Columnuit Lesbos

Terwijl we hier ‘vluchtelingenmoe’ zijn, brengt mijn dochter dagelijks verslag uit vanaf Lesbos

Vluchtelingen leren mijn dochter gewichtheffen, zij hun hoelahoepen

Wat doe je als je 18-jarige dochter aankondigt vrijwilligerswerk te gaan doen in een vluchtelingenkamp op Lesbos? Je prijst en steunt haar, denkt van ­alles en houdt je mond. Tot je vlak voor vertrek er toch uitperst: ‘Niet naar kamp Moria gaan hoor, daar moeten de leefomstandigheden verschrikkelijk zijn.’ Waarop een boze blik volgt. ‘Ik ga juist om met eigen ogen te zien hoe het er is, de gezichten te zien achter de getallen, en te helpen.’

Moria is het ‘Ter Apel’ van Lesbos, waar alle vluchtelingen zich na hun overtocht in rubberbootjes vanuit Turkije moeten registreren. Wat er zo af en toe over kamp Moria naar buiten komt, is niet om vrolijk van te worden: overvol, honderden gezinnen en alleenstaanden slapen in de omliggende olijfgaard, ­gebrek aan sanitair en medische hulp, vechtpartijen, suïcides, ­vrouwen en kinderen die zich zo onveilig voelen dat ze niet naar de wc durven. Het andere kamp op Lesbos, Kara Tepe, zal al indrukwekkend genoeg zijn. Daar zal dochter onder de vleugels van de stichting Because we Carry – motto: ‘niet lullen maar poetsen’ – ontbijt klaarmaken, uitdelen en activiteiten ­organiseren.

Dochter op Lesbos.

De avond voor het poetsen begint, stuurt ze een filmpje. Met vier vriendinnen en een docent van school zijn ze in een auto onderweg naar het ‘teamhuis’ en zingen uit volle borst mee met de Hermes House band: ‘Country roads, take me home, to the place i belong, West ­Virginia...

There we go’ appt ze de volgende ochtend in alle vroegte. Later volgt een impressie van de life jacket ­graveyard, een immense berg zwemvesten als stille getuigen van de vluchtelingenstroom waar Lesbos sinds 2015 het hoofd aan probeert te bieden. Laat in de avond krijg ik een gesproken bericht over de eerste belevenissen. Kara Tepe valt haar mee. De sfeer is hoopvol.

Zwemvestenkerkhof.

En dan komt het.

Een van haar taken is elke ochtend dertig mannen te begeleiden bij het sporten. Zorgen voor water, een praatje en een goede sfeer. En na afloop bananenshakes maken, die op de druppel eerlijk moeten worden verdeeld om scheve gezichten te voorkomen. En: ‘Morgen gaan we naar kamp Moria’, besluit ze.

‘En?’, appt ze als haar moeder na een uur nóg niet heeft gereageerd. Die zat zich te verbijten om niet weer ongewenste adviezen te ­geven. Ik omzeil de hete aardappel, maar na een onrustige nacht volgt toch, weinig diplomatiek: ‘Vraag vandaag om een andere activiteit, met vrouwen of kinderen.’ Een ­afgemeten ‘Laat me met rust’ volgt.

In de avond: ‘Het was hartstikke gezellig. Die mannen zijn super aardig. Niet mee bemoeien als je niet weet hoe het hier is. Ik heb heerlijk met ze gesport en gekletst. Zij hebben mij gewichtheffen geleerd, ik hun hoelahoepen, we hebben erg gelachen. Het zijn gewoon mensen, net zoals jij en ik.’

Slapen in de olijfgaard op kamp Moria.Beeld Foto AFP

Die zit. En ze heeft gelijk. Het is een confrontatie met mijn eigen angst en vooroordelen. De dagen erna verlopen de sportsessies ook gesmeerd. Over het bezoek met de ‘barbershop’ aan kamp Moria raakt ze niet uitgepraat. Haar taak is de kappersmesjes te bewaken, om te voorkomen dat die in handen van jongeren vallen. Sommige minderjarigen verwonden zichzelf. In ­Moria zijn veel jongeren zonder ­familie. Eén wordt uitgezwaaid, want die mag doorreizen naar Athene. ‘Stel je voor dat ik op mijn 16de met een rugzakje op de vlucht was. Dan ben je echt alleen op de wereld.’

Ze spreekt een Afghaanse jongen die droomt van een baan als politieagent in Nederland, om te helpen drugscriminaliteit te bestrijden. Hij grapt dat hij wel met haar mee wil in haar koffer. Wat zeg je dan?

Moe en met een machteloos ­gevoel over het complexe humanitaire drama dat vluchtelingen­crisis heet, komt dochter met haar team twee weken later aan op Schiphol. De dagen en weken erna kan ze moeilijk haar draai vinden. Het contrast met Nederland is groot, evenals de honger naar ­informatie over Lesbos. Omdat ze nauwelijks iets vindt in de media, volgt ze berichten van ngo’s. En ziet tot haar schrik dat het aantal vluchtelingen op Lesbos weer drastisch toeneemt. Op sommige dagen komen 600 bootvluchtelingen aan. In kamp Moria zijn nu 12 duizend mensen, terwijl er maar plek is voor 3.000. Bij oplopende spanningen raakt een minderjarige ­dodelijk gewond. Zou het die jongen zijn die politieagent wilde worden?

Bijna dagelijks stuurt ze mij ­actuele berichten uit Lesbos. Gedoseerd mail ik ze naar buitenland­redacteuren. Er is zoveel nieuws, leg ik mijn teleurgestelde dochter uit. En misschien zijn we vluchtelingenmoe. Jonge ooggetuigen ­accepteren dat niet. Daarom dit verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden