ColumnThomas van Luyn

Thomas van Luyn gaat verbouwen en mist de ouwe meuk nu al

Beeld Aisha Zeijpveld

Ons huis is een tweedehandsje. Het is al eens van iemand geweest. En daarvóór van weer iemand anders, enzovoorts, eeuwenlang. Het is ouwe meuk. Gasten zijn onder de indruk: hoe hebben wij een heel huis in de binnenstad kunnen betalen? Simpel: het is een krot. Een groot krot, een wankele stapel verdiepinkjes, een soort boomhut zonder boom. In makelaarstaal heet het een opknappertje. 

Neem de vloeren. Die zijn zo scheef dat de kinderen hun stiften altijd onder een bepaalde hoek op de tafel leggen, anders rollen ze eraf. Ze weten niet beter. Later zullen ze zich afvragen waarom ze de dwangneurose hebben dat ze hun ballpoints altijd precies schuin op elk bureau moeten leggen. Of waarom ze de wc-deur nooit dicht durven te doen als ze poepen (dat is omdat de onze bij vochtig weer zo hard klemt dat je ’m niet meer open krijgt. Gasten denken weleens dat iemand ze opgesloten heeft). Die scheve vloeren hebben trouwens spleten waarin hele knikkers kunnen verdwijnen, en dat soms ook doen. Door de kieren zie je hier en daar het licht van een lampenfitting in het plafond van de verdieping eronder.

De muren bladderen en brokkelen af. Het stucwerk valt eraf. En bij een combinatie van harde regen en stevige wind uit een precieze hoek (de zuidwestelijke) lekt het in de keuken. Dan zetten wij een pannetje neer en wachten op betere tijden. Ook de verwarming lekt, zodat je de ketel elke dag moet bijvullen. Vergeet je dat, dan kan het ’s winters vriezen in de slaapkamer. Er zit een gat in de buitenmuur dat is opgevuld met een zestig jaar oude krant. Isoleert prima, zo’n krant, daar komt niets doorheen. Nee, het is het dakluik waar de wind door naar binnen waait.

Kortom: tijd voor een verbouwing. Grote verbouwing. Major fucking verbouwing. We weten: het zal nooit helemaal een nettemensenhuis worden – ouwe meuk blijft ouwe meuk, hadden we maar in een nieuwbouwwijk moeten gaan wonen. Maar we verheugen ons er wel op van studentencharme te promoveren naar volwassenenallure. Met gladde rechte muren, inbouwspotjes en glimmend geverfde kozijnen, verwarming met leidingen uit deze eeuw die niet tikken en lekken. Een huis met een waterdruk die ons op de bovenste verdieping een striemende douche bezorgt, met ramen waar je doorheen kunt kijken omdat er geen condens tussen het dubbele glas zit en waar, hoe hard het ook stormt, het weer buiten zal blijven. Voor het eerst zal ik wonen in een huis dat er zo strak uitziet, dat ik er Duitsers in kan ontvangen.

Intussen zijn wij tijdelijk verhuisd naar een appartement, want de verbouwing gaat naar schatting drie maanden duren. Het is prima hier. De vloeren zijn waterpas, de Nest-thermostaat weet wanneer we thuis zijn en wanneer niet, de badkamer is wonderlijk vrij van schimmels, en ook al hebben we nu buren onder en boven, we horen er niets van (thuis luisteren we mee met alles wat de buren bekokstoven). Prachtig allemaal. En toch... toch hebben we heimwee. Nu al. Naar die ouwe meuk die straks verdwenen is onder de glimmende nieuwigheid. Ik was er vandaag. Het was donker, de cv stond uit, ons afgetrapte bankstel was al via Marktplaats afgevoerd. Van verbouwing nog geen spoor, want de aannemer is nog niet begonnen: longontsteking. Het grote uitlopen is begonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden