Column Frank Kalshoven

Toetsen helpt discriminatie te bestrijden

Voer één eindtoets in voor leerlingen in het basisonderwijs, en gebruik de informatie die dit oplevert, hun score op de eindtoets dus, bij het vaststellen van het advies voor het vervolgonderwijs. Dit kraakheldere advies, ofschoon omfloerster geformuleerd, geeft het Centraal Planbureau aan het kabinet in een deze week verschenen Policy Brief.

Duh. Ik hoop dat dat ook uw reactie is als u zo’n alinea leest. Dat is toch evident? In een systeem waarin scholen veel vrijheid hebben bij het inrichten van het onderwijs, en bovendien een scherp geformuleerd curriculum ontbreekt (er zijn alleen vage leerdoelen), moet er uiteraard aan de meet een uniforme lat zijn. Bovendien, en zeker zo belangrijk: zo’n meetlat voorkomt discriminatie omdat de uitslag van de toets een correctie kan zijn op de (voor)oordelen van de leerkracht.

Maar goed, wij zijn blijkbaar een minderheid. Want de koers die Den Haag vaart, is precies omgekeerd. In plaats van één toets komen er steeds meer, met goedvinden van het ministerie van Onderwijs. En de rol die ‘een’ eindtoets speelt bij het schooladvies is afgezwakt.

Het fijne van het CPB-document (te vinden op cpb.nl) is dat het keurig nagaat waar deze beleidsmatige vrijheid en blijheid toe leidt in de praktijk. En zoals verwacht: fraai is het niet.

Ten eerste: scholen in het primair onderwijs zijn aan het ‘gamen’ geslagen. Tot 2015 was de Centrale Eindtoets (CET) van het Cito dominant. Sindsdien kunnen scholen kiezen uit zo’n vijf toetsaanbieders en daalde het marktaandeel van Cito tot iets meer dan 50 procent. Scholen hebben iets te kiezen en doen dat ook.

Hoe kiezen ze? Scholen waar leerlingen goed scoorden op de Cito-toets bleven veelal bij deze aanbieder. En scholen die relatief slecht scoorden op de Cito-toets stapten juist het vaakst over, rekende het CPB uit. Misschien hebben deze scholen ook wel geprobeerd hun onderwijs te verbeteren – dat vertelt dit verhaal niet – maar ze hebben in elk geval gekeken of ze met een andere toets beter zouden scoren. Wat u zegt, geheel conform verwachting.

En het werkt nog ook. Het CPB schrijft: ‘Leerlingen op scholen die overstappen van eindtoets krijgen in de jaren na de overstap substantieel andere toetsadviezen dan vóór de overstap.’ Welke kant op? Vooral omhoog: meer vwo-advies.

Ten tweede, andermaal conform verwachting: Leerlingen zijn het kind van de rekening. De huidige praktijk is dat kinderen eerst een schooladvies krijgen, dan een toets maken, en recht hebben op ‘heroverweging van het advies’ als hun toetsscore anders is dan verwacht. Deze ‘heroverweging’, de correctie dus op het oordeel van de leerkracht, kan wel of niet worden gehonoreerd.

Hoe doen kinderen het in het voortgezet onderwijs als de leerkracht het beter dacht te weten dan de toets? In de derde klas van het voortgezet onderwijs is dan 32 procent van schoolniveau gewisseld, waarvan veruit het grootste deel (86 procent) een niveau hoger. Als de leerkracht zijn advies wel aanpaste zitten meer kinderen direct op hun plek.

Het CPB zegt niet: gebruik alleen (goede) toetsinformatie om het vervolgonderwijs te bepalen. Maar wel: kinderen hebben er belang bij dat de toetsinformatie een belangrijke rol speelt. En juist als het kinderen betreft van ouders met een migratieachtergrond, een laag inkomen en of een lage opleiding. Toetsen vermindert de impact van vooroordelen; het bevordert kansgelijkheid.

Nu maar hopen dat nu het CPB het opschrijft er wel naar geluisterd wordt.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl,

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.