column Thomas van Luyn

Thomas van Luyn bezit alleen nog zwarte sokken, maar dat maakt het leven er niet makkelijker op

Ik heb ooit al mijn sokken weggegooid, en vervangen door louter zwarte. De gedachte was dat ik dan nooit meer met een enkele sok in mijn handen zou staan, niet wetend of de ­wederhelft in de wasmand lag, onder het bed slingerde, in een broekspijp zat of zich elders schuilhield. Nooit meer zou ik met een gestreepte sok aan de ene voet en een bolletjessok aan de andere lopen. Als eenmaal al mijn sokken zwart waren, zo redeneerde ik, zouden ze altijd bij elkaar passen. Geen gehannes en gezoek meer. Een nieuwe, efficiënte era zou aanbreken.

Leuk bedacht, maar dan kende ik míj nog niet.

Ik had geen rekening gehouden met mijn neurotische karakter. Om de een of andere reden eiste ik nog steeds van elke sok dat die slechts vergezeld mocht gaan van het exemplaar waarmee hij ooit was aangeschaft. Met andere woorden: ik kan niet een Hema-sok met een H&M-sok dragen. Zelfs al zijn ze beide zwart en zitten ze zo ver als mogelijk is van ooghoogte verwijderd (zodat het onwaarschijnlijk is dat de gemiddelde passant het zal opvallen, laat staan zich eraan zal storen), ik moet en zal een bij elkaar passend paar dragen. Ik wou dat ik anders was, maar ik moet roeien met de riemen die ik heb, en mijn riemen blijken buitensporig naar symmetrie te snakken.

En zo bevind ik mij nu in de situatie dat ik elke maand uren kwijt ben aan het samenbrengen van de correcte sokken. Dat is best lastig, want ze zijn dus allemaal zwart, verdomme. Ik leg ze dan allemaal op het bed, een wanordelijke zwarte kluwen, en begin ze te sorteren. In het juiste licht zie je kleine kleurverschillen, want zwart is natuurlijk niet zomaar zwart. Er zijn verschillende tinten; een stuk of vijftig, zou ik haast zeggen. En daar zit mijn frustratie in, dat ik het risico loop dat ik een donkerder sok in één bolletje frummel met een lichtere. Gitzwart met donkergrijs. Roetzwart met onyx. Stel je voor dat ik zo’n paar zou aantrekken, ik zou voor aap staan. Mensen zouden mij nawijzen en lachen: haha, die gek draagt één sok in antracietkleur, en de ander in carbon! Zeker op weg naar het carnaval!

Nu kan ik zwarttinten, zelfs in het beste licht, niet altijd van elkaar onderscheiden, en dan moet ik het doen met andere elementen. Zo staat bij sommigen de schoenmaat onderop de zool, bij andere het merk. Wanneer ze geen enkele markering hebben, kan ik ze soms paren aan de hand van de breedte van de elastische band bovenaan. Ook de stofsoort, het weefsel en de lengte zijn verschillend – alhoewel laatstgenoemde ook de schuld kan zijn van wastemperatuur, evenals verkleuringen. Dilemma: twee zwarte sokken die duidelijk ooit bij elkaar hoorden, maar nu een licht kleur- en lengteverschil vertonen, mag je die samen dragen?

Gek word ik ervan.

Door bovengenoemde neurose ben ik enorm gaan opzien tegen het sorteerwerk, en dan doe ik hetzelfde wat ik met alle lastige klusjes doe: uitstellen. Ik smijt het hele zwarte zwikkie bij elkaar in de la. Met als gevolg dat ik ’s ochtends, vaak in het schemerduister, bibberend in mijn nakie elastiekbreedtes sta te vergelijken, in de hoop een kloppend paar te vinden.

Andere mensen gaan joggen, of brood bakken.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden