columnMax Pam

The Queen’s Gambit is een leuke love story, maar met schaken heeft het weinig van doen

null Beeld

Het was even zoeken, maar in de doos ‘niet herlezen’ vond ik het terug: The Queen’s Gambit van Walter Tevis (1928-1984). Ik blies het stof eraf. Het boek is in 1983 uitgekomen, maar in handen had ik de Nederlandse vertaling (Damegambiet) van Liesbeth Kramer-Plokker uit 1990. Slechts weinigen zullen nog zo’n exemplaar bezitten. Ik meen me te herinneren dat ik het toegestopt kreeg van wijlen uitgever Bert de Groot, die veronderstelde ‘dat ik er iets mee kon doen’, maar misschien is mijn geheugen niet zuiver.

Getuige de aantekeningen, moet ik het destijds zonder enthousiasme hebben gelezen. Zo staat op pagina 63 dat hoofdpersoon Beth Harmon bij het naspelen van de partij Keres -Tarnovsky (Helsinki, 1952) een kreet van opwinding slaakte, toen de witspeler ‘zijn toren op g7 plaatste’. In werkelijkheid plaatste Keres zijn toren op b7 en dat was geen bijzondere zet. Misschien was de schrijver in de war met de partij Botwinnik - Keres, Den Haag 1948. Verder wordt game soms vertaald met wedstrijd en niet met partij. Maar dat is een kleinigheid, eentje die bovendien van een heel andere orde is dan knight abusievelijk vertalen als ridder en niet als paard. Tim Krabbé heeft er eens op gewezen dat in de eerste Nederlandse vertaling van Nabokovs The Defence het woord square niet is vertaald als veld maar als pleintje. Dus wanneer u ooit leest dat een ridder van pleintje g1 naar pleintje f3 is gesprongen, kunt u het boek beter in de prullenmand gooien.

Literaire werken over schaken hebben maar een heel kleine slaagkans. Hein Donner, ooit schaakmedewerker van deze krant, vond dat al de verhandelingen over schaken en kunst ‘iets nuffigs hebben’. De waarde van het spel als cultuurmonument ligt niet in het feit dat Goethe er een gunstig oordeel over had of dat Dalí er door werd geïnspireerd, maar omdat Philidor, Aljechin en Botwinnik schitterende partijen speelden, die we nog altijd na kunnen spelen.

‘Schaken is alleen maar schaken’, aldus Donner.

En dat is natuurlijk ook zo. Vergelijk het met een schilderij. Je kunt in woorden diepzinnige analyses opstellen over Rembrandt, Van Gogh of Kandinsky, maar als je hun werken niet met eigen ogen hebt gezien, zul je nooit begrijpen waar al die woorden over gaan.

Het kan in de literatuur raar lopen. Als ze bij Netflix niet op het idee waren gekomen om ‘iets aan schaken te doen’, was The Queen’s Gambit vermoedelijk voorgoed in de vergetelheid geraakt. Het is ook een draak van een boek. De serie is veel beter, zij het zo ver over de top dat het nog maar weinig met het schaakspel van doen heeft, wat ook helemaal niet erg is. Uiteindelijk gaat het verhaal toch over menselijk contact, en dat is juist precies wat het schaakspel niet is. Bij het schaken zitten twee mensen zwijgend tegenover elkaar. Praten wordt als een ernstige overtreding beschouwd en elkaar aanraken zou tot levenslange uitsluiting leiden.

In het karakter en in de handelingen van Beth Harmon zijn talloze beroemde schakers te herkennen: Alexander Aljechin, Bobby Fischer, Judit Polgar, Boris Spasski en nog vele, vele anderen. Als ze een voetbalster was geweest, zou zij een samenraapsel zijn geworden van Pelé, Puskás, Maradona, Cruijff, Ronaldo en Messi. Alles bij elkaar is Beth een soort clubsandwich geworden. Ham, ei, zalm, pastrami, sla, brood, je stapelt alles op elkaar en aan het eind heb je een verzameling van allerlei lekkere dingen, die als geheel qua smaak toch een beetje tegenvalt.

Maar ik geef toe: vooral de laatste aflevering van de serie – uiteraard Eindspel geheten – is prachtig. Die speelt in Moskou. Bij Derk Sauer las ik dat de Russen er erg blij mee zijn, omdat zij nu eens niet worden afgebeeld als schurken. Dat begrijp ik, maar alles aan die aflevering is gelogen. Moskou in de jaren zestig zag er heel anders uit dan in de serie. Een toonbeeld van armoedigheid en repressie, ik heb er toen zelf rondgelopen. Gewone Russen zijn heel aardig, maar Beth had in 1968 heus niet in haar prachtige kleren alleen over straat kunnen gaan, zonder door horden omstanders te zijn aangeklampt. En haar secondanten die uit de Verenigde Staten bellen, zouden zeker zijn afgeluisterd. Bobby Fischer, die destijds inderdaad als jongeman naar Moskou is gereisd, hield aan zijn verblijf zulke nare ervaringen over dat hij het communisme en de Sovjet-Unie de rest van zijn leven heeft gehaat. Zouden de Russen aan Netflix hebben betaald?

The Queen’s Gambit is een leuke love story, zoals bijna alles wat uit Amerika komt, maar met schaken heeft het weinig van doen. Inmiddels hebben 73 miljoen mensen de serie gezien. ‘Precies het aantal Trump-stemmers’, zei een vriend. Inderdaad, je kunt mensen veel wijsmaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden