COLUMNThomas van Luyn

Touwtjespringen is de perfecte combinatie van infantiele eenvoud en hardbody machismo

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Helaas, geen grammetje eraf dit keer, met dat niet-drinken. Vorige dry january verloor ik kilo’s, dus ook dit jaar had ik mijn hoop erop gevestigd dat de buik 100% bier was, en dat als ik effe niet dronk, ik dan weer ectomorfe frontman van een britpopband zou worden. Pindakaas, alsmede helaas, het bleek geen bierbuik maar een yoghurtbuik, of een mueslibuik, of een gerookte amandelen-buik, of whatever de fuk ze binnenkort bedenken dat je niet meer moet eten.

Hoe dan ook, de buik gaat momenteel nergens heen. Als ervaren bevliegingenman ga je dan niet bij de pakken neerzitten, maar zoek je een nieuwe bevlieging waar de kilo’s vanaf vliegen. En die heb ik gevonden in – hou je vast – het springtouw. Touwtjespringen is where it’s at, volgens de afgetrainde spierbundels die op YouTube rondhangen om onoplettende internetsurfers aan te klampen en van advies te dienen. Misschien zijn het hun fenomenale lichamen, misschien is het het Californische zonnetje waar ze hun filmpjes opnemen, maar ik heb meteen een intuïtieve klik met het touwtjespringen. Niet dat ik het al gedaan heb, maar emotioneel bedoel ik.

Het is de perfecte combinatie van infantiele eenvoud – we hebben het allemaal weleens gedaan op het schoolplein – en hardbody machismo. Als boksliefhebber heb ik genoeg bikkels zien touwtjespringen om het stoer te zijn gaan vinden. En in tegenstelling tot hardlopen (mijn natuurlijke sporthabitat, die ik helaas niet meer kan beoefenen vanwege zogenoemde ‘kutknieën’) zit in touwtjespringen de mogelijkheid om dingen te leren die je aanvankelijk niet kan. Hollen blijft altijd hollen, daar verandert niets aan, hoelang je het ook doet. Ja, je rondetijden kunnen beter worden, als je in dat soort onzin geïnteresseerd bent, maar veel boeiender wordt het niet. Je kunt de playlist op je oren verwisselen, je kunt je rondje de andere kant op lopen, je kunt een andere kleur shirtje dragen, maar dan heb je alle variaties wel uitgeput.

Touwtjespringen daarentegen, daar kun je nog allerlei trucjes bij leren. Ik heb bijvoorbeeld Sylvester Stallone op mijn netvlies staan (ga ik me voor laten opereren) die al springend allemaal pasjes doet, en zijn armen voor zijn lichaam kruist of het touw als een zweep beurtelings links en rechts van hem mept en weet ik wat niet allemaal. Als Rocky dan hè? Dus dan is het geen meisjesgedoe.

Enfin, het pakketje is binnengekomen, rest mij nog daadwerkelijk de deur uit te gaan, een stekje in de buitenlucht te zoeken en aan de slag te gaan. En daar zit ’m een beetje de kneep. 78 procent van de drempelhoogte die het beoefenen van een sport belemmert zit ’m in het feit dat je, zolang je het niet kan, volkomen voor lul staat. Dit is ook de reden dat ik nog niet kan rollerskaten, iets wat ik heel, heel graag zou kunnen, maar wie één keer een beginner heeft zien struikel-rollen zal nooit in het openbaar die sukkel willen wezen. Ook touwtjespringen ziet er volkomen bezopen uit totdat je het heel goed kan – beetje wat vioolspelen is met muziek: geen gehoor totdat je steengoed bent. Maar als er ooit een tijd was om het te proberen, is het nu. Iedereen is op straat iets geks aan het doen, op eenwielers en skippyballen. Hm, skippyballen... dat gaat er ook eentje worden, denk ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden