ColumnBert Wagendorp

Tom Dumoulin wint van zichzelf en gaat lekker met de hond wandelen

null Beeld

Zaterdagochtend kwam de NOS door met het volgende nieuwsalert: ‘Tom Dumoulin stopt voor onbepaalde tijd met wielrennen. De renner van Jumbo-Visma geeft aan dat hij “heel moeilijk weet hoe ik mijn weg moet vinden als Tom Dumoulin de wielrenner.” Later meer.’ Er kwam later inderdaad nog veel meer – waaronder een lang interview met Tom op de site van zijn ploeg – maar kernachtiger dan in het eerste bericht kon het niet worden geformuleerd: de mens Tom Dumoulin kan niet meer door één deur met de wielrenner met dezelfde naam. Hij was een gespleten persoonlijkheid geworden.

Dat klinkt tragisch, zeker voor iemand die nog maar dertig jaar oud is en die nog zeker vijf succesvolle jaren voor de boeg leek te hebben. Dumoulin won in 2017 de Giro, een jaar later eindigde hij als tweede in diezelfde ronde en in de Tour de France. Als er één Nederlandse wielrenner was die in staat moest worden geacht na Jan Janssen en Joop Zoetemelk eindelijk voor een derde Nederlandse Tourzege te zorgen, dan was het Tom Dumoulin.

Hierbij moet worden aangetekend dat Dumoulin gelukkig niet is overleden, maar alleen ‘voor onbepaalde tijd’ is gestopt met wielrennen. Voor de camera maakte hij de indruk van een zware last te zijn bevrijd. Hij ging voortaan lekker met de hond wandelen, en verder zou hij wel zien. De opgewekte toon waarop hij dat zei wekte niet de indruk dat we Dumoulin heel snel weer zullen terugzien in het peloton. Hij klonk meer als iemand die zich definitief had verzoend met een afscheid.

Talloos veel jonge sporters hebben maar één doel voor ogen: de wereld bestormen en kampioen worden. Meestal eindigt dat in een desillusie, de weg naar de top is lang en de ratrace genadeloos. Voor degenen die er wel in slagen hun droom te realiseren, is het ook niet altijd halleluja. Het is eenzaam aan de top en met de entree in het walhalla van de allerbesten komt de druk om er te blijven.

Dumoulin fietste rond met een hele supermarktketen op zijn schouders. Plus de loodzware hoop van gans de natie. Hij werd daarvoor riant betaald, Dumoulin hoeft de rest van zijn leven niet meer te werken. Maar kennelijk verzoende het geld hem niet met de weerzin. In de glamourwereld van de topsport is depressiviteit een veelvoorkomend verschijnsel – al horen we daar meestal weinig over.

Het zijn de bijzonder getalenteerde enkelingen die zich langdurig staande weten te houden; hun grootste talent is hun ongevoeligheid voor druk, kritiek, de hardheid van hun wereld en de Sturm und Drang van jonge hemelbestormers. De topsporter is niet te benijden. Hij of zij leeft in een claustrofobische wereld waarin zinloosheid is opgeklopt tot het enige zinvolle: wedstrijden, trainen, leven voor de sport. Een wereld ook waarin je bent wat je doet: op de pedalen staan, hardlopen, scoren – de rest van wat je tot mens maakt, is ballast.

Dumoulins besluit deed me denken aan dat van Klaas Dijkhoff, die recent ook besloot nieuwe wegen in te slaan en zichzelf bevrijdde: geen toekomstig premier van het land. Hij had er ook geen lol meer in.

Dan staat je, als je je die keuze kunt veroorloven, maar één ding te doen: kappen. Daarvoor is moed nodig; meer dan voor gewoon doorgaan. Je moet durven afzien van roem, glorie, geld en groot aanzien. Je moet nieuwe dromen bedenken.

De mens Dumoulin boekte zijn moeilijkste zege tot dusver: hij versloeg zichzelf en wie hij was: de wielrenner T. Dumoulin. Een hele prestatie, waarvoor hij nog éénmaal onze bewondering verdient. Daarna moeten we hem lekker met rust laten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden