Opinie Oorlogsfoto's

Toon die harde beelden uit de geschiedenis

De discussie over de expositie van gruwelijke oorlogsfoto’s in het Amsterdamse Holocaust-museum is breder. Vertrutting dreigt. 

Het ‘napalmmeisje’ kantelde het beeld over de Vietnamoorlog. Beeld AP

Het is een ongemakkelijk gezicht. De plek in het Holocaust Museum in oprichting waar vier foto’s uit de hel van Auschwitz te zien moesten zijn, is blanco. Net als de afgeplakte tekst eronder. Wie goed kijkt, ziet nog de kop: ‘De camera als getuige’. De samenstellers van de grandioze tentoonstelling en het gelijknamige boek De Jodenvervolging in Foto’s, Niod-historici René Kok en Erik Somers, hebben met tegenzin gevolg gegeven aan het veto dat is uitgesproken door directeur Emile Schrijver van het Joods Cultureel Kwartier (JCK) in Amsterdam, waartoe het toekomstige Holocaust Museum behoort.

‘Potsierlijk’ noemt Schrijver de idee dat de foto’s uit Auschwitz met naakte vrouwen onderweg naar de gaskamer en brandende lijken op de tentoonstelling te zien zouden zijn. Immers, aan de overkant, in de Hollandsche Schouwburg, staat een installatie met als thema: moeten we gruwelbeelden straks in het nieuwe Holocaust Museum tonen? Op een scherm zijn enkele foto’s en een executiefilmpje te zien, met gesproken commentaar van ter zake (ervarings)kundigen. Drie Auschwitzfoto’s van de Griekse gevangene Ernesto ­Errera die Kok en Somers op hun expositie hadden willen tonen, zijn hier na het nodige digitale bladerwerk te vinden, op het formaat van een polaroid. Het besluitvormingsproces waarvan de installatie deel uitmaakt (uitkomst: 2022) mag op de huidige tentoonstelling niet worden verstoord, vindt Schrijver.

De met doodsverachting gemaakte foto’s van Alberto Errera vormden het menselijke dieptepunt én fotografische hoogtepunt van de tentoonstelling − zie het boek voor het complete beeld. Mij zijn geen andere foto’s bekend waarop zo indringend de danteske dynamiek in het concentratiekamp en de huiveringwekkende moed van een fotograaf samenkomen. Is het dan niet pijnlijk om Kok en Somers op hun vingers te tikken, met als argumenten dat lopende onderzoek, en het feit dat de foto’s niet per se noodzakelijk zijn in de expositie, omdat die over de vervolging van Néderlandse Joden gaat − die op Errera’s foto’s niet voorkomen. Doet de nationaliteit van die slachtoffers er werkelijk toe?

Angst

We zien op Errera’s foto’s niet alleen het dieptepunt van waartoe mensen in staat zijn, we zien ook de angst van de fotograaf. Vanuit het duister schoot hij twee foto’s, in vermoedelijk een fractie van een tel. De derde panisch, om ontdekking te voorkomen. De vierde wordt in de installatie niet eens getoond, want daarop zijn alleen maar boomtoppen te zien. Terwijl ook die foto de suspense heeft die je de rillingen over het lijf doen lopen. Met de moed der wanhoop in 1944 gemaakt, om de wereld te tonen: dit gebéúrt. Errera is door een SS’er doodgeslagen, zijn filmpje het kamp uitgesmokkeld.

Schrijver wijst naar een wél op de expositie getoonde foto uit Bergen-Belsen, met het Joods-Nederlandse jongetje Simon Maandag, lopend tussen lange rijen lijken. We gáán gruwelbeelden niet uit de weg, aldus Schrijver. Wat hij niet vermeldt: die foto toont de situatie ná de bevrijding door de Britten. In veel opzichten vergelijkbaar met Errera’s foto’s, maar in dat ene cruciale opzicht niet. Dat Schrijver de uniciteit van Errera’s foto’s, in ieder geval voor de duur van de tentoonstelling, ondergeschikt maakt aan een langetermijnkwestie is moeilijk te begrijpen. Zeker nu het gaat om misschien wel het meest indringende verhaal dat, met foto’s, over de oorlog wordt verteld.

Het Joodse-Nederlandse jongetje Simon Maandag, lopend tussen lange rijen lijken. Een gruwelbeeld dat te zien is op de tentoonstelling ‘De Jodenvervolging in Foto’s’. Het verschil met de foto’s van Errera is echter dat deze foto de situatie toont ná de bevrijding door de Britten. Beeld RV -

Ongewis

De uitkomst van de publieksenquête is ongewis, maar uiteindelijk is het toch de verantwoordelijkheid van de JCK-directie om een besluit te nemen over het lot van Errera’s onvervangbare foto’s. Musea hebben, net als kranten, de taak om het tonen van menselijk leed te doseren, opdat het publiek niet murw wordt geslagen. Tegelijk moeten ze niet tuttig zijn maar moedig, en opgewassen tegen gekwetste reacties.

De aanblik van de Vietnamoorlog is veranderd door het naakte ‘napalmmeisje’. De Falling Man die gedistingeerd en onthecht van een van de Twin Towers sprong, belichaamt de tragedie van 9/11 (een gebeurtenis die de Volkskrant overigens uit fotografisch oogpunt blameerde: op de voorpagina stond een kleine foto van de rookkolommen boven Manhattan, iets groter dan een polaroid). De mensheid heeft genoeg verbeelding om te ­weten welke drama’s zich in de Twin Towers hebben voltrokken. Maar op cruciale momenten moeten we drama laten zien.

De Falling Man die gedistingeerd en onthecht van een van de Twin Towers sprong, belichaamt de tragedie van 9/11. Beeld AP

De foto’s van Ernesto Errera tonen ook zo’n cruciaal moment in de geschiedenis. Ongeacht de uitkomst van een publieksenquête, is het onontkoombaar dat het Holocaust Museum (what’s in a name?) ze tot in de eeuwigheid exposeert. Hopelijk dringt dat besef snel door: dan is het drie pinnetjes lostrekken om het vel te verwijderen dat Alberto ­Errera’s foto’s bedekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden