OpinieBevrijdingsdag

Toch al wankele Bevrijdingsdag wordt door corona tot time-out geforceerd

De Dodenherdenking zal stiller en indrukwekkender zijn dan ooit tevoren, in deze coronacrisis. Maar Bevrijdingsdag, dat toch al geen echte rituelen kent, lijkt zijn bestaansrecht intussen verloren te hebben, stelt Sander van Walsum vast.

Beeld ANP

Stilte willen we hebben op 4 mei, en stilte zullen we krijgen. Tenzij niet elke trompettist die gehoor geeft aan de uitnodiging om thuis de taptoe te blazen daar om 20.00 uur al mee klaar is. Dan zit er lokaal misschien een klein rafelrandje rondom de twee minuten stilte. Maar aan de goede wil of de zelfdiscipline van de Nederlanders zal het niet liggen. Voor de overgrote meerderheid is 4 mei de belangrijkste ‘nationale dag’ van het jaar. Voor hen heeft de stilte om acht uur ’s avonds een meer dan symbolische betekenis.

Zo beschouwd, doet het door corona afgedwongen regime geen enkele afbreuk aan de enscenering van de Nationale Dodenherdenking. Integendeel. Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, sprak de hoop uit dat het dit jaar in Nederland zo stil zal zijn als nooit tevoren. Natuurlijk zal de ceremonie op de Dam een bevreemdende aanblik bieden. De foto’s en filmopnames die ervan worden gemaakt, zullen nog vele jaren worden getoond – als treffende illustratie van de huidige uitzonderlijkheid. Maar al die mensen die de route plachten te omzomen die hoogwaardigheidsbekleders afleggen tussen het Koninklijk Paleis en het Nationaal Monument, beklemtoonden vooral de gewijde stilte.

Ontwrichtend

Een zwijgende massa spreekt duidelijker dan een scanderende massa, wordt dan wel gezegd. Vandaar dat mensen de laatste decennia vaak stille tochten afleggen om uitdrukking te geven aan hun geschoktheid na een ontwrichtende gebeurtenis. De mensenmassa op de Dam was ook onderdeel van de continuïteit in de manier waarop wij de oorlogsdoden herdenken. Net als de redevoeringen en de verhalen van ooggetuigen, hun kinderen of kleinkinderen. En de volgorde van de kransleggingen per slachtoffergroep. Het hoort er sinds enkele decennia (niet sinds mensenheugenis) allemaal bij. Net als dat waterige zonnetje dat de aanwezigen beschijnt.

Qua vormgeving is de ceremonie van het ene jaar uitwisselbaar met die van het andere. We weten echt niet meer in welk jaar Marga Minco, Remco Campert, Wim de Bie of Willem Jan Otten hun voordracht hebben gehouden. Of welke scholier in welk jaar uitverkoren was om een gedicht van eigen makelij te declameren. En zo hoort het bij plechtigheden als die op de Dam. Die lenen zich niet voor experimenten of voor een frisse, nieuwe aanpak. Zelfs veranderingsgezinde Nederlanders zouden zich een ongeluk schrikken.

Van die vele jaren waarop de doden op de inmiddels geijkte wijze worden herdacht, herinneren we ons vooral de dissonanten. Die keer dat een paar straten verderop ineens een autoalarm afging. Of die keer, in 2010, dat de Damschreeuwer de ceremonie grondig ontregelde. ‘In die schreeuw zat mijn leven’, verklaarde hij naderhand. En hij wist: als ik tijdens de twee minuten stilte ongearticuleerd ga schreeuwen, is de attentiewaarde verzekerd.

Voetstappen

Maar nu, in coronajaar 2020, zal de stilte niet worden benadrukt door de aanwezigheid van een zwijgende mensenmassa, maar juist door haar afwezigheid. De voetstappen op de Dam zullen nog beter hoorbaar zijn dan in voorgaande jaren. En de zinsnede – bijna een platitude – dat ‘iedereen op zijn eigen wijze herdenkt’, doet nu misschien meer recht aan de werkelijkheid dan voorheen. Tijdens die twee minuten zouden onze gedachten uitgaan naar particuliere gebeurtenissen en naar de doden in de eigen omgeving. Daartoe nodigt een lege Dam misschien wel meer uit dan de aanblik van een massa die eerbiedig zwijgt. Wat uiteraard niet wegneemt dat we zonder aarzelen zullen terugkeren naar de oude enscenering als de omstandigheden dat volgend jaar weer zullen toelaten. Maar déze Dodenherdenking zal ons tot in lengte van jaren bijblijven. Zoveel is zeker.

Nederland is, naar verluidt, het enige land ter wereld waar op de ene dag de doden worden herdacht en op de volgende dag de vrijheid wordt gevierd. Volgens historicus James Kennedy hebben die twee verschillende perspectieven op de oorlog – het perspectief van 4 mei en dat van 5 mei – ‘zich gaandeweg in verschillende richtingen ontwikkeld’. De Dodenherdenking is, alle regionale varianten ten spijt, altijd redelijk vormvast en tijdloos gebleven: stille tochten langs de bijna vierduizend oorlogsmonumenten die Nederland inmiddels kent, kransleggingen onder de sonore klank van een klok, de taptoe bij het vallen van de avond. Daarin is sinds de oorlog in essentie geen verandering gekomen. De ooit geuite vrees dat het ritueel na een jaar of vijftig een stille dood zou sterven, is niet bewaarheid.

Zonder rituelen

De vijfde mei daarentegen, lijkt – schreef Kennedy in 2012 – ‘nog steeds een dag zonder doel en zonder rituelen’. Als Amerikaan (met Nederlandse wortels) kreeg hij ‘de indruk dat Nederland weet hoe te gedenken, maar niet goed weet hoe de vrijheid collectief te vieren’. In landen die het nationalisme met meer overgave omarmen, wordt de viering van het einde van de Tweede Wereldoorlog aangegrepen voor militair vertoon en voor het etaleren van nationale deugden. In Nederland benoemen we ‘ambassadeurs van de vrijheid’ en proberen we amechtig universele boodschappen te verbinden aan vrijheidsconcerten en vrijheidsmaaltijden. Maar als er – volgends de mode van ‘het narratief’ – al een verhaal zou zijn dat op Bevrijdingsdag zou moeten worden verteld, is dat minder eenduidig dan het verhaal van 4 mei.

Als onderdeel van een nationale traditie heeft Bevrijdingsdag dan ook altijd een wankele positie gehad. Werkgevers maakten bezwaar tegen de verheffing van 5 mei tot nationale feestdag omdat zij het personeel dan vrijaf zouden moeten geven. Tegen die achtergrond stelde minister-president Willem Drees in 1953 voor Koninginnedag en 5 mei op één dag te vieren. In 1955 besloot het kabinet de bevrijding voortaan nog slechts één maal per vijf jaar te vieren – in de verwachting dat het feest na verloop van tijd wel zou verpieteren.

Zo is het dus niet gegaan. Maar de vraag is of een Bevrijdingsdag die met zijn festivals, publieke drinkgelagen en vrijmarkten zo sterk op Koningsdag is gaan lijken, zijn bestaansrecht onderhand niet heeft verloren – althans: in zijn huidige vorm. Misschien leidt de door corona geforceerde time-out wel tot een herbezinning op de invulling van deze dag – en misschien wel tot een reanimatie van het ideetje van Willem Drees. 

Sander van Walsum is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden