Column Toine Heijmans

Tienduizend terajoule: het IJsselmeer als mega-energiefabriek

Waarom moet het IJsselmeer dienen als energiefabriek?

Naar buiten gaan helpt, je ziet nog eens wat, in dit geval een kruivend IJsselmeer. En daar komt Matthijs Sienot aangereden, het energieke Tweede Kamerlid van D66, in een door zonnepanelen opgeladen elektrische deelauto – ‘adel verplicht’. Het is halverwege de dijk, aan de werkhaven, en hij komt op mijn verzoek. Matthijs wil drijvende zonnepanelen in het IJsselmeer, duizenden hectaren, een technische klimaatoplossing. Ik wil hem het kruivende IJsselmeer laten zien, oneindig koud onder een felgrijze hemel.

Een leeg IJsselmeer.

Het plan-Sienot voorziet in ‘energietuinen’, ‘zonvolgende systemen’, ‘zonnezandbanken’ en ‘zonne-eilanden’ bedacht door ‘slimme ondernemers’. Het IJsselmeer is leeg (‘de Noordzee raakt al behoorlijk volgepland’) en goed voor tienduizend terajoule, dat is een eenvoudige rekensom. 450 hectare zonne-eiland hier bij Trintelhaven = elektriciteit voor 99 duizend huishoudens. ‘Wat mij drijft is die enorme uitdaging waar we voor staan om onze klimaatdoelen te halen’, zegt Matthijs meteen. ‘Als je nu niet zegt: we nemen het initiatief in handen, zie ik het somber in.’

Het IJsselmeer als mega-energiefabriek – knoop in mijn maag. Maar alle bezwaren die ik bedenk (de vogels, de golven, de vissen, het drinkwater, het Hollands licht, de ijsgang, de watertemperatuur, het onderhoud) zijn al getackeld door ingenieurs en slimme ondernemers. Technisch vernuft komt in Nederland vaak sneller dan je denkt. Blijft over het verdwijnen van de oneindigheid, van de wildernis IJsselmeer. Stel je voor, zeg ik tegen Matthijs: een veld zonnepanelen, hier op deze plek, van vijf bij vijf kilometer, hoe had je dat gedacht? ‘Over de plek ga ik niet’, zegt hij terug, ‘maar er zijn technische oplossingen om ze bijna onzichtbaar te maken.’ Windmolens, die zijn pas zichtbaar.

Nu Nederland snel voller raakt, terwijl het dezelfde afmetingen houdt, richten begerige blikken zich op het IJsselmeer. Nederlanders denken als ingenieurs: natuur is prima maar kan altijd efficiënter, en staat ten dienste van de mens. Er loopt, denk ik, een rechte lijn tussen de plannen van Cornelis Lely met de Zuiderzee en de plannen van Matthijs Sienot. Zoals Matthijs op de dijk staat lijkt hij zelfs op Lely, die op de Afsluitdijk een standbeeld heeft.

Matthijs Sienot.

Matthijs is een optimist die denkt in oplossingen en technologie, ‘ik wil uitgaan van wat wél kan’. Het verschil met Lely is dat hij oog heeft voor het milieu. ‘Je hebt een fair punt Toine, dit is natuurgebied. Maar in die wrijving kan iets moois ontstaan. Het IJsselmeer is 220 duizend voetbalvelden groot: ongelooflijk veel ruimte om zonnepanelen en natuur slim te combineren.’

Drijvende panelen leveren meer op omdat het water koelt. En om de zonne-eilanden heen komen cirkeldijken met aanlegsteigers en ondieptes, ‘heel prettige plekken om te foerageren. Het is twee keer winst’.

De dijk Lelystad-Enkhuizen is een werkplaats, overgenomen door gronddumpers en sproeipontons. Lawaai van bulldozers die keien kiepen. Hier wordt natuur gemaakt, bedoeld om, staat op een informatiebord, ‘het water in toom te houden’. Heel Hollands. Op de tekentafels ziet het er schitterend uit, maar morgen varen de vissers van Zoutkamp met de vlag halfstok: vijftig jaar later is er nog steeds verdriet over de afsluiting van de Lauwerszee, die ze door de ingenieurs is afgenomen.

De dijk is een werkplaats.

‘Toine, sorry dat ik je onderbreek, maar het gaat niet om velden vol aaneengesloten zonnepanelen hoor, er zit ruimte tussen zodat de lichtinval goed is geregeld. Stel je het voor als een gebied met verschillende eilandjes. Tegen een geringe meerinvestering kun je er ook oesterbanken aanleggen.’

Matthijs begrijpt mijn ‘romantische blik’, maar stelt daar ‘een gigantische klimaatopgave’ tegenover.

Komt de vraag op tafel waarom het nodig is zoveel energie te maken. Dit is een klein land met een grote mond: de mega-energieverbruikers produceren veelal voor de export. Minder energie verbruiken is ook een middel om klimaatdoelen te halen – alleen hoor je daar zo weinig over. ‘Klopt’, zegt Matthijs, ‘maar dat hebben we niet in één keer veranderd.’ Bedrijven zijn verplicht om voor de zomer door te geven hoe ze energie gaan besparen, ‘93 procent heeft dat nog niet gedaan’.

Zo kijken we naar het water. Ik probeer Matthijs te vertellen over een eenzame zeiltocht, afgelopen winter, het geluk van de opkomende zon, ijs aan dek, een streep aalscholvers voor de boeg – wat leegheid met een mens kan doen, het belang ervan. Geen romantiek: het IJsselmeer laat een overvol land ademhalen.

Ik weet niet of het overkomt.

Maar dan zegt Matthijs: ‘Inderdaad, wel mooi hier’, en als we teruglopen: ‘Weet je… ik stond er een beetje in als een architect geloof ik. Dat je een grote open ruimte nodig hebt… ik ga dat zeker meenemen, dankjewel.’

Naar buiten gaan helpt, altijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden