Column Aleid Truijens

Toen Aleid Truijens zwanger werd, hoorde ze nergens meer bij: niet bij de traditionelen en niet bij de feministen

‘Ben je zwanger? Waarom?!’ Boos boorden de ogen van mijn favoriete, feministische studente in mijn opbollende buik. Ik was een afvallige. Gezwicht voor de traditie, voor het patriarchaat. ‘Je gaat zeker minder werken hè’, zeiden vrouwelijke, kinderloze collega’s. ‘Blijf je eigenlijk wel recensent?’ De directeur zei: ‘Ach kindje, ga toch lekker thuis zitten met je baby’tje. Het was 1987. Ik was dolblij met het nieuwe leven in mijn buik, maar behalve mijn man en ouders stond niemand te juichen. Ik hoorde nergens meer bij. Niet bij de feministen en niet bij de traditionelen.

Toen mijn dochter was geboren, leerde ik dat ik haar bestaan, dat mijn leven volledig op zijn kop zette, op het werk beter kon verzwijgen. Zulke wijverige beuzelpraat zou mijn positie schaden; wij vrouwen zouden dan niet serieus worden genomen. Alleen met jonge vaders kon ik in de pauze lekker zeuren over darmkrampjes, poepluiers en melkstuwingen.

Ik deed wat ik altijd deed als ik het leven niet begreep: ik zocht in de literatuur. Maar romans over moederschap bleken in Nederland schaars. Wel over stekeligheden tussen moeders en dochters, over de titanenstrijd tussen vader en zoon, over bange zoontjes die veel van hun moeder houden, maar niet over de overweldigende ervaring die ik had: de woeste natuurkrachten van het baren en zogen, nieuwe, grote liefde die niet opzegbaar is, de immense verantwoordelijkheid, de angst voor onheil, de vervlogen vrijheid. Waarom schreef niemand daarover?

Later ontdekte ik schrijfsters als Amy Bloom en Edna O’Brien, die niet neerkeken op moeders. Bij ons verschenen prachtige boeken over ouderschap, van P.F. Thomése, A.F.Th. van der Heijden, Peter Terrin, Jan van Mersbergen – allemaal mannen. Voor intellectuele vrouwen bleef het helaas een truttig onderwerp, waarmee ze vreesden in de Libelle-hoek te belanden. In 2007 hoonde Cox Habbema, juryvoorzitter van de Libris Literatuurprijs, vrouwen die schreven over ‘persoonlijke wissewasjes, relatieproblemen of een dood kind’. Ook nu nog is moederschap voor vrouwen die zichzelf serieus nemen, iets waar ze liever niet publiekelijk over praten.

Het is beschamend en potsierlijk dat de CPBN voor het Boekenweekessay een man heeft gekozen, hoe goed Murat Isik ook schrijft. Twintig vrouwelijke auteurs schreven, van de 84 edities, het Boekenweekgeschenk – meer dan genoeg volgens de CPNB. Deze propagandadienst gebruikt vrouwen graag als koopvee, maar is kennelijk bang voor statusverlies als vrouwen de hoofdrol spelen, ook nu zij de laatste jaren de literatuur domineren.

Jan Siebelink, de vaderschrijver, was al gekozen, maar dat voor het essay over ‘de moeder de vrouw’ geen vrouw werd gevraagd is onvergeeflijk, daar hebben de schrijfsters van de boze brief naar de CPBN groot gelijk in.

Maar ik vind het pijnlijk om te lezen dat moederschap voor de briefschrijfsters nog steeds een minderwaardig thema is. En een beroep. Vrouwen zijn ook ‘zakenvrouw, ondernemer, wetenschapper, kapper, bakker, fietsenmaker, hoer, arts, advocaat’, schrijven ze. Goh zeg. Ik zou zeggen: schrijvers, wetenschappers, bakkers, ministers, enzovoort zijn vaak moeder. Waarom zou de keuze voor het thema moederschap vrouwen ‘naar het aanrecht’ terugsturen? Wat een seksistische gedachte. Ze werpt mij veertig jaar terug in de tijd.

Tachtig procent van de vrouwen is moeder. Moederschap is, net als vaderschap, iets wat hart en hoofd vervult, ook bij mensen die niet achter een aanrecht staan. Moederschap is een schitterend en belangrijk thema, waar te weinig over is geschreven.

Ik verheug me op het alternatieve Boekenbal dat Maartje Wortel en Marjolijn van Heemstra organiseren. Ik hoop dat daar een groots essay wordt gepresenteerd, van een vrouw. Over moederschap.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.