ColumnAaf Brandt Corstius

Theaters lijken weer open te zijn, maar het kan zo eigenlijk niet

Vrijdagavond zat ik met mijn man in de enorme zaal van het Muziektheater in Amsterdam. In die zaal passen 1.600 mensen. Wij zaten er met dertig mensen. Op het podium zong zanger Thomas Oliemans liederen, begeleid door een klein groepje musici.

Met dertig mensen in een gigantische operazaal naar internationaal vermaarde musici luisteren, en dan ook nog in je nieuwe zijden korte broek en met extreem goed functionerende airconditioning op de warmste avond van het jaar: ik bevond me in de allerhoogste staat van privilege en besefte dat.

Ik besefte ook andere dingen. Je mag nu naast elkaar zitten in een trein, vliegtuig of bus, sekswerkers mogen sekswerken, je mag je met veel mensen in een heel klein autootje proppen, je mag met z’n allen door drukke, warme winkels in de Kalverstraat wirwarren (had ik die dag gedaan, vandaar de zijden broek) en ik las dat de regering met een versoepeling voor zangkoren komt, die goeiige maar superverspreidende instellingen, waardoor ze weer samen kunnen zingen.

Maar in theaters mag je bijna niks. Ook niet als er straks meer dan dertig mensen in mogen. Twee problemen: theaters moeten zich aan de anderhalvemeterregel houden die in het openbaar vervoer, in auto’s en bij het aloude sekswerk niet meer geldt. Doordat die afstand gehouden moet worden, zullen vier op de vijf theaterstoelen ongebruikt blijven.

Ik reken dit even grofstoffelijk door, want dat lijkt verder niemand ooit gedaan te hebben: vier op de vijf mensen die in theaters werken – technici, dansers, garderobemensen, acteurs, programmeurs, musici, marketingmensen – zullen al hun werk verliezen. En vier op de vijf theaters zullen failliet gaan. Dat is al gaande, trouwens.

Ik weet dat weinig mensen dit doorhebben, want er zijn nu dingen die mogen en dingen die lijken te mogen. Theaters lijken weer open te zijn, maar zijn dat dus op zo’n beperkte manier dat het eigenlijk niet kan. Een bakker die ineens een brood verkoopt in plaats van vijf overleeft het ook niet. Ik hoop dat ik nu genoeg extreem simplistische voorbeelden heb gegeven om iets duidelijk te maken wat allang duidelijk had moeten zijn.

Thomas Oliemans begon met een lied dat mijn gedachten aan ongebruikte stoelen en werkeloze mensen versterkte en ik liet een kleine traan – het was iets met ebb and flow of human misery, ik kon er ook niks aan doen. Gelukkig zong hij daarna nog meer, en heel mooi, en kon ik doen waarvoor je in een theater bent: gelukkig zijn en niet denken aan stoelen.

Halverwege het concert begon een vrouw op vele meters achter me heel lang aan de papiertjes van haar hoestsnoepjes te frummelen. Het bracht me terug naar oude tijden, toen je je nog lekker kapot kon ergeren aan mensen die vlak achter je met snoeppapiertjes zaten te frutselen. Laat iemand zorgen dat dat gauw weer kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden