Sander Donkersin 150 woorden

Terwijl het bikwerk in mijn bek werd verricht, klonk er ineens jazz

. Beeld .
.Beeld .

Het komt niet vaak voor dat hemel en hel samenvloeien, zeker niet bij de tandarts. De hel, dat waren de rubberen constructie rond mijn lippen en de keg die mijn kaak wijder opensperde dan feitelijk mogelijk is. Hulpeloos als een karper op het droge verviel ik in gesomber over de zinloosheid van de strijd tegen het verval.

Maar terwijl het bikwerk in mijn bek werd verricht, klonk er ineens jazz. Ik herkende de verkouden trompet van Miles Davis, en ook het liedje: Some Day My Prince Will Come, bekend van Sneeuwwitje. Thuis zocht ik de feiten op. Het was 1961, Davis’ kwintet was eigenlijk al klaar met de opname toen John Coltrane de studio binnenliep en Miles hem gebaarde zijn tenorsax om te hangen.

Misschien was het de verdoving, maar onderuit in de tandartsstoel kwam de solo die hij toen blies me voor als een absoluut hoogtepunt in tweeduizend jaar beschaving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden