ColumnSylvia Witteman

Tijdens het boodschappen doen had ik ongetwijfeld honderden keren mijn gezicht aangeraakt

Overdag bang zijn en ’s avonds dronken: het is beter dan andersom, maar na een weekje krijg je toch behoefte aan normaliteit, ook met het oog op de vitale organen. Boodschappen doen dan maar. Helaas bleek deze ooit zo prettig banale activiteit inmiddels even link als de ontmanteling van een landmijn. Ik zag een man hoesten op de radijsjes, er kwam een vrouw veel te dicht naast me staan om de laatste doos eieren weg te grissen, een kind met een groene snotpegel betastte liefdevol een hele rij donuts .

Thuis waste ik grondig mijn handen. Van de deskundigen moeten we er een liedje bij zingen; voor de zekerheid koos ik The End van The Doors. Dat duurt 11 minuten en 40 seconden en is ook verder wel toepasselijk. Met ontvelde handen zocht ik op hoe ik mezelf buitenshuis kon beschermen tegen het C-woord.

‘Raak vooral je gezicht niet aan.’ Daar had je ’t al: tijdens het boodschappen doen had ik ongetwijfeld honderden keren keer mijn gezicht aangeraakt. Daar moest ik onmiddellijk mee ophouden. Gewoon afblijven, zei ik tegen mezelf, terwijl ik gedachteloos op mijn duimnagel beet, in mijn ogen wreef en mijn haar achter mijn oor duwde. Hè, verdomme!

Ik maakte mijn toetsenbord schoon met wodka (kostelijke zonde) en zette me aan het tikken van een stukje. Als mijn handen maar iets te doen hadden zou ik wel van mijn gezicht af kunnen blijven, bedacht ik, terwijl ik met mijn kin op mijn linkervuist leunde en met mijn rechterwijsvinger over mijn wenkbrauw streek. Hè, niet doen!

Ik kon natuurlijk op mijn handen gaan zitten, maar dan zou er van werken niks komen. Bovendien had ik die spijkerbroek al drie dagen aan, bedacht ik, dus die krioelde ongetwijfeld van de pestilentie. Nee, ik moest maar gewoon flink zijn. Ik was indertijd toch ook zonder veel moeite van het roken afgekomen? Dit was vast net zoiets, besloot ik, terwijl ik aan mijn neus krabde en aan een oorbel frunnikte. Hou op nou! Aan het werk!

‘Overdag bang zijn en ’s avonds dronken...’, tikte ik. NIET AAN MIJN GEZICHT ZITTEN! Ik voelde ondraaglijke jeuk heen en weer marcheren tussen mijn kruin en mijn sleutelbeen. AFBLIJVEN NOU!

HATSJOE!, hoorde ik achter me. Er spetterden grote, lauwe druppels in mijn nek. Met een ruk draaide ik me om en keek in het grijnzende gezicht van mijn zoon. ‘Geintje’, zei hij. ‘Het is maar water...’ Hij toonde zijn weliswaar natte, maar beslist groezelige handen. En riep, met een blik op mijn puilende angstogen: ‘Mam, djiezus, stel je niet zo aan!’

Ik denk dat ik maar weer ga roken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden