column 150

Tortelduiffies tussen de metrodeuren van Amsterdam

In de deuropening van de metro stond een jong stel gulzig te bekken. Aan hun blosjes en glimmende ogen te zien hadden ze een memorabele nacht achter de rug. Het afscheid was moeilijk, onmogelijk bijna. Telkens als ze zich los wisten te scheuren, duwden geheimzinnige krachten hun lijven weer aaneen. Zijn bekken schurend tegen het hare, haar nagels in zijn billen, hun kus een hongerig happen in elkaars gezicht.

Er klonken benauwde piepjes van deuren die graag dicht wilden. In de coupé stak voorzichtig gemor op. Maar pas toen een snoeiharde stem uit de intercom in smeuïg Amsterdams informeerde of ‘de tortelduiffies’ wellicht ‘een knopie’ konden doorhakken, begon het vagelijk tot de geliefden door te dringen dat er zoiets als een buitenwereld bestond.

Met smachtende blik weken ze uiteen. De deuren sloten. ‘Vanavond’, mimede de jongen op het perron. Terwijl hij langzaam uit beeld gleed, begon het meisje inwendig te rekenen. Tien lange uren, minimaal. Niet te doen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.