inwoners naar het noorden waren gevlucht vanwege de beschietingen en uit angst voor represailles.

Ik ken dat gevoel van terreur. Ik was in Aleppo toen raketten en vatenbommen boven onze hoofden uit de lucht vielen. Ik herinner me nog altijd het geluid van oorlogsvliegtuigen wanneer nu een helikopter of burgervliegtuig over mijn rustige dorp vliegt.

Jens Larquet, een woordvoerder van het Bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken van de Verenigde Naties, zei dat er niet een regio in Syrië of waar dan ook ter wereld is waar zo veel ontheemden verblijven als in Idlib en dat dringend de strijd moet stoppen voordat Idlib in een begraafplaats verandert.

Maar de wereld is doof en blind voor de huidige tragedie in Syrië.

The Guardian schreef dat een conflict dat ooit de wereld met afgrijzen vervulde, nu uit de aandacht verdwijnt. In haar bekroonde documentaire vanuit het belegerde Aleppo, For Sama, zegt de Syrische filmmaker Waad al-Kateab: ‘Miljoenen hebben mijn reportages bekeken, maar niemand deed iets.’

Zes maanden geleden vroeg ik ­Nikolaos van Dam, in 2015-2016 de Nederlandse speciale gezant voor Syrië, waarom Europa Syrië niet helpt, zoals het Bosnië-Herzegovina in de jaren ’90 heeft geholpen. Zijn antwoord was: ‘Het verschil is dat Bosnië-Herzegovina binnen Europa ligt, waardoor de belangen van Europa directer worden geraakt.’ Maar dit soort westers politiek denken is niet meer van deze tijd. De gebeurtenissen in Syrië raken de hele wereld.

De Duitse minister van Defensie ­Annegret Kramp-Karrenbauer zei dat wat er in Syrië gebeurt een waarschuwing voor Europa moet zijn. Als de ­Europeanen niet handelen, zal het conflict en de ellende van de mensen daar grote gevolgen hebben voor ­Europa.

Een Syrisch kind staat voor een tent in een haastig opgezet ontheemdenkamp in het noorden van Idlib en kijkt in de ogen van de Al-Arabiya tv-camera. Het kind houdt een stuk brood vast en staat in de sneeuw, zonder handschoenen of jas. Hij kijkt gefrustreerd en boos naar de camera, naar de wereld die hem niet wil zien. Als dit kind de kou en de gewelddadige bombardementen van het Syrische regime en Rusland overleeft, zullen we dan zijn woede en haat jegens de wereld begrijpen? Begrijpen we het als een terroristische organisatie als IS hem een jas en voedsel geeft en hem later rekruteert om hem te laten vechten of zichzelf op te blazen? Zullen we hem dan van terrorisme beschuldigen? Natuurlijk.

Maar zijn we niet allemaal medeplichtig aan wat sommige van deze vergeten en gemarginaliseerde mensen zouden kunnen doen?

Somer Al Abdallah is journalist en schrijver uit Syrië, redacteur bij NTR en coach bij RFG magazine/OnFile. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden