ColumnEva en Eddy Posthuma de Boer

Tim Krabbés nachtmerrie uit Het gouden ei speelde zich vlakbij ons Franse vakantiehuis af

Mijn dochter las Het gouden ei en deed een huiveringwekkende ontdekking. De plaats delict, daar waar moordenaar Raymond Lemorne toesloeg, zou zich bevinden in een gehucht op een steenworp van ons Franse vakantiehuis. Het was april, we moesten nog even geduld hebben en wachten op vakantie en heropening van grenzen, maar nu vouwen we eindelijk de detailkaart van ons gebied open. Het beruchte gehucht, genaamd Effours, ligt inderdaad op nog geen 10 kilometer bij ons vandaan; wat we hier een steenworp noemen.

Sinds Het gouden ei in 1984 verscheen, behoort het tot de meest boekenlijstbegerenswaardige boeken. Dat ligt zeker aan de omvang – het is heel dun. En dat wil de drukbezette middelbare scholier. Maar het is ook onnoemelijk spannend, ik wist het weer toen ik mijn dochter sidderend en bevend zag lezen. Ze raakte er niet over uitgepraat. 

Zo hakte het er mij bij ook in, dat verhaal van die man die ervoor kiest hetzelfde lot te ondergaan als zijn verdwenen vrouw, omdat hij moet en zal weten wat haar is overkomen. Wat er vervolgens met hem gebeurt, en dus met haar is gebeurd, wat ik niet verklap om het niet te verpesten voor alle toekomstige generaties lezers, maar geloof me: je ergste nachtmerrie. En die heeft zich dus vlak bij ons afgespeeld, in elk geval in het hoofd van schrijver Tim Krabbé. Of zou hij het op ware gebeurtenissen hebben gebaseerd?

Morvan, 1980Beeld Eddy Posthuma de Boer

We wachten tot de avond valt en zetten dan koers naar Effours. Toeval of niet, maar het is volle maan. Om de horrorsfeer te vergroten, draait dochterlief de soundtrack van The Exorcist. Over een onverlichte weg tussen de diepe, duistere bossen kronkelen we de bergen in. Stapvoets rijden we het gehucht in. Aan weerszijden verschuilen zich schimmen van huizen. De muziek gaat zachter, we openen de ramen om de stilte binnen te laten. 

We overleggen fluisterend en slaan linksaf een doodlopend pad op. Onze banden knarsen langs een langgerekt verlaten huis, een half openstaande schuurdeur, gebroken ramen met wapperende flarden gordijn. Aan het eind van het huis loopt het zandpad steil omhoog. Ik rem, niet alleen omdat we niet verder kunnen, maar ook om het beeld dat opdoemt. Gevangen in onze koplampen staat daar, midden op die zanderige helling, een houten tafeltje. Een stoel erachter, een waterkan erop. Mijn dochter laat de Exorcist-klanken aanzwellen, huiverend staren we naar het bizarre stilleven. Ineens, uit het niets maar vlakbij, blaft een hond. Mijn dochter gilt. Ik omklem het stuur en scheur achteruit slingerend terug naar de weg.

Het was daar. Wij weten het. Wij hebben het gezien.

Thuis maken we een kampvuur, als om de geesten te verdrijven. In het schijnsel van de vlammen leest mijn dochter de laatste bladzijden van Het gouden ei voor. Hoe spannend ook, besluiten we, uiteindelijk is het een boek over de liefde. Want we willen wel graag slapen vannacht.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden