COLUMNThomas van Luyn

Thomas van Luyn had maar twee carrièreopties: systeembeheerder of kunstenaar

Beeld Aisha Zeijpveld

Teamspirit: dat moet je hebben volgens de personeelsadvertentie. ‘Hou jij van werken met leuke collega’s? Kom jij ons team versterken?’ Nee. Nope. Nee hoor. Samenwerken is niet mijn ding.

Ik ben geboren voor de anderhalvemetersamenleving. Blijf jij maar lekker daar, dan ga ik hier wel mijn eigen gangetje. Mensen zoals ik worden als eerste van het eiland af gestemd, en terecht. Neem ik niet persoonlijk, er bestaat veel waar je niets aan hebt op een onbewoond eiland: hoge hakken, fotolijstjes, alles waar je elektriciteit voor nodig hebt; alles wat leuk is, eigenlijk. Dat is wat ik ben: leuk. Ik ben, zogezegd, een luxeproduct. En godzijdank is daar ook een markt voor. Het is wel een handicap als je wilde zijn wat jongetjes normaliter later willen worden: astronaut, voetballer, brandweerman. Maar ja, als iedereen brandweerman zou worden, werd het erg druk rond het vuur. Je hebt ook mensen nodig die de administratie doen op de kazerne. En daar komt meteen handicap nummer twee: ik ben niet goed met cijfers. Te eigenwijs: ik vind dat er staat wat ik zeg dat er staat, niet wat de cijfers zeggen. Dientengevolge ben ik ook slecht met geld. Diep in mijn hart vind ik dat ik zelf wel bepaal hoeveel er op mijn rekening staat, dat laat ik me niet door mijn afschriften voorschrijven.

Als je niet kunt samenwerken en je bent slecht met cijfers, dan kun je maar twee dingen worden: systeembeheerder of kunstenaar. En ik ben verrassend genoeg niet heel slecht met computers. Toen BASIC nog de voertaal was op computers heb ik er zelfs nog een tentamentje in afgelegd, gewoon voor de lol. Niemand kon toen iets met computers behalve opstarten (en zelfs dat soms niet eens), dus ik had er nog een carrière in kunnen hebben ook. Als eenoog in het land der blinden. Maar de lol zag ik niet. Systeembeheerders zitten een beetje in het spectrum, qua lage-prikkeltolerantie, en ik had nog wat seks en drugs tegoed van het leven. Enfin: als je moeite hebt met autoriteit, als je niet kunt samenwerken, als je slecht bent met cijfers, als je eigenwijs en graag op jezelf bent maar toch groots en meeslepend wilt leven, dan blijft er maar één beroepsgroep over.

Dat ik mezelf kunstenaar noem, daarvoor ben ik begrijpelijkerwijs menigmaal beschimpt, maar dat is nou eenmaal mijn hokje. Ik identificeer me met schrijvers en schilders: we zijn nutteloos voor de hongerige realitysterren op het onbewoonde eiland, maar kunnen aangenaam zijn voor wie in de beschaafde wereld is.

De meesten van ons zijn, bij gebrek aan een beter woord, zelfstandig. En te eigenwijs om personeel te hebben, we willen alles zelf doen. Er zijn heus wel kunstenaars die goed kunnen samenwerken en goed met geld zijn. Damien Hirst had een troep voor hem werken, Andy Warhol had een hele fabriek. Maar normaliter zijn kunstenaars zzp’ers, omdat de kans klein is dat iemand bijvoorbeeld een beeldhouwer een jaarloon gaat geven. Of, om Pieter Jouke te parafraseren, er geen comedyclub bestaat die een grappenmaker in vaste dienst neemt om op werkdagen van negen tot vijf grapjes te maken. Zou wel een interessant experiment zijn, maar dat terzijde.

Als mensen mij vragen hoe ik ben geworden wat ik dan nu ook moge zijn, antwoord ik dan ook altijd naar waarheid: omdat dit het enige was wat overbleef. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden