ColumnMax Pam

Theodicee, of waarom God niet ingrijpt bij het kwaad en het lijden

Vorige week stelde ik de vraag wat Gods plan is met het coronavirus. Welke zingeving en waardigheid zitten daarachter? Ik deed dit naar aanleiding van het interview met nanofysicus Cees Dekker, die samen met kinderboekschrijfster Corien Oranje en theoloog Gijsbert van den Brink het boek schreef: Oer, het grote verhaal van nul tot nu.

Hoofdpersoon is een proton, die met verwondering waarneemt ‘hoe de Schepper de ruimte en tijd instelt, wetten in gang zet, licht schept, geluid en kleur’ en ‘hoe bijzonder het is dat God zelf op een dag in de persoon van Jezus zijn schepping instapt’. Het is mijn gevoel, zo zegt Dekker ongeveer, dat deze weergave de werkelijkheid meer benadert dan de atheïstische voorstelling van een onverschillig universum dat uitdijt en inkrimpt zonder dat een goddelijke entiteit eraan te pas komt. Het is mooi en soms grappig wat die proton in Oer allemaal meemaakt, maar de voor de hand liggende vraag door wie zijn Schepper dan weer is geschapen, blijft onbeantwoord. Op Twitter leidde mijn stukje tot reacties, ook van Cees Dekker zelf. Hij vindt dat ik, om tot inzicht te komen, ‘moet bijlezen over theodicee’.

Voor de goede zaak doe ik dat natuurlijk graag.

Een theodicee zoekt naar argumenten om te kunnen begrijpen waarom God, die goed en almachtig is, toch het kwaad in de wereld toelaat. Veel christelijke denkers hebben getracht deze paradox te verklaren en veel christelijke denkers zijn in hun argumentatie gestruikeld over wat ook wel ‘het probleem van het kwaad en het lijden’ wordt genoemd. Voor gelovigen is dit probleem in deze coronatijd weer actueel. Kinderen bijvoorbeeld, lijken immuun voor het virus, maar ik las dat ook een variant is opgekomen die zich juist vastbijt in kinderen. Wat is daar nu weer de bedoeling van? Als God een beetje goedheid in Zijn kloten had gehad, zou hij dat toch wel hebben verhinderd.

Epicurus en later David Hume hebben de tegenstrijdigheid van een theodicee helder uiteengezet. We weten zeker dat het kwaad bestaat. Als God het kwaad niet kan verhinderen, is Hij niet almachtig. Als God het kwaad niet wil verhinderen, is Hij niet goed, zelfs kwaadaardig. Als God niet kan en niet wil, is Hij tot niets in staat en dus eerder een sukkel dan een God. Over het hele idee van Gods almacht heeft Bertrand Russell zich eens vrolijk gemaakt: ‘Als God almachtig is, kan hij zichzelf dan ook optillen? Ik ben benieuwd.’

Van Augustinus tot Richard Swinburne, van Leibniz tot Peter Kreeft, velen hebben zich over een theodicee gebogen, met betwistbaar succes meestal, want de uitkomst moet van tevoren vast staan: God bestaat en zijn inborst is goed. Theodicees heb je in alle soorten en maten. God laat het kwade toe, om de mens een vrije keus te geven, een opvatting die welhaast uitlokt tot gemeenheden. Of: God heeft de duivel geschapen om hem door de mens te laten verslaan. Of: God heeft niets met het kwaad te maken, want je moet kwaad zien als het zwarte niets, de afwezigheid van licht. Of: het kwaad is de mystieke weg naar God. Er zijn kinderlijke, vindingrijke en weerzinwekkende theodicees bedacht. Wat vandaag het kwade lijkt, blijkt in een groter geheel bezien juist het goede. Zelfs van Auschwitz kan de mens iets leren. Enzovoort, enzovoort.

De theoloog Gijsbert van den Brink, een van de auteurs van Oer, heeft in 1997 onder de titel Het probleem van het kwaad een verhandeling over het theodicee geschreven. Aan zijn mond en tanden kun je zien dat Gijsbert de broer moet zijn van EO-journalist Thijs van den Brink. Ik durf niet te beweren dat ik Gijsbert zijn 58 pagina’s tellend essay helemaal heb doorgrond. Daarvoor gaat het theologisch jargon te vaak langs mij heen, maar ik heb sterk de indruk dat er met het theodicee een grote verdwijntruc is uitgevoerd.

Voor Gijsbert is de Amerikaanse rabbijn Harold Kushner een held. Kushner verloor vroeg een zoon, die leed aan een erfelijke ziekte. Na dit drama ontkende Kushner ‘elke medeplichtigheid’ van God. Hij beweerde juist dat God dit ook niet had gewild: ‘Als het kwaad je overkomt dan heb je de ‘domme pech’ gehad dat de natuurwetten zich tegen jou hebben gekeerd. Maar God staat juist aan jouw kant!’, zegt de rabbijn. En Gijsbert met hem. Ook vreemd: ‘Je moet juist God vergeven dat er dingen in Zijn schepping gebeuren, die Hij ook niet kan helpen.’

Zo blijft uiteindelijk de goedheid van God boven alle verdenking verheven, ook al zijn de natuurwetten volgens de proton in Oer door God zelf geschapen. Een theodicee is niet meer nodig. Goddelijke goedheid is gewoon een kwestie van openbaring.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden