OPINIEEcocidewetgeving

Tien jaar na de BP-olieramp is het nu echt tijd voor ecocidewetgeving

Precies tien jaar geleden voltrok de desastreuze BP-olieramp zich in de Golf van Mexico. De oliemaatschappij wist haar schuld af te kopen. Maar er is meer nodig dan geldboetes om dit soort rampen in de toekomst te voorkomen, betoogt Lisa Busink. ‘Om de natuur echt te beschermen, moet het plegen van ecocide een misdaad zijn.’

Een met olie bedekte pelikaan aan het strand van East Grand Terre Island langs de kust van Louisiana, twee maanden na de BP-olieramp.Beeld AP / Charlie Riedel

Op 20 april 2010 ontplofte Deepwater Horizon, een olieplatform in de Mexicaanse Golf dat werd geleased door BP. Door de ontploffing verongelukten elf mensen en ontstond er een lek op 1.500 meter diepte. Er stroomde 87 dagen lang minstens 11 miljoen liter olie de zee in waardoor duizenden vogels, vissen, schildpadden en andere dieren omkwamen. Een gebied van bijna 150 duizend vierkante kilometer werd vervuild met olie en volgens een recent onderzoek was het vervuilde gebied zelfs nog 30 procent groter dan dat.

Er ligt nog steeds olie op de bodem van de zee en sommige ecosystemen zijn nog niet hersteld, zoals de kwelders langs de kust van de Golf. Om nog maar te zwijgen over de gevolgen van de chemische schoonmaakbeurt die nodig was om de olie uit de Golf te verwijderen. Om de olie uit het water te verwijderen, gebruikten vissers de omstreden chemische stof Corexit. Niet alleen werden de vissers hierdoor ziek, ook bleek de chemische stof in combinatie met olie juist schadelijker voor het ecosysteem te zijn dan de olie alleen.

Het ontplofte olieplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico, op 21 april 2010.Beeld AP

Hoe kon dit gebeuren? De door president Obama ingestelde commissie die dit onderzocht, concludeerde dat de ramp zich kon voltrekken door grove nalatigheid en winstbejag. Zo bleek dat BP de veiligheidsmaatregelen en controles niet zo nauw nam. Uiteindelijk moest BP als gevolg van deze ramp 4,5 miljard dollar aan de Amerikaanse staat en beurstoezichthouder SEC betalen, bovenop de 14 miljard aan schoonmaakkosten, en een fonds van 20 miljard dollar oprichten voor de economische schade die de ramp had veroorzaakt. Voor de doodslag van de elf medewerkers stonden de twee supervisors van het olieplatform, Donald J. Vidrine en Robert Kaluza, terecht. Toch kregen zij geen straf opgelegd, omdat de ramp een ongeluk was.

Daarmee was de zaak gesloten. Hoewel ik besef dat deze miljardensom niet mild is, ook niet voor oliegigant BP, vraag ik me toch af: hoe kan het dat BP de schuld voor deze ramp kan afkopen met geld? Hoe staat geld tegenover die duizenden omgekomen dieren, het vernietigen van het ecosysteem en het bedreigen van diersoorten zoals de roodhalsreiger, de zeeschildpad en de blauwvintonijn? Zo kunnen bedrijven toch eventuele schadevergoeding als risico incalculeren en de natuur blijven vernietigen? Waarom wordt het plegen van ecocide, de grootschalige vernietiging van de natuur, niet zoals elke misdaad bestraft?

Polly Higgins

Op die vragen had de inmiddels overleden Polly Higgins, advocate voor de Aarde, het antwoord. Ecocide was, en is nog steeds, geen misdaad. Wanneer ecocide wel strafbaar is, en er bijvoorbeeld een gevangenisstraf tegenover staat, dan zijn eventuele milieuschadevergoedingen voor bedrijven niet meer in te calculeren. Dan zouden bedrijven moeten stoppen met het plegen van ecocide om ervoor te zorgen dat hun ceo niet in de gevangenis komt.

Ceo’s en staatshoofden persoonlijk verantwoordelijk kunnen houden voor het plegen van ecocide en hen daar zo nodig voor straffen, dat is de essentie van Higgins’ plan. Op die manier zijn er mensen aan te wijzen en te bestraffen voor het grootschalig schaden van ecosystemen, als gevolg van nalatigheid zoals bij de BP-olieramp. Maar zo wordt het misschien ook mogelijk om hetzelfde te doen bij bijvoorbeeld de bosbranden in de Amazone, Australië en Kenia of de chemische afvaldumpingen in Nederland.

Door ecocide te erkennen als internationale misdaad, stel je juridisch vast dat het plegen van ecocide immoreel is. Iedereen weet dat het schaden van de natuur niet goed is, maar er zijn nu geen strafrechtelijke consequenties voor. Die consequenties zouden ertoe kunnen leiden dat er geen (of in ieder geval minder) ecocide wordt gepleegd. Het doel is niet ceo’s achter de tralies krijgen, maar ecocide voorkomen. 

Ecocide zou onderdeel moeten zijn van het internationaal strafrecht – net zoals genocide, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie dat nu zijn. Het grootschalig vernietigen van ecosystemen is, in mijn ogen, een misdaad die net zo erg is als deze misdrijven: er wordt een oorlog met de natuur gevoerd. Daarnaast is het niet waarschijnlijk dat landen nationale ecocidewetgeving aannemen, vanwege de angst zich economisch buiten te sluiten. 

Maas in het strafrecht

Vorig jaar overleed Polly Higgins op 50-jarige leeftijd aan kanker, maar haar levenswerk gaat door. Tien jaar na de olieramp is de noodzaak alleen maar groter geworden: Trump heeft zelfs de verscherpte veiligheidseisen als gevolg van de BP-olieramp versoepeld.

De BP-olieramp is tekenend voor een maas in het strafrecht: het recht waardeert dieren, natuur en hele ecosystemen alleen op hun monetaire waarde. Met slechts geldboetes en schadevergoedingen ligt de bescherming van de natuur in handen van degenen die geld hebben. Om de natuur echt te beschermen, moet het plegen van ecocide een misdaad zijn. En daar is het, tien jaar na de BP-olieramp, hoog tijd voor.

Lisa Busink (26) is student Environment & Society Studies en werkt bij de Stop Ecocide Foundation.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden