ColumnSheila Sitalsing

Tijdens het CDA kandidaat-lijsttrekkersdebat zal Rutte rillend op de bank hebben gezeten

Vroeger, in de jaren dat het CDA met gemak tientallen zetels tegelijk bij elkaar harkte, en geregeld ramvast de grootste of bijna-grootste was, in leden en in stemmen, was het van groot algemeen belang om met precisie en bezorgdheid te volgen wie daar de lijsttrekker voor de parlementsverkiezingen werd. Want voor je het wist, werd zo’n man (altijd een man, want Nederland heeft een superieure cultuur en leest andere regeringen graag de les, maar enfin) premier. Zaten we er jaren aan vast, met Ruud Lubbers die niet weg te krijgen was, of Jan Peter Balkenende die kabinet na kabinet uit zijn handen liet vallen en ijskoud werd herkozen.

Nu het CDA is verworden tot één van de vele middelgrote partijen die om en om komen bovendrijven in de peilingen, zou je kunnen denken dat het niet zo vreselijk veel uitmaakt wie ze daar op 1 zetten. Dat zou een miskenning zijn van de unieke sleutelpositie van het CDA.

Bij een formatie straks, na de verkiezingen komende maart, zijn ze vrijwel zeker nodig om de splinters van het winnende blok aaneen te smeden tot een werkbare meerderheid. Ze zijn daar met min of meer hetzelfde gemak ‘linksig’ of ‘rechts’, voor zover die begrippen nog iets betekenen, en ze kunnen naar believen christelijk doen of wereldser, waarmee beslist niet gezegd is dat het een partij van windvanen is. Eerder een partij die elke keuze voor het pluche altijd aan de leden kan uitleggen onder het kopje ‘bestuurlijke verantwoordelijkheid’ – in Brabant viel onlangs al te zien hoe begripvol CDA-leden kunnen zijn.

Premier zal de CDA-lijsttrekker vermoedelijk niet worden, maar je weet het niet, de kiezer is grillig en ontoerekeningsvatbaar. Alleen daarom al was het debat maandagavond tussen de drie mensen die het CDA de verkiezingen in willen leiden de moeite waard.

Vanwege ‘de corona’ mocht er niet gejuicht worden, en erdoorheen klappen voor de voorkeurslijsttrekker ook niet, want dan konden de mensen thuis het debat niet horen. Dat het platitudes regende, konden de kandidaten ook niet helpen, want alles wat mogelijk kon schuren bleef onaangeroerd. Waardoor het een brave buurtbarbecue bleef van nette mensen, van hoekstenen van de samenleving die alleen samen en samen vanuit het midden voor goede oplossingen zijn en willen investeren in de toekomst en meer van dat.

Daardoor was er niet één vraag over de tragedie in verpleeghuizen die zich onder verantwoordelijkheid van Hugo de Jonge heeft afgespeeld, niet één over samenwerken met Forum voor Democratie waar Mona Keijzer niet op spuugt, en niet één over waarom het CDA in het Europees Parlement de anti-democraten van Fidesz er nog steeds niet horizontaal heeft uitgegooid terwijl Pieter Omtzigt wel minutenlang een soort ‘Europa-visie’ mocht ontvouwen.

Wat duidelijk werd: het CDA moet ‘een brede volkspartij’ zijn (De Jonge), ‘een partij die weer een van de grootste wordt’ (Keijzer), of ‘een echte volkspartij’ (Omtzigt). Keijzer wil drugs verbieden, Omtzigt wil dat we streng zijn tegen Italië, De Jonge wil ‘nadenken over migratie’, waarmee hij vrij verkeer van Europeanen uit Bulgarije bleek te bedoelen, want ‘we hebben het nooit over migratie’. Aan hoeveel migranten De Jonge denkt, zei hij er niet bij. Dat hoefde ook niet, want de debatleider vervolgde met ‘een spannende vraag over muziek’.

Mark Rutte, die met één van deze drie straks de verkiezingsstrijd moet aanbinden, zal rillend op de bank hebben gezeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden