OpinieGrensoverschrijdend gedrag in turnsport

‘Topsportland’ Nederland brengt coaches naar het schavot, nog voor hun schuld bewezen is

Sportbonden moeten zich bij conflicten en nood­situaties niet laten leiden door de waan van de dag, betoogt Kees Kooman.

Yuri van Gelder na afloop van zijn oefening aan de ringen tijdens de Olympische Spelen in Rio. De turner moest de Olympische Spelen verlaten vanwege alcoholmisbruik. ANP SANDER KONINGBeeld ANP

Kunnen grensoverschrijdende prestaties zonder grensoverschrijdend ­gedrag van trainers en topsporters? Na serieuze beschuldigingen van diverse ex-turnsters gaat de Koninklijke Gymnastiek Unie (KNGU) haarfijn (laten) uitzoeken wat op dit gebied kan, mag en/of moet. Alhoewel het ‘moeten’ weleens onderbelicht zou kunnen blijven in een land dat beweert over een topsportklimaat te beschikken maar in werkelijkheid een heel ander gezicht laat zien.

Voorbeeldig was in dit opzicht de slagvaardigheid waarmee de olympische baas Maurits Hendriks – aangemoedigd door de overheid – het topsportcentrum Papendal liet ontruimen, toen corona zich aandiende in Nederland. Anders dan omringende landen waar olympisch goud wel op waarde wordt geschat, werden geen uitzonderingen gemaakt voor de toppers die nog net geen schop onder de kont kregen om maar zo snel mogelijk weg te zijn.

Nederland kent een lange geschiedenis, als het gaat om politiek correct ‘voorbeeldig’ sportief gedrag bij conflicten en noodsituaties in groot of klein verband. Kijk eens naar de manier waarop ‘Lord of the Rings’ Yuri van Gelder in 2016 (Rio de Janeiro) op het vliegtuig werd gezet, nadat hij zich geplaatst had voor de olympische turnfinale en dat feit wilde vieren door een avondje te gaan stappen.

Het mooiste voorbeeld dateert al van decennia geleden, toen Nederland zich terugtrok van de Spelen in Melbourne (1956). De Russische inval in Boedapest was aanleiding voor het Nederlands Olympisch Comité om ons land terug te trekken. Achteraf met Zwitserland het enige afwezige westerse land. De al in Australië aanwezige atleten werden op de koop toe uitgescholden bij thuiskomst. ‘Je kop hoort onder een tank te liggen’, zo kreeg de potentiële medaillewinnares Puck Brouwer te horen in een brievenrubriek van een krant.

Hier worden kampioenen weleens door hun bond als grof vuil aan de kant van de weg gezet als dank voor grensoverschrijdende prestaties, zoals een marathontopper overkwam. Het is sowieso een wonder dat jonge mensen behalve bij wielrennen, voetbal en schaatsen – de enige sporten die werkelijk serieus worden genomen mede dankzij persoonlijke interesses van de media – in Nederland durven te kiezen voor topsport.

Een Netflix-documentaire over seksueel misbruik in Amerika is het startsein geweest voor een grote schoonmaak van het vrouwen- of beter meisjesturnen. Hoe krijg je kinderen zover om grensoverschrijdende prestaties te verrichten zonder ze fysiek of mentaal geweld aan te doen? In elk geval niet door ze de snoeptrommel voor te houden. Sanne Wevers, niet toevallig olympisch kampioene (2016) spreekt niet toevallig over ‘knetterharde eisen’ en stelt daarbij vast dat het de laatste jaren ‘allemaal wat softer is geworden’.

Nederland lijkt, door schade en schande wijs geworden, de juiste afslag te hebben gevonden naar wat pedagogisch verantwoord topturnen kan worden genoemd. Een wankel evenwicht tussen moeten, mogen en kunnen. Natuurlijk moet er onderzoek worden gedaan naar misstanden bij sporten, niet alleen als het kinderen aangaat. Maar bonden zouden zich daarbij niet moeten laten leiden door de waan van de dag en hoe (sociale) media, sponsors en subsidie­gevers daarmee omgaan. De zwaarste crimineel wordt in onze rechtstaat pas veroordeeld als zijn of haar schuld is bewezen.

In ‘topsportland’ Nederland zetten we onze topcoaches – onder wie de vader van Sanne Wevers – eerst op het schavot, beslist geen ereschavot, en worden zij bij voorbaat schuldig bevonden. Pure heksenjacht. Aan het einde van 2020 worden zij misschien weer, wie weet, bij de uitkomsten van het KNGU-onderzoek, in genade aangenomen. Ik zou zeggen tegen hun pupillen, evident op weg naar bijzondere grensoverschrijdende prestaties in Tokio: emigreer zo snel als het kan naar een buurland waar olympische medailles wel navenante erkenning krijgen. 

Kees Kooman is schrijver van o.a. de biografieën van Fanny Blankers-Koen en Anton Geesink.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden