Thomas van Luyn: 'Peuren in de modder van een volkstuintje, ik snapte er niks van'

Totdat hij een keer meedeed

Thomas van Luyn. Beeld Robin de Puy

Een volkstuintje, dat is een afgebakend lapje modder. Heel klein. Aan weerskanten liggen andere lapjes modder, daarnaast weer, en ga zo maar door. Zo klein als de lapjes modder zijn, zo groot is het geheel: dat noemen ze een volkstuintjescomplex, maar zo complex is het niet. Het is heel simpel. Gewoon allemaal lapjes modder.

Hier en daar loopt er een slootje doorheen. Goed beschouwd is een slootje ook modder, maar dan hele dunne. Er moet af en toe wat uit worden geschept, zodat het niet dikke modder wordt, anders wordt het slootje gewoon een langwerpig volkstuintje, en dat is niet de bedoeling.

Wat mensen er doen, is voor de toeschouwer niet helemaal duidelijk. Beetje zitten. Beetje peuren in de modder. Het is namelijk een beetje vieze boel, zo'n tuintje, en dat moet opgeruimd worden, maar dat kan helemaal niet. De wereld is namelijk gemaakt van modder, dat krijg je nooit allemaal weg. Je kunt het alleen een beetje verplaatsen. En als je daarmee klaar bent, ga je zitten kijken naar het resultaat.

Op die lapjes zitten voornamelijk oudere blanke mensen. Als ze klaar zijn met peuren, gaan ze in witte plastic stoelen zitten. Ik denk dan: joh, er zijn nog zo veel leuke activiteiten voor ouderen. Mensen tegenhouden die over de stoep fietsen. Mopperen op buitenlanders. Muntjes uittellen bij de supermarktkassa. The sky is the limit, je hóéft niet in een plastic stoel in de modder te zitten, zo naast de snelweg. Want daar zijn volkstuintjes, langs snelwegen en spoorlijnen enzo. Plekken waar mensen liever niet willen wonen. Dat zegt al vrij veel. Ik stel me voor hoe ik het zou verkopen: We hebben hier een stukje modder, langs de snelweg, waar helemaal niemand wil wonen. Ik zou zeggen: pak een plastic stoel, en ga zitten. Ik moet je wel waarschuwen: er IS een wachtlijst. Om zeker te weten dat je oud genoeg bent om te genieten van een lapje modder.

En...eh... de seizoenen. We zijn 10 duizend jaar bezig geweest om daar geen last meer van te hebben, die seizoenen (verwarming, airco, dubbel glas, groenten in de kas en varkens in de stal) ga je er weer middenin zitten. Enfin, 't is een vrij land. Heel veel stadsmensen doen hun stinkende best om aan een volkstuintje te komen. Ik denk dan joh, koop een plastic stoel op Marktplaats en zet 'm langs de A12. Ga uit je dak.

Mijn broer heeft er een. Ik snapte er niks van. Totdat ik een dagje meedeed. Beetje peuren, beetje verplaatsen. Tot slot: vegen. Daarna ging ik in zo'n witte tuinstoel zitten, met een blikje bier. Lauw, want er was geen ijskast. Een waterig lentezonnetje scheen op mijn toet en ineens ervoer ik een diepe stilte. Ik dacht: weet je wat, ik heb wel genoeg leuke dingen gedaan in mijn leven. Ik ga nu, hier, in een plastic stoel zitten totdat ik doodga en mijn karkas opgeslokt wordt door de modder. Nu ik het zeg: de stoel begint er al een beetje in te zakken. Toch al een decimeter of zo. Ik hoef alleen maar lang genoeg te blijven zitten en dan komt er een dominee en wordt er hier koffie en cake uitgedeeld, en dat was het.

t.vanluyn@volkskrant.nl@thomasvanluyn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.