Column Toine Heijmans

Thuis zijn de mensen in wie mijn vader met alzheimer zijn kinderen en zijn vrouw herkent

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Vader en moeder Heijmans vroeger. Beeld Privéalbum Toine Heijmans

Mijn vader gedijt bij goed gezelschap. Als scenarioschrijver was hij vaak alleen, worstelend met woorden, daarom hield hij thuis kantoor. Woorden zijn wantrouwig, die komen niet zomaar op papier - hij schreef het liefst met vulpen en betaalde zijn zoon vervolgens vijftien gulden per uur om die zinnen uit te tikken. Handig: zo was hij niet alleen.

Thuis is geen gebouw, het is een gevoel. Thuis zijn de mensen in wie mijn vader zijn kinderen en zijn vrouw herkent - lichtboeien op de duistere zee die hij bevaart. Zijn vader, zijn moeder, zijn broers: mistlampen.

Als de woorden weer eens onwillig waren, kon hij thuis vroeg in de middag al gaan koken in de keuken. Met zijn hond gaan wandelen. Koffie zetten. De tuin bijpunten. Sigaretten draaien. Naar de mezen kijken. Ook als je alleen bent, ben je thuis nooit alleen.

Er is geen woord voor het omgekeerde, voor het duister van zijn zee, het onthuis. Een huis kan prima in orde zijn en onthuis tegelijk, dat is het ingewikkelde van de situatie. De buurvrouw in de kamer naast die van mijn vader is een aardige buurvrouw, net als die aan de overkant van de gang. Ook zijn er diverse vriendelijke mensen die mijn vader bij zijn voornaam noemen, het lijkt erop dat ze hem kennen, die hem scheren en douchen, koffie zetten, koken in de keuken, de tuin bijpunten. Maar het lijkt erop dat mijn vader hen niet kent, dat is het verschil. Hij is al druk genoeg met het onthouden van de namen van zijn zoons en dochter, en met nadenken over de vraag waarom zij ook alweer niet thuis zijn.

‘Gerrejan! Gerrejan! Gerrejan!’ roept mijn vader naar zijn zoon en hij rent de tuin in van het studentenhuis, struikelend over nieuwe aanplant. Het is de naam van zijn oudste broer. Niet van zijn zoon, die is vernoemd naar mijn vader. Dit is ingewikkeld. ‘God jongen’, zegt mijn vader als hij zijn zoon bereikt. ‘Hoe is het eigenlijk met jou?’

De enige die mijn vader werkelijk dag en nacht gezelschap houdt, dr. Alzheimer, is belletje aan het trekken bij de buurvrouw. De dr. wordt er niet aardiger op, de laatste weken, en hij daagt mijn vader uit hem na te doen. Wie weet, zegt de dr. tegen mijn vader: wie weet houdt het thuisgevoel zich verborgen achter al die deuren op de gang. Kies een deur! Zoals in de televisieshows van Willem Ruis, waar mijn vader graag naar keek, omringd door zijn vrouw, zijn dochter, zijn zoons en de hond. De warmte die het gaf. De rust.

En hij stuurt zichzelf opnieuw de gang op, weg van zijn bed, de lakens van glas. Nee, dan gaat mijn vader toch liever weer die deuren langs, en in de stoel op de kamer van zijn buurvrouw zitten wachten tot het ochtend wordt.

t.heijmans@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.