Opinie

Tijdelijke contracten zijn óók in het hoger onderwijs normaal, en een bron van onzekerheid, stress en frustratie

Waar de opleiding bloeit, is de docent een oproepkracht. En daalt gestaag de kwaliteit van het hoger onderwijs, betoogt Liesje Schreuders.

Aan de Universiteit van Amsterdam deden vandaag ruim 200 scholieren tentamen voor de decentrale selectie van de rechtenopleidingen. Beeld
Aan de Universiteit van Amsterdam deden vandaag ruim 200 scholieren tentamen voor de decentrale selectie van de rechtenopleidingen.

‘Slavendrijverij’, die term misstond volgens de Volkskrant niet (Commentaar, 29 november, 2020) voor de ‘perverse arbeidsomstandigheden’ waaronder pakketbezorgers tijdens de periode voor Kerst hun werk moesten doen. Deze perverse omstandigheden zijn echter geen gevolg van de coronacrisis, maar van de ‘flexibilisering’ van de arbeidsmarkt die meer dan twee decennia geleden werd ingezet.

Anders dan in dit betoog lijkt, gelden de perverse omstandigheden niet alleen voor flexibele (lees: onbeschermde) werknemers aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt, maar net zo goed voor hen aan de ‘bovenkant’: hoogopgeleide werknemers met goedbetaalde, maar tijdelijke banen die als flexibele schil binnen een organisatie worden afgepeld, leeggeschraapt en vervolgens weggegooid. Onderwijs is een voorbeeld en aanjager geweest van de invoering van wat Marjolein Quené op deze plaats (O&D, 15/2) de ‘managementleer’ heeft genoemd en waarin vakmanschap ondergeschikt is gemaakt aan financiële doelstellingen.

Ontslag, klachten en frustraties

Neem de Hogeschool van Amsterdam. In 2018 werd ik, samen met dertien andere docenten, aangenomen bij de opleiding HBO-Rechten, waar zo’n zestig docenten in dienst zijn. Na ruim twee jaar kregen van dit clubje twee 30-minners een vast contract. De rest kreeg zonder opgaaf van redenen ontslag (of: ‘niet-verlenging’), waarna direct nieuwe tijdelijke krachten op dezelfde functies werden aangenomen.

Zo ging het al jaren, zeiden mijn collega’s: ondanks de klachten en frustraties van zowel tijdelijke als vaste werknemers, moesten steeds nieuwe docenten worden ingewerkt en kwamen managers steeds weer met nieuwe argumenten waarom ze toch niet voldeden.

In de praktijk leidt dit wanbeleid, dat ook elders usance is, tot onzekerheid, machteloosheid en vervreemding bij docenten in zowel vaste als tijdelijke dienst. De docent geeft pas goed les door betrokkenheid bij de inhoud van het vak, bij het werk van directe collega’s en (vooral) bij de ontwikkeling van zijn of haar studenten. Dat staat op gespannen voet met de willekeur in beoordeling en de onverschilligheid voor de kwaliteit door de organisatie of werkgever. Uiteindelijk zijn de studenten, en de maatschappij als geheel, de dupe.

70 procent tijdelijke contracten

Al is het salaris beter dan dat van een postbezorger, het beroep van docent in het reguliere onderwijs – waaraan iedereen meebetaalt en waarvan de kwaliteit blijft dalen volgens internationale ranglijsten zoals het Pisa – leent zich niet voor flexibele arbeid. Toch maakt ruim 70 procent van alle werkgevers in de onderwijssector, aldus het SCP, gebruik van tijdelijke contracten: meer dan in de hele maatschappij.

De vraag is natuurlijk waarom. Het antwoord schuilt in de financiering, en daarmee besturing, van het onderwijs. Bekend is de ‘perverse prikkel’ van de lumpsum: een vorm van financiering die al sinds de jaren zestig bestaat voor het wetenschappelijk onderwijs en in 2006 ook is ingevoerd in het basisonderwijs. Onder leiding van staatssecretarissen Deetman (CDA) en Wallage (PvdA) was het expliciete doel ervan ‘de doelmatigheid van het onderwijs te vergroten, mede door het invoeren van prikkels zoals financiering op basis van diploma’s naast studentenaantallen’. In het akkoord (zomer 1990) stonden niet alleen deze afspraken over bezuinigingen, ook moesten de instellingen zelf beleid maken voor de formatie, personeel, taken, nascholingen, et cetera.

Quené beschrijft in haar boek Voorbij de managementmaatschappij de toenemende polarisatie op de arbeidsmarkt niet louter als een groeiende kloof tussen hoog- en laagopgeleid werk, maar ook als éénvan een scheiding tussen controleurs en gecontroleerden: ‘Ook hoogopgeleide artsen of docenten kunnen door managers gecontroleerd worden. Zij worden dan niet gecontroleerd op hun vakmanschap, maar op hun bijdrage aan de financiële doelstelling.’

‘Rendement’

De kwaliteit van het werk of inzet zijn niet langer relevant voor de beoordeling, de manager vraagt om een flexibele, niet-kritische houding. Quené schrijft: ‘Flexibiliteit van de werknemer betekent in de praktijk dat hij telkens gedwongen wordt iets wat hij zich eigen heeft gemaakt weer op te geven. (...) Bovendien is de beoordeling op ‘potentieel’ voor de werknemer onplezierig. Het is namelijk geen objectief, maar een subjectief oordeel. (...) Dat is hard en persoonlijk, en die macht voelt de werknemer, want hij staat er machteloos tegenover.’

Vraag het de managers en de opleiding HBO-Rechten aan de Hogeschool van Amsterdam is een succes: veel studenten, hoog ‘rendement’. Vraag het de docenten en de opleiding is een bron van onzekerheid, stress en frustratie. Vraag het de studenten... maar hun wordt niets gevraagd. Zij zijn al blij als ze hun halve familie mogen uitnodigen voor een spetterende propedeuse-uitreiking in de aula van de hogeschool.

Afgelopen najaar werd ik door mijn voormalige interim-manager aan de HvA gevraagd om zo’n hbo-propedeuse-uitreiking bij te wonen. En of ik daarbij niet voor een paar studenten een praatje zou willen houden, ‘om het waardevol te maken’. Het kon ook via video. ‘Zou super tof zijn.’

‘Maar ik werk toch niet meer voor jullie?’, appte ik terug. Dat maakte niets uit. Het leek zelfs een beetje flauw daar nu op terug te komen. Ik was immers de enige die deze studenten goed kende en wist wat ze in hun mars hadden. ‘Doe het voor de studenten’, drong ze aan. Waar had ik dat eerder gehoord? Met kloppend hart heb ik haar laten weten wat mijn freelancetarief is. Niks meer van vernomen.

Liesje Schreuders is auteur en freelance-docent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden