ColumnMartin Sommer

Tijd voor een actieplan tegen de ongezonde academische atmosfeer

Begin van de week opende minister Van Engelshoven (Onderwijs) het academisch jaar. Ze hield een gezellig praatje over haar studententijd in Nijmegen. Dezelfde dag zag haar Actieplan Diversiteit en Inclusie het licht. Ik had de indruk dat daarmee iets minder klaroengeschal gemoeid was. Terecht, want van heldenmoed loopt het plan niet over.

Ogenschijnlijk is diversiteit een volstrekt voor de hand liggend streven. Meer vrouwelijke hoogleraren. Prima. Maar dan wordt het plan al vlot rijkelijk vaag. Iedereen een veilige omgeving. Diversiteit en inclusie ‘beter verankerd in bestaande instrumenten’. Een van die ‘instrumenten’ is NWO, en NWO is de machine die jaarlijks honderden miljoenen onderzoeksgeld verdeelt. Daar begint de argwaan.

Als de minister iets dapperder was geweest, had ze gewaarschuwd voor de uitwassen van diversiteit en inclusie. Lelijk neologisme trouwens, inclusie, dat meteen uitwijst hoezeer de wind uit Amerikaanse hoek waait. Sinds Black Lives Matter lijkt er ook aan Nederlandse universiteiten nog maar één brandende kwestie en dat is racisme. Geen universiteit die niet een plechtige verklaring uitgaf van solidariteit met de zwarte bevolking in de VS. De Universiteit Utrecht nam zich voor het hele curriculum ‘kritisch te evalueren en te dekoloniseren’. De verklaring was getekend door ‘Dean’ James Kennedy, die toch als geen ander zou moeten weten dat Nederland niet hetzelfde als Amerika is.

Als minister Ingrid van Engelshoven iets dapperder was geweest in haar Actieplan, had ze gewaarschuwd voor de uitwassen van diversiteit en inclusie. Beeld Kiki Groot

Studenten eisten dat universiteitsgebouw ‘Linnaeus’ in Nijmegen een nieuwe naam krijgt, aangezien deze bioloog zich zou hebben bezondigd aan het rangschikken van mensen naar hun huidskleur. In Groningen kloegen de ‘internationals’, dat zijn buitenlandse studenten, dat er zo veel witte mensen rondlopen met witte omgangsvormen. De klacht van hun collega’s in Amsterdam was dat het curriculum zelf een te Nederlands karakter had. Alles in het kader van de inclusie.

De Amsterdamse emeritus hoogleraar Meindert Fennema had geschreven dat diversiteit de dood in de pot is voor het wetenschappelijke debat, waarna hij het etiket racistisch kreeg. Een forse beschuldiging. Des te verrassender dat er geen Amsterdamse collega was die het voor hem opnam. Aan Amerikaanse universiteiten bestaat al een tijdje het fenomeen cancelling, dat wil zeggen mensen uitschakelen door ze zwart te maken. Woensdag stond er een groot uitlegstuk over in deze krant. De aantijging van racisme is hier heel effectief.

James Kennedy, Dean van de Universiteit Utrecht, zou toch als geen ander moeten weten dat Nederland niet hetzelfde als Amerika is.Beeld Kiki Groot

Tegelijkertijd is cancelling ook een schimmig begrip, omdat het bestaan ervan juist door degenen die zich ervan bedienen, luidruchtig wordt ontkend. In Amerika tekenden onder anderen Salman Rushdie, J.K. Rowling en Fareed Zakaria een open brief tegen cancelling als ‘de mode van het publiekelijk aan de schandpaal nagelen en uitsluiten’. Daarna kregen zij er in het blad The Atlantic van langs, als slapjanussen die de hitte van het publieke debat niet konden verdragen. Zelf hadden zij immers niets te vrezen, ze waren niet ontslagen, integendeel, ze hebben een benijdenswaardige positie, dus moeten ze niet zeuren over uitsluiting. Manifesten tegen cancelling zijn kinderachtig en provinciaals, want zo werkt vrijheid van meningsuiting nou eenmaal. Wie uitdeelt moet ook kunnen incasseren. Hetzelfde argument werd hier in de krant gebruikt tegen columnist Max Pam, die aangifte deed in verband met een aantijging van racisme. Je gaat toch geen aangifte doen in het vrije debat?

Maar het idee dat het hier om het vrije woord gaat, is op zijn best naïef te noemen. Het doel van de racismebeschuldiging, vaak gecombineerd met klikken bij de baas, is nu juist om iemand af te serveren door zijn reputatie aan te tasten. In de academische wereld is reputatie, dat wil zeggen het oordeel van collega’s, van levensbelang. Daar hangen citeerbaarheid, beurzen, subsidies en benoemingen van af. Zodoende is roddel – hij is een racist – heel doeltreffend om iemand een kopje kleiner te maken. Iemand een racistische professor noemen is niet onschuldig.

Ruud Koopmans, hoogleraar sociologie in Berlijn, ondervond een en ander aan den lijve. Hij vertelde me dat hij indertijd onderzoek deed naar extreem-rechts in Duitsland. Hij had geen enkele moeilijkheid om te publiceren. Dat werd anders toen hij zijn zoeklicht richtte op het islamitisch fundamentalisme. Het werd lastiger om zijn artikelen afgedrukt te krijgen in tijdschriften, zijn promovendi werden elders geweerd of kregen bij sollicitaties vragen over hun promotor. Studenten rebelleerden tegen het veronderstelde racisme van Koopmans en sindsdien is hij ook in de Duitse media ‘de omstreden professor’.

Toen Ruud Koopmans, hoogleraar sociologie in Berlijn, zijn zoeklicht richtte op het islamitisch fundamentalisme, gingen studenten rebelleren tegen zijn veronderstelde racisme. Sindsdien is hij ook in de Duitse media ‘de omstreden professor’.Beeld Marlena Waldthausen

De meesten zullen hemel en aarde bewegen om dit lot te voorkomen. Het gevolg is een grootscheeps meebuigen met de heersende wind. Onder het nieuwe illiberalisme betekent het schrijven van ‘blank’ in plaats van ‘wit’ al een minnetje op het rapport. En zelfs je inzetten voor het Nederlands is niet meer zonder risico. Ik ken een niet nader te noemen hoogleraar die een warm pleitbezorger is voor het Nederlands als universitaire voertaal, en tegelijkertijd als de dood dat GeenStijl zich opwerpt als geestverwant.

Een dappere minister had over dit ongezonde intellectuele klimaat wat gezegd. Van Engelshoven schrijft in haar Actieplan hoe belangrijk het is om een leer- en werkomgeving te creëren waarin iedereen zich veilig voelt. Zo is het natuurlijk, al vrees ik dat deze minister hiermee heel wat anders bedoelt dan ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden