Column Aleid Truijens

Tijd om te investeren in de leraren, want zij maken de scholen

Arie Slob is meteen goed op stoom als Onderwijsminister, veel beter dan zijn collega die hoger onderwijs doet. Als oud-leraar wil hij ‘de leraar de regie teruggeven’, een cliché dat ook zijn voorgangers steevast bezigden, maar aan Slob kun je zien dat hij het méént en heeft nagedacht over hoe dat dan moet. Dat is nieuw op dit ministerie.

Slob heeft besloten dat rare lerarenregister nu niet in te voeren. Zo’n register komt de zelfstandigheid van de leraren niet ten goede en hun ‘professionalisering’ evenmin. Van leraren mag je eisen dat ze de juiste lesbevoegdheid hebben – dat is lang niet altijd het geval – en daar kan het ministerie ook zonder register op toezien.

Leraren zijn geen ondernemers, zoals advocaten en een deel van de artsen, zij hebben een werkgever. Een schoolbestuur kan via de directies, met het register als dreigmiddel, leraren verplicht op ‘bijscholing’ sturen en hen daardoor kneden in de gewenste onderwijskundige richting, ook al gaat dat tegen hun professionele inzichten in. In de praktijk worden leraren nu al naar onzinnige en onnozele cursussen gestuurd, vaak van beschamend niveau. Daar worden alleen de organiserende bureautjes beter van.

Hadden de leraren ooit wel ‘de regie’? Dan moeten we wel heel ver teruggaan, naar de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Niet dat al het onderwijs toen voortreffelijk was, maar de leraar heerste als een koning in eigen rijk. In de jaren tachtig klonk alom gemor over nare bemoeizucht en bureaucratie uit Den Haag of Zoetermeer. In de jaren negentig werd de lumpsum ingevoerd en trok de overheid zich terug. De schoolbesturen kregen meer vrijheid, en de leraren nóg minder vrijheid dan onder de knoet van het ministerie. Als je dit ongelukkige systeem behoudt, wordt het erg moeilijk om de leraren enige regie te gunnen. Ook de minister zou de regie moeten terugpakken.

Goed idee van Slob om bij een dreigend lerarentekort de komst van zij-instromers te stimuleren. Er lopen in het bedrijfsleven heel wat mensen rond die best eens iets anders zouden willen, maar het omscholingstraject is onnodig ingewikkeld en de begeleiding van de nieuwkomers gering. Lees het voortreffelijke verhaal daarover van Anneke Groen in De Groene Amsterdammer (7-6-2018). Ook parttimeleraren, die een ander deel van de week een vak in de praktijk uitoefenen, kunnen voor verfrissing zorgen, ook al spreekt de SP honend van ‘hobbyleraren’.

Het beste idee tot nu toe is om Alexander Rinnooy Kan in te schakelen als ‘verkenner’, die bij scholen langsgaat om te praten. In 2007 was hij voorzitter van de ‘Commissie leraren’ die onderzocht wat er was misgegaan in het onderwijs. Ook toen was de aanleiding: ‘We staan aan de vooravond van een dramatisch kwantitatief tekort aan kwalitatief goede leraren.’

In het leesbare rapport Leerkracht! van die commissie staan adviezen die we nu integraal kunnen overnemen. Zoals: versterk de beroepsgroep, verhoog de kwaliteit van de leraren, stimuleer scholing naar een hogere kwalificatie, bied leraren zelfstandigheid en betaal hun beter. Indertijd kwam er weinig van terecht; de crisis kwam ertussen. De salarissen stegen een beetje. Het opleidingsniveau daalde; steeds minder leraren hebben een academische achtergrond. Op de kwaliteit van de lerarenopleidingen is nog altijd veel aan te merken. Over het beroep kwam, in Slobs woorden, ‘een grauwsluier’ te hangen.

De crisis is voorbij. Tijd om te investeren. Ik hoop dat Rinnooy Kan écht met de leraren gaat praten en hun wensen inventariseert, en niet met hun werkgevers of de ‘raden’ waar de macht klontert. De scholen, dat zijn de leraren. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.