Opinie

Theodore Dalrymple: 'Luister niet naar de lokroep van onderwijs-experimenteerders'

Theodore Dalrymple meent dat Nederland en Groot-Brittannië op elkaar lijken in hun hang naar vulgariteit. Maar Nederland onderscheidt zich door zijn hoge onderwijsniveau. 'Vecht voor het behoud daarvan.'

Het schilderij 'Vrouw schilt appels' (1663) van Pieter de Hoogh. Beeld Wallace Collection

Elk oordeel is gebaseerd op vergelijking en het is niet meer dan logisch dat ik Nederland vergelijk met mijn eigen land, Groot-Brittannië, want afgezien van voor de hand liggende verschillen zijn er ook veel opvallende overeenkomsten tussen beide landen.

Een van die overeenkomsten is een zekere vulgariteit. Altijd als ik mijn Nederlandse vrienden vertel dat ik 's nachts in mijn hotel wakker ben geworden van dronken geschreeuw en gelal op straat - overigens in een bijzonder fraaie straat - gaan ze ervan uit dat het Engelsen geweest zijn. Ik moet toegeven dat dat op zich niet onmogelijk is, tenzij die Engelsen opeens een hartstocht voor de Nederlandse taal hebben opgevat - wat me zeer onwaarschijnlijk lijkt want ze hebben niet eens hartstocht voor hun eigen taal, die ze vaak heel slecht spreken - kunnen het toch niet altijd Engelsen zijn.

Volgens diezelfde vrienden is het Nederlandse tv-aanbod ook uiterst vulgair, nog erger dan het Britse. Van een jonge Nederlandse arts hoorde ik dat een enorm dikke man een nationale beroemdheid was geworden omdat hij in een van de door Nederlanders bedachte reality-programma's had overgegeven en vervolgens in zijn eigen kots was gaan liggen rollen.

Familie Tokkie
Ik heb ook de video gezien over de familie Tokkie, die uit hun huis werden gezet vanwege chronisch wangedrag. De media-elite is erin geslaagd dit om te zetten in iets grappigs ter vermaak van beter gemanierde mensen, wat ook een manier is om het bestaan van onplezierige verschijnselen te negeren. Omdat ik zelf wel eens de aandacht vestig op dergelijke verschijnselen weet ik dat hoe duidelijk zij ook zijn, ze altijd in diverse stadia worden ontkend. Eerst wordt gezegd dat het niet waar is, dan dat het altijd al zo was en ten slotte dat het hoe dan ook niet belangrijk is.

Tot een jaar of tien geleden stonden Nederlanders bekend om hun nogal sterke ingenomenheid met hun eigen land. Tijdens reizen door Afrika en elders kwam ik soms Nederlanders tegen die de in hun ogen verstikkende zelfgenoegzaamheid van hun vaderland waren ontvlucht. Ze zeiden: het lijkt wel alsof de Nederlanders het niet alleen in menig opzicht veel beter hebben gedaan dan welke eerdere samenleving ook, iets om trots op te zijn, maar dat ze ook nog eens menen te weten hoe je moet leven.

Ik vermoed dat veel Nederlanders dachten dat ze de antwoorden op de diepste levensproblemen min of meer gevonden hadden en er genoegzaam van uitgingen dat er geen diepe onvrede meer leefde. Ze dachten dat de gelijkmatige gang van het Nederlandse leven min of meer voor altijd ongestoord zou voortgaan omdat alle belangrijke kwesties geregeld waren en dat, als er al problemen waren, die opgelost konden worden met die vorm van overgave die compromis wordt genoemd.

De moorden op Fortuyn en Van Gogh waren een aansporing voor de Nederlanders om wat minder zelfgenoegzaam naar hun land te kijken. Ik moet ze nageven dat deze gebeurtenissen wel degelijk hebben geleid tot een zekere zelfanalyse en dat ze hun sporen hebben getrokken in het debat over de aard en toekomst van de Nederlandse samenleving. In mijn eigen land hebben zelfs de rellen van 2011 geen blijvend effect gehad op de mentaliteit van de politieke, intellectuele en media-elite. Gemeten naar hun effect lijkt het wel alsof die rellen helemaal niet hebben plaatsgevonden.

Het verhaal van de familie Tokkie kwam mij bekend voor, vanuit mijn ervaringen als arts in een Engelse sloppenwijk en gevangenis. Er is echter één belangrijk verschil tussen Engeland en Nederland, waardoor de problemen waarmee Nederland zit veel minder hardnekkig zijn: het algehele opleidingsniveau ligt hier veel hoger dan in Groot-Brittannië. Een voorbeeld.

Lokroep
Onlangs verbleef ik in Londen in een zeer goed hotel, vergelijkbaar met dat waar ik in Amsterdam altijd verblijf. In het hotel in Londen was niet één Engelse werknemer te bekennen. Er werkten alleen maar buitenlanders: Indiërs, Afrikanen, Oost-Europeanen. Daartegenover werkten in het Amsterdamse hotel alleen maar Nederlanders. Hier was geen noodzaak om buitenlanders in dienst te nemen. In Engeland zou het onmogelijk zijn Engels personeel te vinden met de juiste gewoonten en manieren of zelfs maar de Engelse taalvaardigheid om in zo'n hotel te werken. Daarom importeren we in Engeland grote aantallen buitenlandse arbeidskrachten en zitten we met evenveel of nog meer werklozen. Het lijkt me dan ook van wezenlijk belang voor de toekomst van Nederland dat jullie het opleidingsniveau op peil houden. Luister niet naar de lokroep van onderwijs-experimenteerders. Als jullie niet willen dat jullie problemen even ernstig worden als die van de Britten, vecht dan voor het behoud van het algemene onderwijsniveau.

Ik wil het ook nog even hebben over het Nederlandse hedonisme, jullie genotzucht, gezien door de ogen van één buitenlander, namelijk mijzelf. Wij Noord-Europeanen zijn nooit zo goed geweest in genieten. 'De Engelsen genieten tamelijk treurig', zei de hertog De Sully bijna 400 jaar geleden, maar nu genieten ze niet meer treurig, maar luidruchtig, grof en aanstootgevend en dat zie je niet in Frankrijk, Italië of Spanje. Ik zal een klein voorbeeld geven dat van symbolische betekenis is.

De Britse krant The Guardian, ongeveer vergelijkbaar met de Volkskrant, heeft een website voor mensen die een partner zoeken. Die mensen krijgen de gelegenheid zichzelf te beschrijven om zich voor anderen aantrekkelijk te maken. Hoewel zo'n beschrijving niet helemaal waar hoeft te zijn - zo zegt iedereen een goed gevoel voor humor te hebben - geven deze zelfportretjes ons toch enig inzicht in wat mensen denken dat anderen aantrekkelijk vinden.

Onlangs las ik zo'n zelfportretje van een vrouw van 30 die als nom d'internet had gekozen voor 'curlygirl24'. Laat ik hieraan toevoegen dat TheGuardian voornamelijk wordt gelezen door mensen die tot de 5 procent hoogstopgeleiden van de bevolking horen. Inderdaad hebben alle gebruikers van de datingwebsite een beroep in de artistieke, intellectuele of wetenschappelijke sfeer, althans dat beweren ze.

Dit had curlygirl24 over zichzelf te melden, en bedenk dat ze hier probeert aantrekkelijk te zijn voor anderen: 'Ze zeggen wel over mij dat ik een paradox ben: ik heb de emotionele vaagheid die je als meisje nu eenmaal hebt, naast het vermogen om heel veel te drinken zonder om te vallen en daarbij mijn vrienden en willekeurige onbekenden in de zeik te nemen.'

Anders gezegd: ze veronderstelt dat een man zich tot haar aangetrokken zal voelen door haar vermogen of bereidheid om wildvreemde mensen grof te bejegenen. Dat is toch een interessant commentaar op de cultuur waarin zij denkt te leven. In dezelfde beschrijving van zichzelf zegt ze dat ze financieel journalist is, toch geen betrekking voor iemand zonder opleiding. Curlygirl24 behoort dus tot de intellectuele elite. Wat voor cultuur kun je verwachten van een elite die bewust prat gaat op het in dronken toestand beledigen van onbekenden?

Omgekeerd calvinisme
Als ik in Nederland 's avonds over straat loop, moet ik eerder aan Engeland denken dan aan Frankrijk. Dat is jammer. Het belangrijkste verschil is dat in Nederland veel minder sprake is van die dreigende onderstroom die je tegenwoordig in Engeland hebt; dat gevoel dat als je ook maar iets zegt wat verkeerd kan worden opgevat of iemand ook maar een fractie van een seconde te lang aankijkt, je bedreigd wordt en misschien zelfs aangevallen. Toch lijken Nederlanders in hoe ze genieten meer met ons gemeen te hebben dan met mediterrane volken. Als ze zich al hedonistisch gedragen, is dat niet op de onbevangen manier van bijvoorbeeld de mensen in het Caribisch gebied, die nooit op het idee zouden komen zich opeens heel anders te gaan gedragen; Nederlanders doen dat wel, in een spiegelbeeldig of omgekeerd calvinisme. Zoals Nederlanders vroeger de gordijnen openlieten zodat iedereen kon zien dat ze zich netjes gedroegen, laten ze nu de gordijnen open zodat iedereen kan zien dat ze zich slecht gedragen.

Een paar jaar geleden bezocht ik in het Rijksmuseum een tentoonstelling van Hollandse stillevens uit de Gouden Eeuw. Ik was al jong een bewonderaar van Hollandse kunst. De zaak van mijn vader in Londen was net om de hoek bij de Wallace Collection, een van de mooiste kunstcollecties ooit door een particulier bijeengebracht, en mijn lievelingsschilderijen waren die van Pieter de Hoogh en Gerard ter Borch, en van die eerste vooral het schilderij Vrouw die appels schilt. We zien een typisch Hollands interieur uit die tijd, met een vrouw die appels zit te schillen voor haar dochtertje dat naast haar staat. Het is geen bijzonder knap kind, je zou haar zelfs gewoontjes kunnen noemen, maar toch is ze aantrekkelijk zoals ze daar geduldig staat in haar mooie jurkje. Het heeft lang geduurd voor ik kon verwoorden wat ik zo ontroerend vond aan dit prachtige schilderij. Ik denk dat het de schoonheid en het verhevene van het alledaagse is, die je pas ziet als je heel rustig kijkt.

Dat geldt ook voor de Hollandse stillevens die ik in Amsterdam ging bekijken. Als je naar zoiets eenvoudigs kijkt als een haring op een tinnen bord, in grote schoonheid weergegeven door het vakmanschap van de kunstenaar, kijk je daarna nooit meer op dezelfde manier naar zulke dingen, dat wil zeggen: je neemt ze niet meer als vanzelfsprekend aan. Alles als vanzelfsprekend aannemen, leidt geheid tot verveling en tot de behoefte aan excessen om die verveling te verdrijven.

Ik weet natuurlijk best dat je naast Pieter de Hoogh ook Jan Steen hebt. We kennen uit de Gouden Eeuw zowel taferelen van uitspattingen als verfijning en ik denk dat niemand zou wensen dat het leven uit alleen maar de grootst mogelijke verfijning zou bestaan. Dat zou saai zijn en de mensen zouden er kleingeestig van worden. Het vulgaire heeft zijn functie binnen de cultuur als een soort hofnar tegenover de verfijning. Het houdt ons met beide benen op de grond en zorgt voor een zekere existentiële bescheidenheid.

Wat mij dwarszit, is dat ik volop Jan Steen zie maar niet veel Pieter de Hoogh. Dat probleem speelt natuurlijk niet alleen in Nederland, maar ook in Engeland en in grote delen van Europa. Ik heb daar geen oplossing voor, net zoals ik geen oplossing zou hebben gehad als ik getuige was geweest van het verval van de Hollandse schilderkunst na de Gouden Eeuw. (Vertaling: Leo Reijnen)

Theodore Dalrymple is een Britse essayist die als arts-psychiater onder meer werkte in een ziekenhuis in een achterstandswijk van Birmingham.

Wat is het grootste probleem van ons land en hoe lossen we dat op? Bijzondere denkers en doeners beantwoorden die vraag in een lezing in De Balie in Amsterdam. Dit is de ingekorte versie van de lezing van Dalrymple.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.