ColumnPeter Winnen

Tijdens de lockdown heb ik me meer zorgen gemaakt om het bioritme van de vrouwen van de coureurs dan om het bioritme van de renners zelf

Het was een interessant onderwerp dat zaterdag in deze krant werd aangesneden: zijn wielrenners seizoengevoelig? Covid-19 heeft een dikke stok tussen de spaken van de traditionele koerscyclus gestoken; iedereen die nog iets wil betekenen moet per direct toeslaan. Dus ook de klassieke voorjaarscoureurs en de specialisten van de zomer. Een zinnetje dat je de laatste tijd vaak hoort is: ‘Je moet pakken wat je pakken kunt’. En rap een beetje, zou ik er aan willen toevoegen. Het virus staat uitdagend langs de kant, het lacht om mondkapjes.

Niki Terpstra verwacht dezelfde renners in de voorjaarsklassiekers van het najaar. Ik ook, het is een kwestie van wetenschappelijke berekening, instelling en tijdnood. Dat de ene onder normale omstandigheden beter is in de lente en de andere beter in de herfst zal niet allesbepalend zijn. Toch sluit ik niet uit dat er een paar tussen zullen fietsen die het gevoel hebben in een vreemd lichaam geboren te zijn.

Michael Boogerd spreekt over ‘een soort bioritme’. Hij zat twee periodes per jaar goed in zijn vel. Eerst in maart en april, en dan nog een keertje in september. Dat heeft hij nog steeds. Hij herinnert zich ook renners die in december de straatstenen eruit reden op training. En daarna niet meer. Zulke renners herinner ik me ook: tragische wintersporters.

Ikzelf was een typische zomercoureur. Pas vanaf een graad of dertig begon de motor soepel te draaien. Dat is me nog een paar keer goed van pas gekomen tijdens de Tour. In de zomer zat ik mentaal en emotioneel ook het beste in mijn vel. Niet gek natuurlijk als een lichaam doet wat het moet doen. Ik heb ook beroerde zomers gekend. En fijne winters. Eigenlijk zat ik elke winter ook heel goed in mijn vel.

Met de Ronde van Lombardije, eind oktober, werd de deur van het wielerseizoen toegeslagen. Honderd of meer koersdagen per jaar waren in de jaren tachtig eerder regel dan uitzondering; ram versleten was ik altijd. Mijn winter begon op het vliegveld van Milaan. Een maand lang geen fiets aanraken, de oogkleppen af, het egocentrisme gestald, tijd hebben voor dierbaren, de pantoffels aan. En elke jaar kwam het weer als een verassing omdat ik het vergeten was: hoe het voelt vers en uitgerust te zijn. De niet-wintermens was top.

Ze heeft het vaak gezegd in februari, mijn partner, ik ben blij dat ik je straks op het vliegveld kan afzetten. Hup, wegwezen, naar het trainingskamp van de ploeg. De uitgeruste trekvogel scheen thuis niet meer te hebben te zijn.

Tijdens de lockdown met de gebarricadeerde koersen heb ik me veel meer zorgen gemaakt om het bioritme van de vrouwen en vriendinnen van de coureurs dan om het bioritme van de renners zelf. Je zult ze maar voor maanden thuis hebben, de vogels zonder luchtruim.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden