Column René Cuperus

Toekomstvertrouwen oogsten bij een naar oriëntatie zoekende bevolking: het is de schone schijn van Prinsjesdag

Misschien wel de belangrijkste taak van politiek is het bezweren van toekomstangst. En dan niet op de opzichtige, doorgestoken manier waarop vlak voor Prinsjesdag even een upbeat-stemming wordt gecreëerd, maar veel serieuzer.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Geheel volgens traditie is het ook dit kabinet weer gelukt op de Derde Dinsdag van September een enigszins optimistisch humeur te produceren. Het kan niet op. Lili en Howick mochten opeens zomaar blijven. Het SCP kwam met een rapport over de torenhoge levenskwaliteit in Nederland: we waarderen ons leven gemiddeld met het rapportcijfer 7,8. Dan waren er natuurlijk de uitgelekte koopkrachtplaatjes van de Miljoenennota: we gaan er met ons allen volgend jaar gemiddeld 1,5 procent in koopkracht op vooruit. En het motto voor morgen werd verklapt: Van ons allemaal, voor ons allemaal. Wat een gezellige en gelukkige gemeenschap zijn we toch hier in Nederland! Ja en nee.

Het ingewikkelde van onze tijd is dat alles tegelijk waar is. Optimisten kunnen hun gelijk halen, pessimisten ook. De criminaliteitscijfers dalen in de statistiek, maar de Nederlandse rechtsstaat wordt zwaar ondermijnd door de georganiseerde drugscriminaliteit. Er wordt plastic uit de oceaan gevist, maar grote vervuilende bedrijven plegen obstructie bij de klimaatdoelstellingen. We zijn nog nooit zo vrij geweest, tegelijk is privacy een verdwenen grondrecht.

Veel mensen zijn optimistisch over het eigen leven, maar pessimistisch over de openbare sfeer. Dat komt overeen met een vroeger motto van het Sociaal en Cultureel Planbureau: ‘Met mij gaat het goed, maar met de samenleving gaat het niet de goede kant uit.’ Veel van het onbehagen en de onderhuidse onzekerheid komt juist daar vandaan. Je kunt jezelf een 7,8 geven, maar als je de samenleving als geheel een 6,5 geeft, en de samenleving van de toekomst bijna een onvoldoende, dan hebben we met een groot probleem te maken.

Een complicerende factor is dat in onze nerveuze mediasamenleving veel mensen hun mens- en wereldbeeld niet zozeer ontlenen aan eigen levenservaringen, maar aan mediabeelden. Het eigen leven geeft vaak weinig aanleiding tot groot pessimisme of toekomstzorgen, maar anders is dat met nieuws over politiek of samenleving. Mensen hebben de natuurlijke neiging schokkende gebeurtenissen uit te vergroten, of die te zien als het begin van een sombere toekomsttrend. Een paar messtekende vluchtelingen is genoeg om een land als Duitsland aan de rand van de paniek te brengen.

Noch de persoonlijke leefwereld noch de mediawereld kunnen een claim doen op de werkelijkheid. Die ligt daar ergens tussenin. Het is aan de politiek en het publieke debat om daartussen te bemiddelen. Zo’n samenlevingsgesprek over de toekomst is er alleen maar urgenter op geworden, omdat ideologieën en tradities als oriëntatiebakens zijn vervaagd. We varen op de tast de toekomst in. Boeiend, maar ook riskant.

Dan wreekt zich dat de hedendaagse politiek op de hoofdvragen van onze tijd te weinig richtinggevende en gezaghebbende geluiden afgeeft. Tussen technocratie en populisme zit een groot niemandsland.

En dus hebben mensen toekomst-angst. Zo zijn ze onzeker over de toekomst van hun werk, omdat daarover de wildste verhalen de ronde doen. We zouden aan de vooravond staan van een nietsontziende technologische revolutie, waarbij robots en kunstmatige intelligentie onze banen vernietigen. Vooral van de mensen die het toch al minder getroffen hebben in de globaliserende kenniseconomie. Wat is hierop het antwoord van de politiek?

Politici slagen er ook nog steeds onvoldoende in toekomstangst weg te nemen bij het vraagstuk van migratie en integratie. Ondanks of juist dankzij de permanente veldslag hierover tussen rechtspopulisten en mainstream politiek. Migranten blijven onder voortdurende integratiedruk staan, terwijl ook veel autochtone Nederlanders het gevoel hebben dat ze in hun eigen samenleving moeten integreren. Hoe die negatieve spiraal van wederzijds wantrouwen te keren?

Mensen zijn ook onzeker over de toekomst van Europa. Daarover worden dubbele signalen afgegeven. Signalen van eenheid en verdeeldheid.

Met gekunstelde koopkrachtplaatjes op een willekeurige Prinsjesdag oogst je geen toekomstvertrouwen bij een naar oriëntatie zoekende bevolking. Daarvoor zijn grote antwoorden nodig op de grote vraagstukken. Big on big, small on small.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.