COLUMNThomas van Luyn

Thomas van Luyn heeft iets onder de leden. Het kan ‘eigenlijk alles’ zijn, ook corona

Beeld Aisha Zeijpveld

Ik heb iets onder de leden. Het brandt als ik inadem. Nu zijn ‘geen’ en ‘paniek’ mijn twee middle names, en op het familiewapen der Van Luyns staat ‘Doe Niet Zo Hysterisch’ als motto, dus ik besloot dat het in ieder geval zeker niet, absoluut in geen enkel geval, onmogelijk corona was. Eerder de longontsteking van vorig jaar die weer opspeelde. Ik wist niet of zoiets kon, maar ik vond het gewoon.

De huisarts, na haar geruststellende stethoscoop op mijn borst en rug te hebben gedrukt, vond van niet. Wel wilde ze een foto laten maken in het ziekenhuis. Dat mocht echter niet, want pijnlijke longen konden ook duiden op corona, nietwaar. Maar daar kon ik toen nog niet op getest worden. Een klassieke catch-22. Of beter gezegd: Schrödingers corona-kat: tegelijk corona en geen-corona totdat iemand ernaar kon kijken. Ondertussen had ik geen snotneus, noch verhoging, hoofdpijn of een hoest. Dus ik had niks en mocht alles, maar moest doen of ik alles had en niks mocht. Ik besloot mijn werk en mijn familie te bellen met het bericht dat ik MOGELIJK corona had maar WAARSCHIJNLIJK niet. Ondertussen mocht ik wél gewoon naar de supermarkt, omdat het RIVM een snotneus of verhoging als thuisblijfnorm had gesteld. Verwarring alom.

Op zo’n moment moet je natuurlijk niet een BBC-documentaire kijken over hoe mysterieus en eng corona is, dus dat was precies wat ik deed. Nou, het kon dus op je hersens slaan en op je hart en niemand wist of we er ooit iets op gingen vinden, was de strekking. Lekker, zo voor het slapen gaan. En ja hoor, die nacht lag ik in bed en voelde ik ineens een steekje in mijn borst. Ja dan ben je ineens heel erg wakker. Elke keer als ik in slaap dreigde te vallen, voelde ik weer een prikje. Doodmoe werd ik wakker, maar niet te moe om niet het hele internet af te zoeken naar welke gruwelen ik allemaal zou kúnnen hebben. Gaandeweg werden de steken heftiger, en verdomd: daar begon mijn linkerarm te tintelen. Geen-Paniek-van-Luyn besloot de huisartsenpost te bellen.

Ik mocht meteen komen, per taxi en niet op de fiets want dat zou onhandig zijn als ik dood omviel. Bij de eerste hulp hoefde ik alleen mijn naam te noemen om onrustbarend snel doorgestuurd te worden naar de spreekkamer. Nog nooit voelde goede service zo angstaanjagend. Na wat testjes verzekerde de dienstdoende arts mij dat ik geen hartinfarct had. Wat het wel was wist hij niet, want het kon ‘eigenlijk alles zijn’.

Dat vond ik nogal wat, alles.

Wel kon ik een coronatest krijgen. Voor de meute uit, zogezegd. Dus zat ik de volgende dag op een kruk bij de GGD, met een wattenstaaf in mijn neus. Toen ik naar buiten liep, wist ik dus even niet meer wat ik moest hopen: corona, of ‘eigenlijk alles’. De uitslag van de test, die berucht onbetrouwbaar is, is zojuist binnen: negatief. Geen covid dus.

De reden dat ik slecht ben in wiskunde en schaken, is dat ik niet veel mogelijkheden tegelijk in mijn hoofd kan houden. Nu voel ik me een heel, heel slechte kwantumcomputer, die moet weten wat-ie vindt van drie verschillende parallelle universums tegelijk. Ik ga bier halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden