Opinie

Tijd om het vrije woord echt te gaan vertrouwen

De Franse justitie vervolgt tientallen mensen, onder wie de komiek Dieudonné. Dat is niet de juiste weg.

Dieudonne M'Bala M'BalaBeeld reuters

'Ik voel me Charlie Coulibaly.' Enkele dagen na deze opmerking werd de Franse komiek Dieudonné in zijn huis gearresteerd door een groep agenten. Door te sympathiseren met de aanslagpleger op een joodse supermarkt in Parijs is hij kennelijk de veelbesproken grens van het vrije woord overgegaan. En hij is niet de enige. Het Franse Openbaar Ministerie heeft aangekondigd vervolging in te stellen tegen tientallen individuen.

Voor sommigen zal dit misschien een ruw ontwaken zijn geweest. De afgelopen dagen werd onze 'open samenleving' vaak geprezen om haar vrijwel eindeloze tolerantie. Alles moet gezegd kunnen worden, zelfs wanneer het onaangenaam of kwetsend is. In het westerse debat, zo geloofden we even, is geen plaats voor kleinzerigen en gekrenkten.

De werkelijkheid ligt uiteraard anders. Ook de open, westerse samenlevingen stellen duidelijke maatschappelijke (en juridische) grenzen aan de uitingsvrijheid. Zie bijvoorbeeld de Amerikaanse geneticus James Watson die onlangs zijn Nobelprijsmedaille veilde en met de opbrengst de gunst wilde terugkopen van de instituten waar hij gewerkt had. Reden was dat hij een verband had gelegd tussen ras en intelligentie waarna hij werd verstoten uit het debat. Ook in eigen land treden we op als 'vervuiling' van de gespreksruimte dreigt, bijvoorbeeld wanneer Mein Kampf te koop wordt aangeboden, wanneer een politicus 'minder Marokkanen' wil en wanneer een selfie van gekleurde Oranje-voetballers wordt voorzien van denigrerend commentaar.

Maar als het ons zo uitkomt, vergeten we deze beperkingen liever. En toegegeven, het beeld van absolute vrijheid die wordt bedreigd door de duistere barbarij is mooi in zijn dramatiek. Echter, de dubbele standaard blijft om een verklaring vragen: waarom duldt de 'vrije samenleving' wel Mohammed-cartoons, maar geen anti-semitische en racistische uitingen in serieuze of satirische vorm? En, in spiegelbeeld: waarom is in de Arabische regio blasfemie een doodzonde terwijl aan onze westerse taboes minder zwaar wordt getild?

Bij het bepalen van de grenzen lijkt, in beide gevallen, angst de belangrijkste raadgever. In de Arabische wereld is deze vooral gericht op het goddelijke. Individuele vrijheid houdt op wanneer deze wordt ingezet voor een aanval op de hogere macht, bijvoorbeeld door de profeet af te beelden of koranverzen te ontheiligen.

In de westerse samenlevingen is het juist angst voor de wispelturige mens die de uitingsvrijheid beperkt. Wanneer we ongestraft 'minder Marokkanen' kunnen roepen, zou de samenleving nog eens aangestoken kunnen worden met verkeerde ideeën. En hetzelfde geldt voor racistische uitlatingen. Wie beweert dat het ene ras intelligenter is dan het andere, baant misschien de weg voor conflicten, onderdrukking of erger. Godsdienstkritiek, daarentegen, is een aanval op een abstractie en daarmee ongevaarlijk. Dus zolang het zich niet op de aanhangers ervan richt, mogen religieuze symbolen en theorieën aangevallen worden.

Maar schieten we wat op met onze angst voor de mens? Vaak lijkt die onterecht. Moeten we bang zijn voor de polariserende werking van Dieudonné die roept dat hij zich Charlie Coulibaly voelt? Zeker als op hetzelfde moment miljoenen Europeanen de straat opgaan om hun afkeer uit te spreken? Kennelijk is de veerkracht van de open samenleving vooral iets om te prijzen, maar niet iets om echt op te vertrouwen.

En wanneer de angst voor een ontsporende samenleving wél terecht is, wat kunnen deze 'grenzen' dan nog verhinderen? Een maatschappij die afglijdt, laat zich niets in de weg leggen. Kortom, we lachen (terecht) om de vrees dat een cartoon de goddelijke orde verstoort, maar hoe reëel en functioneel zijn onze eigen angsten? Misschien wordt het tijd dat we het vrije woord werkelijk gaan vertrouwen, wie er ook gebruik van maakt. Dan pas kunnen we met recht beweren dat we Charlie zijn.

Lodewijk Pessers is als promovendus verbonden aan Inst. voor Informatierecht (UvA).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden