column Thomas van Luyn

Thomas van Luyn heeft nooit huiswerk gemaakt, zegt-ie nu

Thomas van Luyn Beeld Valentina Vos

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit huiswerk heb gemaakt. Waarschijnlijk omdat je saaie dingen niet onthoudt. Als mijn pen was ontploft, mijn Franse werkboek ineens vol blote wijven had gestaan of ik met mijn passer mijn oog had uitgestoken, dan had ik er misschien enige herinneringen aan overgehouden. Maar als ik in mijn geheugen graaf naar momenten van met een schoolboek ergens in huis zitten, dan vind niks, nooit, nergens. In het archief van mijn hersens staat dat ik door het gymnasium ben gezwijnd zonder ooit iets te doen. Dat kan natuurlijk niet waar zijn, maar ik kan niet terug om het te checken. Daarom ben ik zo benieuwd of er niet ergens onder in een la van een pedagoog een vergelijkend onderzoekje ligt naar hoeveel huiswerk we vroeger hadden, en hoeveel ze nu van school meekrijgen. Want hoe slecht mijn geheugen ook is, zo veel als ze nu moeten doen kan het nooit geweest zijn. Mijn zoon komt thuis met een berg werk waarvan de gemiddelde staatssecretaris nog zou denken: toch maar naar het bedrijfsleven. En hij zit pas in de brugklas hè?

Als vader moet ik doen alsof ik dat doodnormaal vind. Als hij klaagt, moet ik uitstralen: niet aanstellen jongen, zitten en stampen. In China zitten honderd miljoen brugpiepers harder te werken dan jij, daar moet je mee concurreren straks. Maar van binnen denk ik: God jongen, bioloog ga je toch niet worden, waarom moet je nu al over ribosomen en cytoplasma leren? En Latijn, tjeetje, ja ik vond het wel leuk om elitair te doen, maar dat moet je ­tegenwoordig ook niet meer willen, want als het zo doorgaat wordt straks iedereen met een kakaccentje of een brilletje tegen de muur gezet. Je moet vakken doen waar het volk wat aan heeft. Iets technisch, want dat wil de regering.

Nou komt wiskunde de Van Luyns niet aanwaaien. Vroeger was dat niet zo erg. Toen ik dreigde te blijven zitten vanwege wiskunde, zei mijn rector: ach, wiskunde, wat moet je daar nou mee – en liet me overgaan. Ik was tenslotte goed in Latijn, en nette mensen deden geen wiskunde, dat was iets voor boekhouders en landmeters.

Nu, jaren later, heeft de VVD besloten dat we dingen moeten leren die goed zijn voor de economie, anders raken we achter bij India, en wordt het hier straks één groot callcenter. Dus help ik mijn zoon met wiskunde. Gek genoeg met het grootste plezier, ik snap het allemaal ineens. Zou dat de tijdgeest zijn? Zou aanleg ook iets met mode te maken hebben? Daar zouden ze eens een socioloog op moeten zetten – nóg zoiets wat je beter niet kunt zijn als de Grote Leider straks aan de macht komt.

Dan moet hij ook nog huiswerk doen in de moderne talen, natuurkunde, geschiedenis – zelfs voor tekenen moet hij serieus huiswerk maken om voldoendes te halen. En als hij om vier uur uit school komt, moet hij dat proppen in de twee, drie uur voor het avondmaal. Pas daarna heeft hij vrije tijd, waarin hij zijn series moet zien bij te houden, vloggers moet volgen en natuurlijk gamen – want met Fortnite ­alleen red je het niet meer, sociaal. Godzijdank doet hij geen sport. En lezen? Hahahaha. En ik moet het normaal vinden. Niks laten blijken. Mijn lippen maar stijf op elkaar houden en wachten tot hij afgestudeerd werktuigbouwkundige is. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden