Column Eva Hoeke

Toen de schoonmoeder van Eva Hoeke op haar verjaardag midden in de nacht drie keer belde, wist ze dat er iets mis was

Vanuit het oosten van het land reden we door de stromende regen terug naar het Dorp. Het was al donker, de verwarming blies condens van het raam, de remlichten van de wagens voor ons veranderden in rood aquarel en ter hoogte van Wageningen ging het zo tekeer dat ik gas terug nam. Bij mijn schoen lag een lege koffiebeker, op het dashboard glansde het rubberen matje dat de Man die middag bij het pompstation had gekocht. Niemand zei iets.

We waren in Velp geweest, op bezoek bij mijn 87-jarige schoonmoeder. Eerder die week was er vasculaire dementie en beginnende alzheimer bij haar geconstateerd, het had bevestigd wat we eigenlijk wel wisten. De herhalingen, de warrigheid in haar verhalen, de pas aangeschafte loeier van een klok met dag en datum, de tientallen post-its in de warme woonkamer die het leven bijeen hielden, het waren de eerste tekenen geweest van een leven dat langzaam losliet, als plaatjes in een verschoten poëziealbum. Op mijn verjaardag had ze om tien voor half 1 gebeld, ’s nachts, drie keer, ondenkbaar voor iemand van een generatie die was gebouwd op beleefdheidsrituelen, een vrouw die in gezonde toestand te beschroomd zou zijn geweest na 8 uur ’s avonds nog te storen. Op de drie voicemailberichten die ik de volgende ochtend afluisterde klonk ze vol ontzette verontschuldiging, het was per ongeluk, echt waar – alsof ik ooit boos op haar zou kunnen worden.

‘Hoe vond jij haar vandaag?’, vroeg ik.

Ik keek even opzij om te zien of de Man wel luisterde.

Hij haalde zijn schouders op. ‘Wel goed, toch?’

Ik keek in de achteruitkijkspiegel. De Dochter (3) was weggedommeld, de jongste (1) tuurde uit het raam. Ze had het steile blonde haar dat in mijn familie niet voorkomt, op de foto’s in mijn schoonmoeders slaapkamer had ik de gelijkenis gezien tussen haar en mijn schoonzus. Tijdens de lunch had mijn Schoonmoeder ons De Gelderlander laten zien met daarin een interview met schrijver Nicci Gerard, die een boek had geschreven over haar aan alzheimer overleden vader. Verbinding met de wereld was nu meer dan ooit belangrijk, sprak ze haar na, ‘zodat je niet verdwijnt’. Het gesprek over ‘wat nu?’ was daarna moeizaam gegaan, zo ver was het nog niet, vond ze.

We aten, ruimden op, wasten af.

Daarna wandelden we door Velp, langs de mooie huizen in de Kerkstraat, langs Roemah Senang op de Kastanjelaan en uiteindelijk de Emmastraat in, waar de Man iemand de hand schudde en de Dochters joelend het schoolplein op holden waar hij meer dan veertig jaar geleden hetzelfde had gedaan. Hij had veel gemopperd over Velp, over hoe saai het was, hoe niets er te beleven viel, maar vanaf de eerste keer dat hij me meenam had ik iets anders gezien, en door mijn ogen, misschien ook omdat we in tegengestelde richting waren gaan wonen, had hij steeds meer moeite gekregen dit straks allemaal voorgoed achter zich te laten. ’s Avonds namen we moeders mee naar pannekoekenrestaurant Strijland in Rheden, waar we ons hardop afvroegen hoe het mogelijk was dat uitgerekend de jongste en oudste aan tafel als eersten klaar waren met hun pannekoek. We lachten, zij lachte, we wílden lachen, en daarna vroeg ze voor de derde keer of het ’s middags druk was geweest in het dorp. ‘Ik zal moeten aanvaarden dat ik niet langer de vrouw ben die ik zou willen zijn’, zei ze toen we gearmd het pand verlieten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.