Opinie Financiële crisis

Tien jaar na de crisis: weer danst men op de vulkaan

Tien jaar na het begin van de mondiale financiële crisis wordt er nog steeds gewezen op de hebzucht in de financiële sector, maar het zijn juist de bestuurlijke elites die geen lessen hebben geleerd, aldus politicoloog Sander Boon. 

Verlaten huizen nabij het ooit welvarende Brush Park in Detroit, 2010. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Tien jaar na de val van Lehman Brothers wordt door economen, direct betrokkenen en beleidsmakers de balans opgemaakt. Wat betreft de lessen die zijn geleerd, varieert het van ‘er is veel ten goede veranderd, crises zoals toen behoren tot het verleden’ tot ‘er is niets veranderd, een nieuwe zware crisis is aanstaande’.

Het wijde spectrum aan meningen maakt ongemakkelijk. Want wie heeft gelijk? Het gaat ook weer over de schuldvraag. Wat opvalt is dat er nog steeds uitdrukkelijk wordt gewezen op de hebzucht in de financiële sector. De les die bestuurders hebben geleerd is dat ze deze sector weer strak moesten reguleren, om excessen te voorkomen. Maar is dit wel de echte les? Diezelfde bestuurders hebben de afgelopen decennia met overtuiging de samenwerking gezocht met financiële markten. Is uit deze vaak innige samenwerking wellicht een belangrijker les te leren?

Overheden zijn in onze tijd veel omvangrijker dan in vroeger tijden. Dat komt omdat het takenpakket geleidelijk steeds ruimer is geworden, met name in de zorg en op sociaal vlak. Zo gaat in Nederland meer dan twee derde van de begroting naar deze twee posten. Om deze uitgaven te bekostigen, wordt niet alleen belastinggeld geïnd. Overheden lenen ook geld van banken en andere financiële partijen om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Denk aan staatsleningen voor infrastructuur, investeringen in onderwijs en zorg en in slechte tijden het stimuleren van economische groei. Pensioenfondsen waren vanouds de belangrijkste kopers van staatsleningen, omdat ze werden gezien als veilige belegging.

Vervlechting overheid en financiële markt

In de jaren ’70 ontstond het probleem dat overheden, de Amerikaanse voorop, veel geld nodig hadden om aan hun sociale verplichtingen te kunnen voldoen, terwijl de belastinginkomsten daalden door een stagnerende wereldeconomie. Als oplossing zijn overheden zich in toenemende mate gaan wenden tot financiële markten voor financiering van hun uitgaven.

Om financiële markten meer armslag te geven werd begin jaren ’80 onder leiding van de VS gekozen voor vergaande deregulering. De vrijere armslag maakte kredietschepping eenvoudiger en winstgevender, de internationale kapitaalmarkt groeide gestaag. Beleidsmakers stemden ermee in dat staatsleningen in toenemende mate door financiële partijen werden ingezet als onderpand bij financiële transacties. Dit was voordelig voor die partijen, omdat er zo op een veilige manier geld kon worden geparkeerd en ook meer krediet kon worden gecreëerd.

Voor overheden was er ook voordeel, namelijk een stabiele vraag naar staatsleningen en meer armslag om beleidsdoeleinden te behalen. Zowel sociaaldemocraten (Derde Weg) en confessionelen (compassionate conservatism) als liberalen (neoliberalisme) gingen erin mee. Op deze wijze heeft er een vervlechting kunnen ontstaan tussen overheden en de mondiaal functionerende financiële markten.

Middenklasse blijft achter

De publiek-private vervlechting heeft invloed op zowel het functioneren van ons publieke bestel, als op de bestendigheid van onze welvaart. Een eerste knelpunt is bestuurlijke ondoorzichtigheid. De bestuurlijke elite opereert binnen nationale grenzen, maar geeft tevens vorm aan soepel functionerende grensoverschrijdende financiële markten. Ze probeert als het ware twee heren te dienen.

Dat levert soms opzichtige belangenverstrengeling op. Een maatregel als het afschaffen van de dividendbelasting voor buitenlandse beleggers, een voor kiezers uit het niets opgekomen dure maatregel, laat zien waar voor de bestuurlijke elite de prioriteit ligt. Een ander belangrijk knelpunt betreft de inherente instabiliteit van het huidige financiële systeem. De publiek-private vervlechting leidt tot overkreditering, een stijgende collectieve schuldenlast, (tijdelijke) economische groei, seriële financiële bubbels, schevere welvaartsverdeling, crises en een daaropvolgende stagnerende economie.

De crisis van 2008 was een schuldencrisis die begon bij hypotheekleningen en in 2010 is overgegaan op Europese staatsleningen. De economische nasleep heeft jaren geduurd. De middenklasse betaalt door deze cycli heen voor het in stand houden van de verzorgingsstaat en staat uiteindelijk ook garant voor de risico’s en verliezen in het financieel systeem. Gevolg is dat de middenklasse al veertig jaar achterblijft bij het toebedelen van de welvaart. Terwijl de bestuurlijke elite zich gedraagt alsof dit de gewoonste zaak ter wereld is, nemen de publieke armoede en onvrede hand over hand toe.

Terug naar het kredietfeest

De bestuurlijke elites die werden verrast door zowel de diepte als de lange nasleep van de crisis in 2008, hebben geen lessen geleerd. Tien jaar na de crisis moeten we constateren dat het gemak van uitbundige kredietverlening door een soepel functionerende kapitaalmarkt verslavend werkt. De Amerikanen zijn alweer bezig om eerder genomen regulering af te breken. De Europese Commissie is na eerdere aarzeling in mei 2018 vol gaan staan achter het initiatief Capital Markets Union, een Europese kapitaalmarkt. Kern van het plan is een mix van verpakte staatsleningen van verschillende Europese lidstaten, die het stempel van ‘risicovrij’ moeten krijgen. Waar kennen we dit ook alweer van? De Commissie kiest voor deze route, omdat het de snelste weg is richting een geïntegreerde Europese economie. Financiële markten zijn voor, omdat er meer geld kan worden verdiend. De ECB is voor, omdat monetair beleid makkelijker kan worden uitgevoerd. Veel lidstaten van de EU zijn voor, omdat hun staatsleningen veel minder onderhevig zullen zijn aan marktkrachten. Terugkeer naar het kredietfeest van voor de crisis van 2008 staat hoog op de bestuurlijke agenda. Of burgers erop zitten te wachten is blijkbaar van ondergeschikt belang.

De publiek-private samenwerking tussen overheden en financiële markten vormt de werkelijke oorzaak van de crisis van 2008. Er is sinds die tijd echter niets ondernomen om hier verandering in te brengen, in tegendeel. Om wel verder te komen zal er sprake moeten zijn van ontvlechting van belangen. De centrale rol van staatsleningen als veilig onderpand in financiële markten moet worden beëindigd. Overheden zullen moeten leren besturen binnen hun budget, geen beloftes meer doen die ze niet waar kunnen maken. De financiële sector zal het moeten stellen zonder publiek vangnet. Pas dan zullen de door financiële partijen genomen risico’s weer neerslaan daar waar ze worden genomen. Mondiale financiële excessen zullen subiet tot het verleden behoren.

Er is nu tien jaar voorbijgegaan zonder fundamentele veranderingen. Wordt het niet eens tijd dat politieke en financiële bestuurders in de spiegel kijken, voordat er nog eens tien jaar wordt verspild?

Sander Boon is politicoloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.