COLUMNJoost Zaat

Tests op covid-19 kunnen onterecht geruststellen

‘Ik was een paar weken geleden niet lekker, snotterde, had koorts en hoestte. Dat doe ik nog en daarom mag ik van mijn baas niet werken. Die wil weten of ik corona heb gehad. Dat kun je toch testen?’, vraagt een patiënt. Pandemieën bieden kansen voor de testindustrie. Dus is er een lab met goede bedoelingen dat met een busje door Brabant rijdt. Ze bieden mensen die vier weken geleden luchtwegklachten hadden een test op antistoffen aan. Daar vertellen ze gelukkig bij dat de uitslag niks zegt over immuniteit. Je weet dus nog steeds niet of je oma al mag zoenen. De woordvoerder van de stichting IMtest, die de logistiek verzorgt, schat dat ze uiteindelijk in heel Nederland 100 duizend tests per week kunnen doen.

Afgezien van de onduidelijkheid of die antistoffen beschermen, is het probleem dat elke test altijd foutpositieven oplevert: je testresultaat is positief, maar je hebt de ziekte helemaal niet (gehad). Het bewuste lab heeft met een Franse en een Chinese test honderd monsters getest van vóór de coronatijd en vond daarin bij 3 mensen een positieve uitslag. Van de twintig mensen die bewezen covid-19 hadden gehad maar niet in het ziekenhuis terecht gekomen waren, waren er 18 positief. Op de site van de stichting staat: ‘Voor de testen die gebruikt gaan worden, geldt een specificiteit van 99,3 procent voor de late antistoffen (IgG). Dat betekent dat 7 op de 1000 mensen ten onrechte horen dat ze antistoffen hebben.’ Het aantal foutpositieven hangt sterk af van het percentage mensen dat daadwerkelijk covid-19 gehad heeft in de populatie die je onderzoekt. Als dat laag is, is het aantal foutpositieven hoog.

Een rekensom: veel onderzoek naar de kwaliteit van de tests is er nog niet maar waarschijnlijk liggen de sensitiviteit en specificiteit rond de 90 procent. Van de 100 bewezen zieken hebben er dan 90 een positieve test en van de 100 niet-zieken hebben er 90 een negatieve test. Lijkt ingewikkeld maar vertaald naar patiënten met luchtwegklachten in de huisartsenpraktijk is het simpel. Vier weken geleden vond het onderzoeksinstituut Nivel in 7 van de 61 monsters (11 procent) van mensen die met luchtwegklachten bij de huisarts kwamen het SARS-CoV-2 virus. 

Dat is de groep die het lab wil onderzoeken. Als je 100 duizend mensen die vier weken geleden luchtwegklachten hadden test, dan hebben dus 11 duizend daadwerkelijk covid-19 gehad en 89 duizend niet. Van die 11 duizend covid-patiënten testen er 9.900 positief, 1.100 hebben een negatieve test. Van de 89 duizend mensen zónder covid heeft 10 procent toch een positieve test, dus 8.900. Van alle 18.800 mensen met een positieve test klopt die dus bij 53 procent terwijl die bij 47 procent foutpositief is. Naarmate de kans op covid stijgt wordt het aantal foutpositieven kleiner maar zal die altijd hoger blijven dan de 0,7 procent van het lab. Het lab doet nog wel een bevestigingstest bij een positieve uitslag, maar moet dat dus heel vaak doen.

Voorlopig is een euro opgooien even goed en veel goedkoper dan de 70 euro voor de screeningstest.

Lees ook

Zeven mogelijke corona-apps worden via een ‘appathon’ voorgesteld aan publiek en deskundigen. ‘Sommige apps vragen je telefoonnummer te delen, dat vind ik heel raar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden