column Peter Buwalda

Toch vind ik een man als coach vals spel

Vorige week schreef ik dat ik volwassenen die kinderboeken lezen wantrouw, wat tot verontwaardiging leidde bij onder anderen Ted van Lieshout, die dacht dat ik er iets pedofiels mee bedoelde.

Nee, Ted.

Ik bedoelde ermee dat kinderboeken me bij uitstek geschikt lijken voor kinderen, het woord verraadt het al een beetje, en dat ik daarom kort mijn mond zou tuiten wanneer ik bijvoorbeeld naar Scheveningen ging met... Geert Mak, en we na een verkoelende duik op onze handdoeken gingen liggen om wat te lezen, en Geert Grote mensen, daar kan je beter soep van koken tevoorschijn zou halen.

Of Otje.

Zou ik Geert er minder leuk door vinden? Een beetje, misschien. Maar Geert is mijn vriend, in dit voorbeeld althans, en ik wil dat Geert gelukkig is. Evenmin zou ik daarom een krimp geven wanneer we ’s avonds, na onze speedootjes te hebben verruild voor avondkledij, aan tafel gingen in Hotel Des Indes en Geert na de kaart grondig te hebben bestudeerd het kindermenu zou bestellen, bestaande uit patatjes met appelmoes en een parapluutje. Ik zou pas alarm slaan, denk ik, wanneer Geert halverwege de friet in zijn broek zou poepen en wilde dat ik zijn luier zou verschonen.

Iemand twitterde: ‘Een goed kinderboek is misschien wel het summum van literatuur.’

‘Oké’, antwoordde ik. ‘Dus dan is een goed kinderliedje misschien wel het summum van muziek?’

Nee, dat dan weer niet.

Achterblijvend in verwarring bracht dit alles me bij mannelijke bondscoaches. In het vrouwenvoetbal, ­bedoel ik. Ik volg Oranje op de voet, het is een heerlijk voetbalfeest, hopelijk hakken we Amerika in de pan. Het hier en daar betwiste ­niveau vind ik juist opvallend hoog, zeker als je ­bedenkt hoe kort de vrouwen pas voetballen en hoe klein de vijver nog is. (En hoe groot het veld. En hoe lang de helften. Bij schaatsen leggen de vrouwen kortere afstanden af, tennisters spelen een set minder. Eigenlijk zou een vrouwenveld qua afmeting ­gerelateerd moeten worden aan de schietkracht van, zeg, Sherida Spitse en Frenkie de Jong. Al is Frenkie wel een melkmuiltje. Wie weet schiet Spitse wel harder en zadelen we de leeuwinnen op met een gróter veld.)

Toch vind ik een man op de bank vals spel. Ik weet het, alle mannelijke coaches zitten zondag wéér op de bank, maar dan thuis, want ze liggen eruit, nota bene door toedoen van elftallen met vrouwelijke coaches, onder wie onze eigen onvolprezen Sarina Wiegman – dus wat zit je nou te zeiken, hoor ik u denken.

Neem die Phil Neville van de Engelsen. Die weet er wel heel veel van, relatief, alleen al omdat hij jarenlang bij Manchester United heeft gespeeld, samen met Ronaldo. Hij won er zes landstitels, drie FA-cups en een Champions League. Lijkt me heel nuttig, als je de dames iets wil duidelijk maken.

Als ik terugdenk aan het Nederlands eftal van 2014, denk ik allereerst aan Louis van Gaal. Een coach is niet onbelangrijk, wil ik maar zeggen. Dus eigenlijk mogen wij ook één man inzetten, zondag. De Ligt, ofzo. Of Memphis Depay.

Of zeg ik nu toch weer via een u-bocht, ook al ­probeer ik nog zo hard het tegenovergestelde, dat mannen beter kunnen voetballen dan vrouwen? Volwassen mannen? Kleuters? Geert Mak? Ik ben het even kwijt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden